`Geen teruggang armoede zonder vrouwenrechten'

De zogeheten millennium ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, zoals halvering van armoede en honger voor 2015, kunnen alleen worden gehaald als gelijke rechten voor vrouwen en zorg voor vrouwen in de geslachtsrijpe leeftijd bovenaan de politieke agenda komen staan.

Geld dat voor deze doelen beschikbaar komt, draagt ook bij aan armoedebestrijding, terugdringing van kindersterfte en het tot staan brengen van aids. Dat schrijft UNFPA, het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, in het gisteren verschenen rapport `De Belofte van Gelijkheid'.

Investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en economische mogelijkheden voor vrouwen werken als katalysator voor ontwikkeling, schrijft het fonds. UNFPA geeft het voorbeeld van Zuidoost-Azië dat de afgelopen veertig jaar een economisch wonder tot stand heeft gebracht. Volgens het rapport is dat te danken aan factoren die elkaar versterkten, zoals gelijke onderwijskansen voor jongens en meisjes, brede toegang tot gezinsplanning en de mogelijkheid voor vrouwen om huwelijk en zwangerschap jaren uit stellen terwijl meer werkgelegenheid hen in staat stelde om deel te nemen in het arbeidsproces. Nergens in de Derde Wereld is het percentage armen en hongerigen zo sterk en zo snel verminderd als in Zuidoost-Azië.

De wereld telt nog altijd bijna twee keer zoveel analfabeten onder de vrouwen als onder de mannen: 600 miljoen vrouwen tegen 320 miljoen mannen. In Afrika ten zuiden van de Sahara gaat maar 49 procent van de meisjes naar de basisschool. Als jongens en meisjes gelijke onderwijskansen hadden gehad, zou de jaarlijkse economische groei in de Afrikaanse landen een procent hoger zijn geweest, blijkt uit onderzoek.

Problemen bij de voortplanting zijn mondiaal de belangrijkste oorzaak van ziekte en dood onder vrouwen. Hoewel die problemen vrijwel allemaal zijn te voorkomen, zijn ze in arme landen nog wijdverbreid. Ruim een half miljoen vrouwen sterven jaarlijks als gevolg van een zwangerschap. Meer dan acht miljoen vrouwen houden er blijvende aandoeningen aan over. Vijftig tot zeventig procent van de zwangere vrouwen in arme landen kampt met bloedarmoede. Hoe armer de vrouw, hoe groter de kans dat ze tijdens de bevalling overlijdt.

Gebrek aan mogelijkheden voor gezinsplanning leiden jaarlijks tot circa 76 miljoen ongewenste zwangerschappen. Dat resulteert in 19 miljoen onveilige abortussen per jaar. Daarbij sterven jaarlijks naar schatting 68.000 vrouwen. Kindersterfte in India daalde met twintig procent nadat vrouwen de kans kregen op een herstelperiode van twee jaar tussen de zwangerschappen.

Veel ontwikkelingslanden kampen met een schrikbarend tekort aan voorbehoedsmiddelen, schrijft het bevolkingsfonds. Dat komt door een sterk stijgende vraag, onder meer onder invloed van de aidsepidemie, terwijl de financiële steun van donorlanden terugloopt. In Afrika gebruikt maar een op de vijf vrouwen moderne voorbehoedmiddelen.

Nederland is met 65 miljoen euro de grootste geldschieter van het bevolkingsfonds. De minister van Ontwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne, juicht de nadruk op gelijkheid van de geslachten en zogeheten reproductieve gezondheidszorg toe. Ze beschouwt zelfbeschikking over het eigen lichaam als basisrecht.