Memorial: weer verdacht gemaakt

Memorial, de Russische mensenrechtenorganisatie, krijgt vandaag in Den Haag de tweejaarlijkse Max van der Stoel-prijs uitgereikt.

De Russische mensenrechtenorganisatie Memorial heeft de doelen die ze zich bij haar oprichting in 1988 stelde, nog niet half gerealiseerd. De `herinneringsboeken' met persoonlijke gegevens over de miljoenen slachtoffers van Stalins terreur zijn in het huidige tempo over zo'n anderhalve eeuw voltooid. De speurtocht naar Stalins massagraven vordert traag nu de KGB-archieven weer potdicht zijn.

Het nationale monument voor slachtoffers van de terreur? Het geld dat Memorial eind jaren tachtig inzamelde, werd zoekgemaakt, voorlopig doet de Solvestskii-steen uit het eerste Goelagkamp dus maar dienst. Die steen werd in oktober 1990 tegenover het hoofdkwartier van de KGB onthuld, plukjes Moskouse liberalen betogen er sindsdien periodiek. Inmiddels weer onder de alziende blik van hun oude nemesis, KGB-hoofd, dissidentenjager Joeri Andropov, later partijleider en president. De gewezen KGB-officier Vladimir Poetin onthulde in 1999 namelijk aan de overkant een gedenkteken voor zijn oude baas.

Begin november gaat Den Haag de rode loper uit voor Poetin, die dan op staatsbezoek komt. Dat er in de relatie met Rusland ook nog ruimte is voor mensenrechten, moet blijken uit de Max van der Stoel-prijs voor Memorial, een tweejaarlijkse prijs van 50.000 euro voor organisaties die zich verdienstelijk maken in de verbetering van de positie van minderheden. Vandaag is in Den Haag de uitreiking.

Hulp aan minderheden, dat ligt ver van de oude, anti-stalinistische missie van Memorial. Maar in het huidige Rusland is zij één van de weinige organisaties die schendingen van de mensenrechten in Tsjetsjenië documenteert, advies geeft aan vluchtelingen en protesteert tegen racisme. Niet systematisch, maar gedreven en soms met groot persoonlijk risico.

Memorial is een nationaal netwerk van gewezen dissidenten die na de val van de Sovjet-Unie hun werk bleven doen. Ze opereert vaak vanuit woonhuizen of haveloze kantoortjes die uitpuilen van brochures en mappen grauwe documenten.

Na de val van de Sovjet-Unie mocht Memorial zich heel even in de gunst van de staat verheugen. Dat veranderde na 1994, toen Sergej Kovaljov, een voorman van Memorial die tot ombudsman voor de mensenrechten was benoemd, naar de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny trok in een even moedige als futiele poging de naderende oorlog tegen te houden. Nadien wendde president Jeltsin zich tot zijn mannen in uniform om zijn regime overeind te houden, een proces dat zijn bekroning vond met de benoeming van ex-KGB'er Poetin als opvolger. Nu is de staat doordesemd van diens oude kameraden en zijn dissidenten weer dissidenten: genegeerd, verdacht gemaakt, soms lastig gevallen.

Tatjana Kasjatkina van Memorial erkent dat de staatsdruk in Poetins Rusland voorlopig verhuld blijft. Harder optreden tegen het machteloze en onmodieuze Memorial lijkt ook niet nodig. Kasjatkina: ,,Het blijft bij vage verdachtmakingen. Bijvoorbeeld door de officiële ombudsman voor Tsjetsjenië die zegt dat wij alleen geïnteresseerd zijn in westers geld, het aantal slachtoffers in Tsjetsjenië opblazen en de staat ondermijnen.''

De Russische belastingdienst houdt voortdurend irritante verrassingsinspecties. ,,Memorial heeft vier boekhouders in dienst. Het verloop is groot, ze worden er doodziek van.''

Heeft Memorial met haar aandacht voor minderheden en vluchtelingen nog tijd voor haar oude taak: documentatie van stalinistische excessen? ,,We vorderen langzaam, maar gestaag'', zegt Katsjatkina. ,,Als wij Stalins slachtoffers vergeten, is dat voor de staat een obstakel minder om nieuwe te maken.''