`Deze ramp leeft minder'

De nationale inzamelingsactie voor slachtoffers van de aardbeving in Pakistan, Afghanistan en India gaat veel minder geld opleveren dan de actie voor de tsunami-slachtoffers in Zuid-Oost Azië vorig jaar. De tsunami-ramp leverde tot nu toe 220 miljoen euro op. De opbrengst van de huidige actie zal waarschijnlijk meer te vergelijken zijn met het bedrag dat binnenkwam na de beving in Iran in 2003, ruim acht miljoen euro. Dat zegt Wim Brouwer van de Samenwerkende Hulporganisaties. Brouwer vermoedt dat het `uitzonderlijke karakter' van de zeebeving zorgde voor de massale hoeveelheid giften destijds. Veel Nederlanders hadden voor tweede kerstdag vorig jaar, toen de ramp zich voltrok, nog nooit van een tsunami gehoord. ,,Aardbevingen komen vaker voor. Deze nieuwe ramp leeft minder onder de Nederlandse bevolking'', zegt hij. Wat ook meespeelt, vermoedt Brouwer, is dat de landen waar de tsunami toesloeg toeristische oorden zijn. ,,Nederlanders zijn bekender met Thailand en Sri Lanka dan met Pakistan en Afghanistan.'' De woordvoerder wilde nog niet vertellen hoeveel geld inmiddels is binnengekomen op gironummer 800800, dat maken de Samenwerkende Hulporganisaties morgen bekend. De Verenigde Naties schatten dat 270 miljoen dollar (ruim 225 miljoen euro) nodig is voor eerste hulp en opvang voor de slachtoffers van de aardbeving op 8 oktober. De Nederlandse overheid stelt tien miljoen euro beschikbaar voor noodhulp. Minister van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) wil het geld verdelen onder verschillende internationale organisaties, waaronder UNICEF, het Rode Kruis en het World Food Program. Het bedrag komt bovenop de miljoen euro die Van Ardenne al aan het Nederlandse Rode Kruis gaf en aan het Nederlandse Search & Rescue-team dat in het puin naar slachtoffers zoekt.

Reportagepagina 4