Betere resultaten door slimmer te werken

Er is weer volop vraag naar vrachtwagens van DAF. Niet een florerende markt, maar slimmer werken heeft DAF een impuls gegeven. Morgen begint in Amsterdam de Bedrijfsautorai.

Aad Goudriaan, sinds ruim een jaar bestuursvoorzitter van DAF Trucks, is een tevreden mens. Heel tevreden, al laat hij dat liever niet te duidelijk merken, want ,,het kan altijd beter'', heeft hij van het Amerikaanse moederbedrijf Paccar geleerd. Maar toch.

In een tijd dat het Nederlandse bedrijfsleven zich ontworstelt aan de recessie, kan Goudriaan opmerkelijke cijfers neerleggen op de oude directietafel waaraan de oprichters van het bedrijf, Hub en Wim van Doorne, ooit vergaderden. Zo steeg de verkoop van DAF Trucks vorig jaar met 30 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Rolden er anderhalf jaar geleden nog 112 vrachtwagens per dag uit de gigantische productiehal in Eindhoven, nu zijn dat er 156. De omzet groeide vorig jaar met bijna 20 procent en de winst met ruim 30 procent. Bij de vestigingen in Eindhoven en Westerlo in België werken momenteel 7.000 mensen. Goudriaan (46) moest het afgelopen jaar zelfs 1.000 werknemers extra aannemen om aan de groeiende vraag naar zijn trucks te kunnen voldoen.

Nog maar negen jaar geleden moest DAF op zoek naar een financieel sterke partner om zijn positie voor de lange termijn veilig te stellen. Voormalig bestuursvoorzitter Cor Baan kwam uiteindelijk tot veler verrassing uit bij het Amerikaanse Paccar, na Mercedez-Benz en Volvo de grootste truckbouwer ter wereld. De groei die DAF na de overname door Paccar doormaakte, stelde de directie in staat DAF om te vormen tot een van de modernste truckfabrikanten van Europa.

DAF moet het niet alleen hebben van de Nederlandse thuismarkt, waar de verkoop van nieuwe vrachtwagens vorig jaar licht daalde, tot 13.000 stuks. ,,De thuismarkt is inderdaad niet rooskleurig, al lijkt zich dit jaar een bescheiden groei af te tekenen'', zegt Goudriaan. ,,De Nederlandse markt blijft belangrijk, hoewel de rendementen van de vervoerders laag zijn. Van de vervoerders zit 80 procent in de rode cijfers. En dan stel je de vervanging van trucks soms even uit.''

Anderzijds moeten berichten over malaise in het goederenvervoer gerelativeerd worden, vindt Goudriaan. ,,Er zijn nog steeds transportbedrijven waar het heel goed mee gaat. En de afgelopen vijf jaar is het goederenvervoer over de weg in Europa met 15 procent toegenomen. Vergeet niet, alles wat we consumeren, heeft ooit in een vrachtwagen gezeten.'' De markt in het westen van Europa is min of meer stabiel met zo'n 255.000 zware en middelzware trucks. Maar in Centraal- en Oost-Europa groeit de vraag.

DAF heeft zijn succes vooral te danken aan vergroting van zijn marktaandeel, aldus Goudriaan. Om dat te bereiken, heeft het concern de afgelopen jaren miljoenen geïnvesteerd. Onder meer in nieuwe producten, zoals een schonere motor, en uitbreiding van het dealernetwerk. ,,We waren altijd sterk gericht op de Benelux en Engeland. In Duitsland en Zuid-Europa zaten nog veel witte plekken qua verkooppunten. Er komen in Europa de afgelopen jaren gemiddeld twintig dealers per jaar bij.'' En dat lijkt succes op te leveren: had DAF vijf jaar geleden 5,1 procent van de Duitse markt in handen, nu is dat 7,8 procent. Die stijging doet zich in vrijwel heel Europa voor. Tien jaar geleden waren de Nederlanders verreweg de kleinste speler op de Europese truckmarkt, nu bedraagt het marktaandeel bijna 14 procent en zijn alleen Volvo, MAN en Mercedes-Benz groter.

Ook de ontsluiting van Oost-Europa heeft nieuwe klanten opgeleverd. Het concern zette vorig jaar 4.000 trucks af in het oostelijk deel van Europa. ,,In landen als Polen en Tsjechië kopen de vervoerders meestal nieuwe trucks, omdat ze aan de West-Europese emissie-eisen moeten voldoen als ze hier zaken willen doen'', volgens Goudriaan. ,,Maar in Centraal- en Oost-Europa verkopen we ook veel tweedehands vrachtwagens, afkomstig van onze leaseklanten.''

Maar de allerbelangrijkste factor in het succes is dat DAF slimmer is gaan werken, waardoor het bedrijf zijn concurrentiepositie heeft verbeterd, zegt Goudriaan. ,,We hebben onze arbeidskosten gereduceerd door bijvoorbeeld de loopafstanden voor het productiepersoneel met 50 procent te verkorten. We zorgen nu dat het materiaal onder handbereik ligt op het moment dat de werknemer het nodig heeft. Daardoor is het aantal montagefouten tot een minimum beperkt.'' Zulke maatregelen hebben er onder meer toe geleid dat de tijd die nodig is om een truck te bouwen met 25 procent is afgenomen vergeleken met vier jaar geleden.

DAF, dat de lichte trucks in de LF-serie (6 tot 15 ton) bij zusterbedrijf British Leyland laat bouwen en de middelzware en zware CF- en XF-klasse (boven de 15 ton) in Eindhoven, houdt ook kleinere `tussenvoorraden' aan. Dat is niet alleen goedkoper, maar brengt ook sneller problemen aan het licht. Goudriaan: ,,We houden nu bijvoorbeeld een voorraad van een paar uur aan wat betreft motoren, assen en cabines uit onze eigen fabrieken in Eindhoven en in Westerlo. Daarmee loop je het risico dat het hele assemblageproces stil komt te liggen als er iets misgaat in een van die locaties. Maar de druk om een probleem snel op te lossen is daarmee wel veel groter geworden. De zwakke plekken in het productieproces komen zo veel sneller aan het licht.''

De bestuursvoorzitter heeft verregaande consequenties verbonden aan de verbeterde resultaten: ,,Slimmer werken heeft er bij ons toe geleid dat uitbesteding naar lagelonenlanden niet per definitie nodig is. Zolang wij competitief blijven, hoeft de productie niet weg uit Eindhoven.''