Pakistanen vechten om laatste water

In Muzaffarabad zoekt iedereen zijn eigen verwanten en begraaft zijn eigen doden.

Een zwartgalliger welkom in Muzaffarabad, de hoofdstad van Pakistaans Kashmir, is moeilijk denkbaar. See nature unveiled (`Zie de natuur ontsluierd') staat met grote letters geschreven op een scheefhangend bord langs de toegangsweg.

In het centrum is de chaos niet te overzien. Scholen, hotels, een ziekenhuis, een politiebureau, winkeltjes – hele blokken zijn weggevaagd en soms al verdwenen in het kolkende water van de Jhelum-rivier. Waar eens de straatjes van de dichtbevolkte Medina-markt krioelden, torent nu een steile wand van twintig meter aan rotsblokken, puin, elektriciteitskabels, hout en meubilair boven het centrum uit. Eronder liggen nog talloze inwoners.

Muzaffarabad veranderde zaterdag in een paar verwoestende klappen in een massagraf met volgens schattingen meer dan tienduizend doden. De stank is op sommige plekken ondraaglijk. Steeds meer inwoners bedekken hun mond en neus met een lapje stof.

Vlak bij de plek waar vroeger het Sangam Hotel boven de rivier uitsteeg zit een jongen gewikkeld in een deken en met een mondkapje voor zijn gezicht, gehurkt op een berg stenen. De regen stroomt over zijn gezicht. Onderaan het vernielde huis ligt een lichaam in doeken gewikkeld op een charpoy, een touwenbed.

Eén voor één schuift de jongen de brokstukken opzij, maar het geknakte betonnen dak krijgt hij niet in beweging. Hij kijkt wanhopig rond, maar anderen zoeken in hun eigen ruïnes, op zoek naar hun eigen familie. ,,Iedereen is moe en wanhopig'', zegt de jongen. ,,Het duurt een eeuwigheid voordat er hulp is.'' Hij zoekt zijn vader en een broer, maar gelooft niet dat ze nog leven.

Op één of twee plekken in Muzaffarabad helpen soldaten en politieagenten met scheppen, houwelen, touwen en hamers, maar vier dagen na de aardbeving is nog nauwelijks een begin gemaakt met het reddingswerk. Doden liggen langs de straat onder plastic of dekens, soms op bedden of kartonnen dozen. Twee mannen dragen een overleden vrouw op een zelfgemaakte ladder naar een zelfgedolven graf. In een berg met puin naast een ingestort politiebureau zoeken twee vrouwen naar hun kinderen, maar de kans dat zij vier dagen na de aardbeving nog in leven zijn lijkt klein.

Geluiden horen ze niet meer. Vlak naast hen zijn jongetjes op zoek naar eten en spullen die misschien nog iets kunnen opleveren. Op straat vecht een groepje mannen om een doos met zuivelproducten – gadegeslagen door een politieman met een stok. Een automobilist met een fles water wordt belaagd door een groepje bewoners. Hij wordt pas met rust gelaten als een vrachtwagen met hulpgoederen komt aanrijden.

Volgens politieman Sadiq Khan vallen de plunderingen mee. Hij vertelt van de doden: de 700 kinderen die nog begraven liggen onder het puin van hun scholen, de 500 soldaten onder de barakken, de gevangenen en hun bewakers onder de gevangenis, de rechters en de verdachten onder de rechtbank. Ook een minister van de regering van Kashmir kwam om. [Vervolg KASHMIR: pagina 5]

KASHMIR

'Hier heerst chaos, er is niets meer

[Vervolg van pagina 1] ,,Het is gruwelijk, er is niets, behalve brokstukken en doden'', zegt Ikramulla, van beroep chauffeur van premier Sardar Sikander Hayat van Pakistaans Kashmir. Hij verloor een zoon, en hoopt dat zijn andere zoon, zijn vrouw en twee dochters hun verwondingen overleven. Ze worden verpleegd door buren en bekenden in tenten die op de weg zijn neergezet – maar zo vormen ze ook een struikelblok voor hulpverleners die de stad proberen te bereiken.

Het tekent de chaos. Steeds meer mensen vertrekken, desnoods lopend door de regen, naar de Pakistaanse hoofdstad Islamabad, 135 kilometer verderop. Het ontbreekt de stad aan alles, zegt Ikramulla: zwaar materieel om het puin te ruimen, droge plaatsen om de overlevenden en gewonden op te vangen, eten, schoon drinkwater, medicijnen, alles. Het militaire ziekenhuis is ingestort. Niet alleen tientallen patiënten zijn gedood, maar ook veel artsen. ,,We zijn alleen maar bezig geweest met graven'', zegt Ikramulla. ,,We graven om overlevenden te vinden, of om de doden te begraven.''

Op tal van plekken is geen hulp te bekennen. Hulpgoederen en mensen zijn onderweg, maar ze blijven het grootste deel van de dag onderweg. Militaire transporthelikopters kunnen door het slechte weer in de bergen niet vliegen. Begeleid door uren durende hagelbuien met onweer trekt een kilometerslange karavaan vanuit Islamabad door de bergen naar de hoofdstad van Pakistaans Kashmir. Vrachtwagens, tractoren, bussen, taxi's, riksja's, handkarren – alles dat wielen heeft wordt ingezet om Kashmir te bereiken. Maar de gevolgen van de aardbeving, de voortdurende naschokken en het onweer maken de tocht levensgevaarlijk. Aan de ene kant van de weg dreigt de diepte naar de wilde Neelum-rivier onder de weggeslagen weg, aan de andere dreigen de stenen. De weg is op veel plaatsen weggeslagen of spekglad door de regen en de modderstromen die van de bergen naar beneden komen. Door de aardbevingen zijn de hellingen zeer instabiel – soms zijn stukken berg compleet ingestort.

Door de hagel en de trillingen van het onweer komen steeds weer nieuwe rotsblokken op de weg terecht. Eén blok is zo groot als een bestelbus. Het betekent weer minimaal een uur extra oponthoud voor het hulpkonvooi dat niet alleen voedsel en medicijnen vervoert, maar ook soldaten. Zij blijven gewoon zitten in hun vrachtwagen, niemand komt op het idee de weg vrij te maken – misschien heeft de neergutsende regen er iets mee te maken.

De hulptocht wordt met het uur chaotischer. Hulpverleners willen massaal naar Muzaffarabad, terwijl de inwoners van de stad bij gebrek aan voedsel, onderdak en medische hulp massaal hun gewonden uit de stad dragen, richting Islamabad, ook met een stoet van jeeps, karren, brommers en vrachtwagens. De beide karavanen rijden precies in elkaars richting en komen om de paar honderd meter stil te staan op plekken waar de weg eenbaans is geworden door verzakkingen, rotsblokken, talloze aanrijdingen en voertuigen die geplet zijn onder gesteente. Snelle auto's die de dans ontspringen, kruipen van Islamabad naar Muzaffarabad in zeven of acht uur, vrachtwagens doen er nog veel langer over.

Sommige agressieve inwoners van Muzaffarabad en omliggende dorpen maken van de opstoppingen gebruik om auto's met hulpgoederen leeg te halen, soms met geweld. ,,Het leger en de politie hebben geen controle meer over de stad'', zegt Ikramulla, die zelf probeert Islamabad te bereiken. Veel soldaten zijn dood. De politie is niet bij machte om bij de opgravingen te helpen en de orde te bewaren.

Als de zon achter de bergen verdwijnt, koelt het snel af in Kashmir. De regen houdt eindelijk op, Muzaffarabad maakt zich op voor een nieuwe koude nacht in de open lucht. In het dorpje Garhi Habibullah, een half uur verderop, heeft het leger langs de rivier tientallen tentjes neergezet. Hier is de hulp eerder aangekomen omdat de Karakoram Highway, de westelijke route naar Kashmir, op het oog minder te lijden heeft gehad onder de aardbeving dan de weg langs de Neelum-rivier. Uit een jeep die met hoge snelheid door Garhi Habibullah rijdt, gooien hulpverleners kartonnetjes met mangosap naar de kinderen. Ze stoppen niet en rijden de kinderen bijna omver.

Ook op het platteland zijn de verwoestingen groot. Huizen van beton en hout, die tegen de heuvels opgebouwd waren, zijn ingestort en meters naar beneden gesleurd. Het ziekenhuisje van het dorp was vol geweest met vrouwen en kinderen die wachtten op een inenting toen de aarde in beweging kwam en de muren en het dak naar beneden kwamen. Nu schreeuwen hongerige bewoners naar de chauffeur van een vrachtwagen met hulpgoederen. Ze proberen grote zakken met rijst van de wagen te halen, maar de chauffeur weigert te stoppen, uit angst voor een vechtpartij. In plaats daarvan gooien twee hulpverleners in het laadruim de zakken op de grond. Eén scheurt open. Langs de rivier proberen de bewoners en soldaten een vuurtje te stoken om warm te worden en een avondmaal te bereiden van rijst en blikgroenten, terwijl een groepje kinderen elkaar achterna zit op de ruïnes van een stal.