`Alle grond is van de Venezolaanse staat'

Als nieuwe fase in de socialistische revolutie heeft de regering van Venezuela grootgrondbezitters de oorlog verklaard. Militairen en boeren bezetten `leeg' land.

Vooral tegen het vallen van de avond is het spektakel op de Venezolaanse laagvlakte overweldigend. Rode lepelaars en witte ibissen zoeken met duizenden tegelijk een slaapplaats in de bomen naast een van de beken op het landgoed Hato Piñero. Er steekt een ocelot de weg over. En als het eenmaal aardedonker is en de kikkers kwaken, vormen de vuurvliegjes en de sterren één flikkerend universum.

,,Weet je hoe groot het gebied is dat een mannelijke jaguar nodig heeft om te kunnen overleven'', vraagt de landeigenaar Jaime Pérez Branger. Vijfentwintig vierkante kilometer. Dit roofdier, maar ook de poema en die pardelkat kunnen hier tussen de 12.000 vleeskoeien die er grazen vooralsnog goed uit de voeten. Het boerenlandgoed en natuurreservaat Hato Piñero is met 80.000 hectare het grootste stuk land in privéhanden in de centrale Venezolaanse staat Cojedes.

Maar als het aan president Hugo Chávez ligt, is Pérez Branger zijn grond weldra kwijt. Hato Piñero is een van de vijftig landgoederen die volgens de overheidsinstelling het Nationale Landinstituut (INTI) nog dit jaar worden onteigend. Duizenden landloze boeren moeten hier straks een plekje krijgen. De herverdeling moet de landbouwproductie verhogen in het land dat nu zo'n 80 procent van zijn voedsel importeert. De plannen beogen ook het lot te verbeteren van de 25 miljoen Venezolanen, van wie 90 procent leeft in overvolle steden met gruwelijke sloppenwijken.

De op een wet uit 2001 gebaseerde grondpolitiek is een cruciaal onderdeel van de Bolivariaanse omwenteling die Chávez leidt. Het is een tweede onafhankelijkheidsoorlog. Bevrijdde zijn held Simón Bolívar het land in de 19de eeuw van de Spanjaarden, Chávez wil afrekenen met, zoals hij het steeds noemt, de oligarchie. De president heeft het gemunt op de hooguit 5 procent tellende elite die zo'n 75 procent van het land bezit.

In een historische rede heeft Chávez in februari van dit jaar duidelijk gemaakt een 21ste eeuwse variant van het socialisme te ontwikkelen ,,Alle grond is van de Venezolaanse staat'', aldus de sinds 1999 regerende Chávez. Het land wordt onteigend van grootgrondbezitters die niet kunnen aantonen dat ze eigendomstitels hebben die zo'n 150 jaar teruggaan en wiens land onvoldoende economisch wordt benut. Het INTI zegt dat in totaal ruim driehonderd landgoederen zullen worden afgenomen. Boeren beschermd door militairen hebben de afgelopen weken al verscheide terreinen bezet.

Branger is witheet. Zijn voorouders kwamen in de 19de eeuw vanuit Europa naar Zuid-Amerika. Inmiddels bezitten dertig Brangerfamilies Piñero en het landgoed Paraima (50.000 hectare) waar het leger vorige week binnenviel. De Brangers leven van de veeteelt en graszaadproductie. ,,Natuurlijk zijn we geprivilegieerd met dit bezit in een land waar veel mensen straatarm zijn. Maar dat is toch geen zonde? Dat kan toch geen reden om wederrechtelijk ons bezit af te pakken?''

Hij bereidt samen met andere grootgrondbezitters juridische stappen voor om wat zij noemen ,,de confiscatie'' van hun particuliere eigendom aan te vechten. Maar echt optimistisch over de goede afloop is hij niet. Chávez herverdeelt namelijk niet alleen de grond, hij herschikt ook de magistratuur. Onder zijn bewind is het aantal rechters in het hooggerechtshof met 12 uitgebreid. Onder de nu 32 topmagistraten hebben de Chavistas een meerderheid. ,,Nu zal definitief duidelijk worden of het recht op particuliere eigendom nog bestaat of dat we in een complete schurkenstaat leven'', zegt Jaime Branger.

De eigenaren van Hato Piñero weten zich gesteund door natuurliefhebbers. Het terrein waar grootvader Branger al dertig jaar geleden de jacht totaal verbood, geldt met bijvoorbeeld meer dan 340 verschillende vogelsoorten als bijzonder waardevol. Jaarlijks betalen rond 1.500 bezoekers 150 dollar per nacht om de bijzondere flora en fauna te zien. Jaime Branger kan menige vogelsoort noemen die in andere delen van Venezuela nauwelijks meer voorkomen omdat ze er in de soep verdwijnen. Hij toont een video waarop te zien is hoe prins Bernhard in 1995 zijn ouders de Gouden Ark uitreikt wegens bijzondere verdiensten op het gebied van natuurbeheer. ,,Als je dit landgoed opdeelt, worden de herten, de roofdieren en de kaaimannen opgegeten.''

Het zijn argumenten die onder de verpauperde bewoners in de sloppenwijken van de hoofdstad Caracas weinig indruk maken. De meeste van deze mensen, veelal aanhangers van Chávez, zijn dik tevreden als ze 150 dollar kunnen verdienen. Per maand. ,,De grond is van iedereen'', riepen duizenden boeren afgelopen zaterdag terwijl ze een luidruchtige demonstratie hielden in Caracas om steun te betuigen aan de grondpolitiek van de president. Voor de mars werd één minuut stilte in acht genomen ter nagedachtenis van 130 boerenleiders die de afgelopen drie jaar door huurmoordenaars zijn omgebracht.

Maar onder de volgelingen van Chávez bestaat ook verdeeldheid. De grootgrondbezitters zijn belangrijke werkgevers. Het bedrijf van Branger, Agropecuaria San Francisco, is met 130 man personeel de grootste banenverschaffer in Cojedes. ,,Ik ben blij met het salaris dat ik nu verdien'', zegt Otto Guanchez die al vijf jaar op Piñero werkt. ,,Ik zou niet weten hoe ik een stukje grond hier rendabel zou kunnen maken. Ik heb liever dat de regering me helpt met de financiering om een huis te kunnen kopen.''

Het is bovendien ook de vraag of meer boeren ook meer zullen produceren. Eerdere landhervormingen in Venezuela leidden er vaak toe dat de nieuwe grondbezitters uiteindelijk hun grond verkochten omdat ze niet over de middelen en kennis beschikten om het land te kunnen verbouwen. ,,Wij werken hier al vijftig jaar. Dacht je nu werkelijk dat als er een manier zou zijn om de grond nog nuttiger te gebruiken, wij dat niet al lang gedaan zouden hebben? Op deze vlakten, die voor een deel uit rotsige grond bestaan en voor de helft zo'n zes maanden per jaar door overvloedige regenval overstromen, is het heel moeilijk werken'', zegt Pérez Branger.

Het probleem van Venezuela is volgens hem niet het gebrek aan land. ,,Het grootste struikelblok in Venezuela is het overschot aan ideologie bij de president en het tekort aan deskundige boeren. We zouden landbouwers moeten importeren.'' De huidige grondpolitiek is volgens hem meer bedoeld om de rijken te pesten dan om de armen te helpen. ,,Het is populisme dat de boeren moet doen geloven dat hun armoede onze schuld is.''