De meester van de dreiging

De Britse toneelschrijver Harold Pinter heeft het na-oorlogse toneel drastisch veranderd. Tegenwoordig is hij vooral actief als politiek activist en komt hij op voor de mensenrechten.

Het tijdstip om Harold Pinter de Nobelprijs voor de Literatuur te geven, is vreemd gekozen. De Britse toneelschrijver heeft net verklaard na negenentwintig toneelstukken te stoppen met dramaschrijven, om zich geheel aan zijn politiek activisme te kunnen wijden. Van toneelschrijver wordt hij voltijds ingezonden-brievenschrijver. De jaren van zijn grote successen, De huisbewaarder, De thuiskomst, Het verjaardagsfeest, liggen ver achter hem. Sinds de jaren zeventig werd zijn drama al steeds politieker van kleur. De frequentie, de lengte en de populariteit van zijn stukken liep gaandeweg terug. Als linkse mensenrechten- en vredesactivist is hij niet onomstreden. Zo is hij gewaardeerd lid van het Internationale Comité ter Verdediging van Slobodan Milosevic.

Naast Beckett, Ionesco, Albee en Genet behoorde Pinter tot de naoorlogse avantgarde die het theater ingrijpend veranderd heeft. De meeste mensen gingen destijds hun absurdistische, desolate, moeilijk toegankelijke stukken boven de pet, maar velen herkenden in het werk toch een levensgevoel. Bij het jubileum van een Gents avantgardetheater in 1990 vatte Herman Balthasar, gouveneur van Oost-Vaanderen, dit levensgevoel samen: ,,Zonder hoop en toch niet wanhopen; zonder boodschap en toch revolterend en schreeuwend om meer rechtvaardigheid, weten dat woorden niets zeggen en toch niet zwijgen.''

`Theatre of the absurd' werd hun werk genoemd, en hoewel Pinters werk enigszins verwant is aan dat van zijn vriend Samuel Beckett (de zwerver in De huisbewaarder is duidelijk een broer van de zwervers in Wachten op Godot), staat hij toch apart. Anders dan de andere `absurdisten' plaatst hij zijn personages niet in een vervreemdende, onherbergzaam fantasiewereld, maar in een zeer herkenbare huiskamer. Hoe ongrijpbaar zijn personages ook praten en handelen, zijn stukken zijn duidelijk geworteld in de traditie van het huiskamerrealisme, reden wellicht waarom zijn faam veel wijdverspreider en langduriger is dan die van zijn geestverwanten.

Harold Pinter werd in 1930 geboren in de Londense arbeiderswijk Hackney als zoon van een joodse kleermaker. Door scholing worstelde hij zich onder zijn afkomst uit. Na een mislukte studie aan Londens Royal Academy of Dramatic Arts, werd Pinter acteur onder de artiestennaam David Baron. In 1950 bracht hij de dichtbundel Poetry uit, en in 1957 de roman Dwarfs. Zijn eerste toneelstuk The Room (1957) maakte niet veel indruk, zijn tweede The Party (1958, later heruitgebracht als The Birthday Party) werd aanvankelijk neergesabeld.

Maar bij The Caretaker (De huisbewaarder, 1960) was het raak. Critici herkenden in Pinters `komedie van de dreiging' een nieuw soort drama. In The Caretaker nestelt een zwerver zich in het leven van twee broers. `De indringer' bleef een geliefd thema van Pinter: de vrede in een huishouden wordt verstoord door de komst van een vreemdeling van wie de motieven niet duidelijk zijn maar van wie een grote dreiging uitgaat. Onder invloed van zijn komst vliegen de gezinsleden elkaar in de haren. De situatie brengt de personages tot uitspraken en daden die onbegrijpelijk zijn voor het publiek, de andere personages, en waarschijnlijk ook voor henzelf.

Pinter bouwt van alledaagse spreektaal een ingenieus, muzikaal taalbouwwerk dat zo open ligt dat er vele duidingen mogelijk zijn. Als veel van zijn tijdgenoten gelooft Pinter niet in taal als middel om elkaar te bereiken: bij hem zit iedereen altijd langs elkaar heen te praten.

Voor het duiden van zijn personages kom je met psychologie niet ver. Intenties en motieven zijn nooit duidelijk, voor de kijker noch voor de personages zelf. Pinter gelooft niet in de rationele verantwoording van menselijke daden. Hoewel zijn stukken niet echt ergens heen gaan, zijn ze toch ongemeend spannend, mede door het innovatieve gebruik van stiltes, door de onduidelijke dreiging en de raadselachtige inhoud.

Onder invloed van de staatsgreep in Chili in 1973 werd Pinter een politiek activist die strijdt tegen schendingen van de mensenrechten, tegen dictaturen, maar die zich ook uitsprak tegen het NAVO-ingrijpen in Kosovo en tegen de Amerikaanse invasies in Afghanistan en Irak. Ook zijn stukken werden sindsdien veel politieker, vaak zijn het allegorieën over onderdrukking. Hij blijft ook in deze stukken zijn oude uitgangspunten trouw: de dreiging is altijd onbestemd en abstract en daarom des te bedreigender.

Pinter is naast dramaschrijver ook acteur, regisseur en schrijver van filmscenario's, bijvoorbeeld voor The French Lieutenant's Woman (1981). Ook enkele van zijn toneelstukken zijn verfilmd: The Caretaker (1963), The Birthday Party (1968), The Homecoming (1973) and Betrayal (1983). Binnenkort speelt Pinter, die voor het laatst vier jaar geleden op de planken stond, in het Royal Court Theater in Londen in Samuel Becketts Krapp's Last Tape.