Dit land zit dringend verlegen om leiderschap

Het zijn bange tijden.

Het vertrouwen in de politiek en het kabinet is ongekend laag.

We hebben hernieuwd leiderschap nodig. Immers, een goede leider is iemand die buiten zijn eigen denkkaders treedt en politiek incorrect handelt, betoogt Gerd Leers.

Politici menen doorgaans precies te weten waar het wantrouwen vandaan komt. Ze zoeken het niet bij zichzelf, maar schrijven het toe aan de tijden. Burgers zijn bang. Voor straatrovers, voor zinloos geweld, voor terroristen. En ze maken zich zorgen om hun oude dag, gezondheid en hun baan. Ik ben van mening dat sprake is van onzinnige bangmakerij.

Zeker, een deel van de maatschappelijke onzekerheid is het gevolg van de sterk toegenomen dreiging van het moslimterrorisme. Maar dat verklaart het onbehagen slechts zeer ten dele. De Nederlandse burger heeft zich lange tijd niet zo veilig gevoeld als in 2005. En het is ook veiliger geworden in Nederland: het aantal opgehelderde misdrijven loopt op, en de criminaliteit daalt.

De burger is veel minder bang voor Bin Laden, baan en de oude dag dan zijn leiders hem willen aanpraten. De angst komt ergens anders vandaan: hij komt voort uit onmacht. Uit het gevoel geen grip te hebben op de eigen samenleving. Den Haag mag dan wel aan de knoppen draaien, maar de burger weet niet hoe de mechanismen werken, weet niet hoe hij invloed kan krijgen, snapt niet hoe zijn bestuurders aan hun baantjes komen, wordt radeloos van het feit dat ,,ze verdorie niet naar ons luisteren''.

Er valt dus een kloof te dichten. Maar niet alleen door het Huis van Thorbecke te verbouwen. Als je het huis verbouwt, of zelfs sloopt en herbouwt, maar de bewoners blijven hetzelfde, dan verandert er wezenlijk niets. André Hazes betrok een villa in Vinkeveen, maar door de knakworsten en de joggingpakken bleef het – in dit geval gelukkig maar – drie hoog achter in de Pijp.

Ik ben groot voorstander van de gekozen burgemeester, maar het zal van de personen afhangen of het doel, namelijk bestuur dichterbij de burger brengen, ook wordt gerealiseerd. Als je het huis verbouwt, of zelfs sloopt en herbouwt, maar de bewoners blijven hetzelfde, verandert er wezenlijk niets.

Om de kloof tussen politiek en burgerij te dichten wordt, onder anderen door Maurice de Hond, gepleit om sneller referenda te kunnen organiseren teneinde de directe democratie werkelijk gestalte te geven. Ook weer zo'n verbouwingsvoorstel. De fout die ook hier weer wordt gemaakt, is dat vanuit het verkeerde perspectief naar de kloof gekeken wordt. Maurice de Hond, en andere voorstanders van referenda en directe democratie, stellen vast dat de politiek de burger niet vertrouwt. We zijn zo hoog opgeleid, en mogen we nu in vredesnaam ook eens meebeslissen? Maar de burger vertrouwen is iets anders dan vertrouwen hebben in zijn vermogen om complexe politieke afwegingen te maken. We lezen bijsluiters, maar zijn daarmee nog geen apotheker.

Vertrouwen geven is iets anders dan macht weggeven. Californië, ooit de best georganiseerde samenleving ter wereld, kent inmiddels een lamentabele publieke sector met derdewereldachtige elektriciteitstekorten, instortende snelwegen en een begroting die voor 85 procent buiten de invloed van de gouverneur en de wetgevende macht ligt.

Referenda daarentegen zijn er in overvloed, en dus botst voortdurend de roep om meer scholen, wegen en kinderopvang met de roep om minder belastingen.

Nee, de kloof dichten we niet door vertrouwen te geven. We dichten de kloof door vertrouwen te winnen.

Alleen mensen zijn in staat het vertrouwen van mensen te winnen, machines niet. Maar de mens achter de machine, de politicus die aan de Haagse knopjes draait, is onzichtbaar geworden. Alleen de machine is nog zichtbaar, maar ongrijpbaar, onvoorspelbaar, en angstaanjagend. Wie meent dat het Huis van Thorbecke op instorten staat, heeft het fout: de mensen die erin wonen, staan op instorten.

Zij zijn net zo schrikachtig en achterdochtig als hun burgers geworden. Ons `nee' tegen de Europese Grondwet leidde onmiddellijk tot haastige onderhandelingen met Brussel over onze financiële bijdrage. Een verkeerde handtekening van minister Veerman leidde direct tot het aftreden van de minister Remkes van Binnenlandse Zaken. Als beschermheer van het Jenevergenootschap.

Politieke paniek, die één ding bewijst: de tijden zijn niet bang, de leiders zijn bang.

Wat we nodig hebben, zijn minder wetten en instellingen, maar meer moedige, onvermoeibare en toegewijde leiders waar het volk vertrouwen in kan hebben', zegt tweederde van de Nederlanders, zo blijkt dit jaar uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Moedig en onvermoeibaar gaan in één zin samen met vertrouwen. Voor mij is dat dé aanwijzing dat leiderschap niet stoelt op macht of georganiseerd gezag, en zelfs niet op een louter democratisch verkregen mandaat, maar op draagvlak.

Hoe ontstaat dat draagvlak? Wat maakt het verschil tussen een politicus die zijn macht ontleent aan een incidentele verkiezingsuitslag en een leider, die zijn gezag ontleent aan draagvlak en vertrouwen?

Een leider zal een visie moeten hebben, een verhaal, een richting. En die moeten gaan over werkelijke keuzes. Níét over paljassenprietpraat. New Orleans liet zien dat er werkelijke keuzes te maken zijn. Willen we een samenleving waar solidariteit heerst? Waar we trots zijn op het feit dat we werk hebben en dus in staat zijn om van iedere euro die we verdienen, 42 cent af te staan voor de zwakkeren? Waar dijken worden gebouwd en rampenplannen geschreven? Waar, als Katrina komt, iedereen een kans heeft om te vluchten? En waar de achterblijvers snel en efficiënt geholpen worden? Of kiezen we voor een samenleving waar boven de ingang een bordje hangt met het opschrift `Ieder voor zich, God voor ons allen'? Waar een overheid slechts 12 procent belasting heft, omdat ze nog maar één taak heeft: zich Al-Qaeda van het lijf houden?

Er zijn leiders die zich laten voorstaan op deze laatste richting, maar niet altijd consequent handelen en onmiddellijk door de mand vallen. Zie Bush die zich niet onverwijld naar New Orleans spoedde, maar zijn Airforce One weifelend boven het gebied liet zakken, nog even wachtte, toen toch ging – maar naar het verkeerde huis.

Een leider is in staat om een gevoel dat kiemt, tot volle wasdom te brengen. Mensen die in eerste instantie niet tot zijn beweging behoren, sluiten zich aan omdat de leider een verhaal heeft dat inspireert en motiveert. Maar ook omdat de ware leider genade kan schenken. Sceptici of zelfs vijanden worden uitgenodigd om zich te warmen onder de brede mantel der liefde die de leider uitnodigend openzwaait. Gandhi en Mandela deden dat, maar ook minder uitgesproken vredesduiven als Reagan of Saakasjvili.

IJdelheid en leiderschap gaan vaak hand in hand, en ik zou liegen als ik beweerde niet gevoelig te zijn voor loftuitingen. Maar ijdelheid mag nooit een drijfveer zijn. Leiders onderscheiden zich door in te grijpen voordat de problemen ontstaan. De leider die niet maalt om scoren en rustig en nauwkeurig, onopvallend, maar met gestage tred werkt aan een oplossing, zal uiteindelijk als eerste boven komen, en er alsnog met de gladiolen vandoor gaan.

Politici hebben helaas de neiging te reageren, in plaats van te anticiperen. En zijn dus bijna altijd te laat. Waarom is er niets gebeurd met de eerste Marokkaanse jongetjes die hun Nikes inruilden voor geborduurde pantoffels? Die hun baard lieten staan en een jurk aantrokken? Toen was het nog een zwak signaal, nu is de herrie oorverdovend. Hetzelfde geldt voor de cokesnuivende jongeren uit Urk en Volendam van twee jaar geleden.

Een leider hoort het probleem te herkennen, een naam en een gezicht te geven, en een handelingsperspectief te bieden. Die laat het niet smoren in ambtelijke ontkenningsdrift (`alternatieve gedachten zijn er altijd') of politieke gemakzucht (`het waait wel over'). Die durft niet alleen buiten zijn eigen denkkaders, maar ook buiten die van anderen – de politieke correctheid – te treden.

Een leider leidt vooral vanaf de plek vanwaar geleid moet worden. Laat een ziekenhuis runnen door artsen (en niet door Haagse ambtenaren), laat een voetbalrel bestrijden door de burgemeester en de korpschef (en niet door de minister van Binnenlandse Zaken). En laat de wethouder van Financiën bepalen of hij het aandurft zijn burgers om extra geld te vragen voor een nieuw theater (en laat de ozb met rust).

Door gebrek aan visie wordt op dit moment in Den Haag elk incident tot een structurele crisis gemaakt, en vervolgens worden die structuren stevig gecentraliseerd, vanuit de misvatting dat ze daarmee verbeteren. De nieuwe leider, die de macht naar zich toe heeft getrokken, kan zijn nieuwe verantwoordelijkheid helemaal niet aan. Omdat hij niet weet waar hij het over heeft. En dan zijn er weer nieuwe regels, circulaires, convenanten, Kamervragen en hoorzittingen nodig om de zaak op orde te krijgen.

Leiderschap is dan ook: macht delen met hen die er echt verstand van hebben, die kunnen besturen en verantwoording afleggen over zaken die zij wél kunnen weten en overzien, op de plek waar dat hoort.

Wie alleen luistert, hoort niets meer. Een signaal herkennen, verwoorden in een eigen verhaal en visie, en ernaar handelen, gaat verder dan louter luisteren naar burgers en het hun vervolgens naar hun zin proberen te maken. De gezagscrisis van deze tijd hangt samen met de houding van politici die niet meer leiden, maar volgen. Geen burger die dat wenst. Hij is toch geen klant van de politiek, geen consument van besluiten? De burger is een burger, die dolgraag zijn leiders wil vertrouwen. Hij wil niets liever dan het goede te zien in zijn burgemeester of premier. Iemand die op alles wat je vindt `ja en amen' zegt, wordt een vertegenwoordiger in garen en band. Die vertrouw je niet.Nooit. Dat is de paradoxale opdracht van ieder democratische leider: wel luisteren, niet als vanzelfsprekend volgen.

Er is niet alleen gebrek aan leiderschap, er is ook een enorme behoefte aan leiderschap. Dat is met name urgent nu het West-Europese sociale model, na een halve eeuw als succesformule te hebben gefungeerd, in de eindfase is beland en dringend omgevormd moet worden tot een systeem dat beter past in een ongekend geglobaliseerde economie.

De keuze die voorligt, is: proberen we het model te redden, of leveren we ons over aan de dolgedraaide vrijemarktideologie van de Chinezen, Amerikanen of Britten? Leiderschap is nodig om een nieuw evenwicht te vinden – evenwicht door tegenwicht. Want om de Europese waarden van solidariteit en sociale samenhang te wapenen tegen radicaal kapitalisme, moet Europa niet de blinde concurrentie willen aangaan met de VS, China of India.

Europa zou moeten opteren voor een eigen weg, een eigen rol in een sterk geglobaliseerde en gespecialiseerde economie. Door te kiezen voor een leidende positie op het gebied van bijvoorbeeld creatieve industrie en nieuwe energie. Maar ook zou Europa leidend moeten durven zijn op het gebied van maatschappelijke zorg, aandacht voor het milieu en de zorg voor de zwakkeren.

Die keuze zal overigens ook de verhouding tussen de overheid, markt en burger niet onberoerd laten. Het is naar mijn overtuiging een aperte misvatting dat burgers zitten te wachten op een multiple-choice samenleving, waarin ze zelf hun kinderopvang, oude dag, onderwijs, ziekenzorg en energievoorziening kunnen regelen. Zo'n samenleving zal de verhouding tussen burger en staat alleen maar verder doen verkillen.

Het kunnen nemen van `eigen verantwoordelijkheid' is voor menig burger alleen mogelijk als een krachtige overheid de basisvoorzieningen op orde heeft, zoals onderwijs, gezondheidszorg, nutsvoorzieningen en pensioen.

Bij gebrek aan leiderschap wordt die keuze voor een nieuw Europa niet gemaakt en slaan we aan het dolen, niet alleen in Nederland maar ook in Duitsland, en daarmee in heel het continent. Dolenden zien geen hand meer voor ogen en trappen op de rem, uit angst een misstap te maken. Het is geen toeval dat de Duitsers niet konden kiezen tussen Gerhard en Angela, omdat beide leiders zelf geen duidelijke keuze maakten.

Terug naar Nederland: hoe heeft het in vredesnaam zo slecht kunnen aflopen met onze leiders?

Nadat Lubbers zijn `no nonsense'-beleid proclameerde en Kok zijn ideologische veren afschudde, begon het leiderschap zijn kracht te verliezen. Politiek werd pragmatiek, schraalhans keukenmeester, en het verhaal waar de leider mee kwam, bestond nog maar uit drie woorden: werk, werk, werk.

Als er geen ideologie meer is, is er alleen nog maar machinerie. De kengetallen regeren, niet de droom, en de ambtenaren krijgen – tegen wil en dank – de macht in handen gedrukt. En zo kan het gebeuren dat terwijl Darfur hongert, het vaderland debatteert over de vraag of de closetrol met gehaakt mutsje nog wel los op de hoedenplank mag staan.

Volksvertegenwoordigers die met frisse moed en grootse idealen het Kamergebouw betreden, zien zichzelf, tot hun grote verbijstering, jaren later doodvermoeid en aangeslagen terug op Talpa, verdoofd Kamervragen stellend over het opstappen van de Raad van Commissarissen van woningcorporatie Huis en Erf te Schijndel, of het verdwijnen van het postagentschap in de Tarthorst in Wageningen.

De Haagse machine wast alles op negentig graden, met bleekmiddel. Wat er kleurrijk in gaat, komt er grijs uit. Zie het veelbelovende begin van de paarse kabinetten en vergelijk dat met de manier waarop Ad Melkert naar zijn politieke ballingsoord verdween: grijs en gebukt. Het overkwam niet alleen Kok en Melkert, maar vóór hen ook Lubbers en straks ongetwijfeld Balkenende.

Een systeem waarin de agenda van de partijleiding meer bepalend is dan de aandacht voor werkelijke maatschappelijke problemen, leidt tot autisme en vervreemding.

Er is geen ruimte voor daadwerkelijk debat binnen politieke partijen. Politieke programma's zijn geen beginselverklaringen, maar notariële aktes waar van A tot Z nauwkeurig is vastgelegd hoe de leden dienen te denken. Het gaat daarbij niet om het creëren van een kans om maatschappelijke vraagstukken op te pakken, maar enkel en alleen om het beschrijven en beschermen van de grenzen van de eigen boekhouderige belangenclub.

Ik heb zelf daar de gevolgen van mogen ondervinden toen ik mijn drugsstandpunt herzag. Vanuit de Haagse kaasstolp onderschreef ik, als niet-woordvoerder, de CDA-lijn van strenge repressie van de handel en het gebruik van cannabis. Maar als burgemeester van een middelgrote stad aan de grens zag ik de hypocrisie van dat beleid. Cannabisgebruik is niet te stoppen. Politici die met beide benen in de dagelijkse praktijk staan – de lokale CDA-raadsleden en -wethouders – steunden mij in mijn oprechte ommezwaai. Maar in Den Haag brak paniek uit en het landelijk CDA stuurde de ene na de andere bemiddelaar – alsof ik een trein had gekaapt – naar Maastricht om mij van standpunt te doen veranderen.

De verstikkende werking van de eigen partijdiscipline wordt nog eens versterkt door coalitievorming. Regeerakkoorden slaan de laatste restjes persoonlijkheid uit onze volksvertegenwoordigers. En dat terwijl kiezers willen kunnen kiezen tussen verhalen, idealen, richtingen. Die willen linksaf, rechtsaf of rechtdoor met dit land, en niet ongevraagd opgezadeld worden met nieuwe verzekeringsstelsels in de gezondheidszorg (waar niemand om heeft gevraagd) of dikke folders van zijn vertrouwde nutsbedrijf dat plotseling wordt geliberaliseerd en de burger dwingt om zich bezig te houden met concurrerende elektriciteitsboeren. Waar hij niets van begrijpt. En waar hij evenmin om heeft gevraagd.

Omdat het bestel nauwelijks ruimte biedt voor persoonlijke profilering, voor eigen verwoording van wat ooit idealen waren, en voor persoonlijk leiderschap, is er alleen een kans voor mensen die van buiten het bestel komen (Fortuyn) of die zichzelf erbuiten plaatsen (Wilders).

Rest de vraag wat Thorbecke nog voor ons kan betekenen. Laten we in ieder geval de verleiding weerstaan om uitgebreid met de meccanodoos van de bestuurlijke vernieuwing te gaan knutselen: het dualisme op lokaal niveau heeft weinig opgeleverd, eenvoudig omdat de politici niet veranderden. Als we constateren dat de verstikkende politieke cultuur te weinig ruimte biedt aan mensen, dan moet die ruimte weer herwonnen worden. Het is te benauwd in het Huis van Thorbecke, de ramen moeten open, voordat iemand ze ingooit.

De in zichzelf gekeerde, wereldvreemde, autistische politieke cultuur zal ruimte moeten bieden aan ménsen. Politieke partijen moeten transformeren naar politieke bewegingen die campagne en debat faciliteren, die steunen en bijstaan, adviseren en richting geven, maar uiteindelijk met een breed gebaar de bühne aan personen laten.

Op die bühne staat een mens, staat geen machine, en we zullen deze mens aanraken, aanbidden, toejuichen, uitjoelen, verafschuwen of verstoten.

Want zoals Thorbecke zei: ,,Onze democratie kent geen definitieve en vastgestelde richting als ware zij een colonne marcherende soldaten. Het is aan ons haar vorm te geven.''

Laten we die opdracht serieus nemen.

Gerd Leers is burgemeester van Maastricht. Dit is een ingekorte en licht bewerkte versie van de Thorbecke-lezing die hij gisteravond uitsprak in Den Haag.

www.nrc.nl/opinietoespraak Leers