De bal moet rond

Hebzucht en het grote geld vernietigen het voetbal. Die waarschuwing komt van Joseph Blatter, de voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA. De voorzitter hekelt verschijnselen waar de liefhebber van de sport zich al nauwelijks meer over verbaast: de moderne slavenhandel met jonge spelers, de excessieve salarissen van de sterren, de invloed van steenrijke magnaten die zich bij clubs inkopen, en de groeiende verschillen tussen rijke en arme clubs die de resultaten van de competitie voorspelbaar maken.

De eerste vraag die opkomt, is waar de FIFA, en de Europese zusterorganisatie UEFA, waren in de afgelopen tien, twintig jaar waarin deze situatie is ontstaan. Blatters woorden doen op het eerste gezicht denken aan de commerciële televisieproducent die zich in de nadagen van zijn loopbaan druk begint te maken over de hoeveelheid pulp op tv. Of de schatrijke miljardair die zich, eenmaal binnen, beklaagt over de groeiende kloof tussen arm en rijk.

Toch, gratuit of niet, heeft Blatter een punt. Het is niet eens altruïsme dat hem hoeft te drijven, of een diepgevoelde zucht naar rechtvaardigheid. Het belang van het voetbal zelf is in het geding als de competitie zijn spanning gaandeweg verliest, of het kijken in stadion of huiskamer voor de consument te kostbaar wordt.

Het is verhelderend om te zien hoe in Amerika bij daar populaire sporten als honkbal, ijshockey of American football wordt omgesprongen. De praktijk verschilt per sport, maar in de regel zijn daar mechanismen ingebouwd die bevorderen dat er een gelijk speelveld blijft bestaan tussen de clubs. Zo mag bijvoorbeeld bij de zogenoemde draft de club die het laagst geëindigd is het eerste kiezen uit de groep van talentvolle jonge spelers die elk jaar tot de hoogste competitie worden toegelaten. En is er vaak een plafond aan het opgetelde salaris dat een club aan al zijn spelers mag uitkeren.

Het is een voorbeeld te meer hoe de van oudsher zeer competitieve Amerikaanse samenleving heeft leren om te gaan met de uitwassen van het verschijnsel concurrentie – zie ook de strenge kartelwetgeving en het toezicht. Die traditie heeft de rest van de wereld niet, of nog niet zo lang. Voetbal is de sport van de rest van de wereld.

Het valt te betwijfelen of de uitwassen die Blatter signaleert met een directieve van de FIFA te verhelpen zijn, ook al zal een werkgroep van de organisatie de `excessen' gaan aanpakken. Ook de internationale voetbalorganisaties hebben draagvlak nodig voor maatregelen, en de kans is klein dat dit draagvlak zomaar ontstaat. Daarvoor zijn de gevestigde belangen van grote landen tegenover kleine landen, van rijke clubs tegenover arme clubs, te groot.

Dat maakt het waarschijnlijker dat er eerst een crisis moet plaatsvinden om alle deelnemers te overtuigen van de ernst van de situatie. Er is de afgelopen jaren al vaak gewaarschuwd voor een overaanbod van voetbal, een verzadiging bij het publiek of een verminderde animo van sponsors voor een sport waar de spanning uit wegvloeit. Zo ver is het nog niet, maar de bedrijfstak zal zich toch moeten voorbereiden. Daarom is het goed dat de FIFA alvast de knuppel in het ballenhok gooit.