Mijn oude gymleraar

Dirk van den Beld is 70 en hij kan (bij gunstige wind) nog steeds besluiten om zijn fiets uit de schuur te halen en naar Amsterdam te rijden \endash dik honderd kilometer, vijf uur doortrappen (om te rusten heeft hij de rust niet) en dan dat gevoel als je de Dam oprijdt!

Terug met de trein, dat wel.

,,Het is misschien raar om het zo te zeggen\rquote\rquote , zegt hij, ,,maar ik heb een erg fysiek bestaan geleid. Ik was een prestatiemens tot en met.

Mijn oudste herinnering... een wedstrijd vlaggetjesteken. Vijf vlaggetjes in de gaten van een stoof en die moest je, heen en weer rennend, overbrengen naar een stoof die wat verderop stond. Op een aflopende weg in Renkum. Koninginnedag 1938. Toen was ik nog geen vier.''

,,En wat herinnert u zich precies?''

,,Dat ik gewonnen heb!''

Eenenveertig jaar heeft hij doorgebracht op één en dezelfde school: het Christelijk Lyceum Arnhem, eerst als leerling (HBS-b), later als leraar (lichamelijke opvoeding), ten slotte als conrector (maar toen was het allang het Christelijk Lyceum niet meer; ,,hoe dat onderwijs verloederd is'', verzucht hij).

Hij toont me een foto van het docentencorps in de jaren '50 en wij herinneren ons onze school als een bolwerk van ernst en eruditie en beschaving.

,,Maar dat was'', zegt hij, ,,een behoorlijk verouderd gezelschap en daar kwam ik in 1959 tussen, met mijn leeftijd, met mijn vak (dat natuurlijk geen enkele status had), en met mijn achtergrond. Op een feestje werd Schubert gezongen door de vrouw van Houtman met Houtman zelf aan de piano. Daar werd ik wel een beetje giechelig van.''

Zijn vader was van jongste bediende opgeklommen tot bedrijfsleider bij een papierfabriek.

Hij zat voor de CHU in de gemeenteraad van Renkum. Hij werd op zijn 64ste wethouder en heeft toen nog twee volle termijnen uitgediend.

,,Mijn vader was zeer gelovig, en niet alleen naar het woord, maar ook in de daad. Hij leefde voorbeeldig. Ik niet. Aan zijn normen kon ik althans niet voldoen. Voor mij was het een verademing toen ik kon zeggen: ik doe er niet meer aan... aan de kerk, het geloof.''

Een vader die 96 geworden is, een grootmoeder die 102 geworden is. ,,Ik stam uit een sterk geslacht. Ik heb, ietwat lichtzinnig, altijd gedacht dat ik met gemak ook zo oud zou worden. Ik heb hardgelopen, ik heb getennist, tot mijn 42ste heb ik gevolleybald, tot mijn 45ste heb ik de militaire vijfkamp gedaan... negentien jaar lang heb ik Nederland vertegenwoordigd op de militaire vijfkamp voor reserve-officieren, in alle NAVO-landen ben ik geweest...''

,,Ik vond u nogal fanatiek indertijd'', zeg ik.

,,Dat is me bekend'', zegt hij.

,,Waarom bent u niet bij de mariniers gebleven?''

,,Die opleiding was verschrikkelijk, een hel hoor. Ik ben blij dat ik hem gehad heb, dat ik hem volbracht heb... dat fysieke, dat wou ik wel... maar de psychologische kant, de kadaverdiscipline... daar werd gewoon onrecht gedaan.''

,,Nou ja'', zeg ik, ,,ik denk dat ik íédere gymleraar nogal fanatiek gevonden had.''

Maar wat hij eigenlijk zeggen wil: nooit gerookt, nooit gedronken, altijd sport, en op zijn 56ste moest hij gedotterd worden! ,,Dan vraag je je wel af wat nou precies het verband is tussen gezondheid en lichaamsbeweging.''

En nadien twee zware operaties aan zijn heup. Maar deze ingrepen zijn wonderwel geslaagd. ,,Ik kan alles nog en het mooie is: ik hoef niks meer. Na mijn schooljaren ben ik hier in Rozendaal vier jaar wethouder geweest en toen was ik 65, toen heb ik al mijn sociale verplichtingen opgezegd. Een keer in de maand breng ik een weeklang maaltijden rond voor Tafeltje dekje, dat is het laatste.''

,,U kunt alles nog'', zeg ik. ,,Alles?\''

,,Ik heb'', zegt hij, ,,aan fysieke mogelijkheden maar weinig ingeboet, en dat is de kern van mijn levensgeluk in deze fase. Dat geeft me vreugde in mijn bestaan. Ik peiger mezelf af en dat geeft me een geweldige voldoening. Ik ben fitter dan al mijn leeftijdgenoten... en dat is ook wel een nadeel.''

,,Zij zijn niet geïnteresseerd in uw prestaties?''

,,Sommigen kunnen geen poot meer verzetten. Dus dan doe je er maar het zwijgen toe.''

,,En zo wordt het leven meer en meer een wedstrijd tegen jezelf?''

,,Ik zwem nog twee keer in de week, een bad van een meter of dertien. Ik denk: je moet toch twee baantjes onder water kunnen blijven. Dat lukt dan niet en dat hindert me enorm. En gisteren is het me uiteindelijk wél gelukt!''

,,Vraagt u zich'', vraag ik, ,,wel eens af of de komende jaren nog de moeite waard zullen zijn?''

,,Zo weinig mogelijk'', zegt hij beslist. En dan: ,,Maar het komt wel eens ter sprake, tegenwoordig. Rudy, mijn vrouw, gaat binnenkort met een vriendin veertien dagen naar Egypte. Ze begon allerlei regelingen voor me te treffen. Ik zeg: laat mij... ja, voor het eerst van mijn leven... laat mij nou maar voor mezelf zorgen. Je denkt: ooit komt een van ons tweeën alleen te zitten en misschien ben ík dat wel. Maar verder... je stopt dat weg.''

,,Maar het loopt nooit goed af'', zeg ik. ,,Er is altijd een periode van aftakeling.''

En hij: ,,Mijn vader, die 96 geworden is, was fit tot twee weken voor zijn dood. En mijn moeder heeft ook maar een kort ziekbed gehad. Nee, ik heb goede hoop.''

Dit is de eerste aflevering van een serie gesprekken met mensen die zeventig zijn.