`Kind goed af met werkloze'

Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van kinderopvang niet goed is. Wordt dat nog erger als bijstandsmoeders worden ingezet?

Twee weken geleden nog werd het door VVD-fractieleider Van Aartsen ontkend. ,,De VVD zou een blik uitkeringsgerechtigden open willen trekken om plompverloren voor een groep kinderen neer te zetten. Pedagogische kwaliteiten en veiligheidseisen zouden daarbij niet van belang zijn'', schreef hij op 28 september in deze krant. Bij de Algemene politieke beschouwingen had hij een storm van kritiek gekregen op zijn plan om scholen vanaf 2007 te verplichten buitenschoolse opvang aan te bieden. Toch stemde de Kamer uiteindelijk in met het plan.

Dezelfde kritiek laaide weer op toen zijn partijgenoot Van Hoof, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, afgelopen weekeinde suggereerde om bijstandsmoeders in de buitenschoolse opvang aan het werk te zetten, met behoud van hun uitkering. Kamerlid De Wit (SP) riep de bewindsman er gisteren voor naar het wekelijkse vragenuurtje, en de vaste Tweede-Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) vroeg een brief met toelichting van de bewindslieden van SZW. De discussie over de bijstandsmoeders keerde gisteravond ook nog even terug bij een algemeen overleg over de kwaliteit van de kinderopvang. Uit onderzoek is gebleken dat het daarmee bij 40 procent van de kinderdagverblijven slecht is gesteld.

De oppositie, maar ook coalitiegenoot D66, vreest dat het plan van Van Hoof dit nog erger maakt. ,,Zou de staatssecretaris zijn kinderen met een gerust hart en vol vertrouwen aan onwillige werklozen overlaten, die dit moeten doen, er niet zelf voor hebben gekozen of daar een opleiding voor hebben gevolgd?'' vroeg Koşer Kaya (D66).

Van Hoof benadrukte gisteren dat er voor de kinderopvang wel degelijk kwalificaties worden gevraagd. Maar voor groepsleidsters in de buitenschoolse opvang gelden minder strenge eisen dan voor het personeel van kinderdagverblijven. Van Hoof somde op welke opleidingen volstaan: alle (sociaal)-pedagogische opleidingen, sociaal-culturele opleidingen, sportopleidingen, opvoedingsopleidingen en cultureel-kunstzinnige vormingsopleidingen op ten minste MBO 3-niveau.

Kamerlid De Wit, bijgevallen door Noorman-Den Uyl (PvdA) en Van Gent (GroenLinks), vreest dat bijstandsouders als goedkope arbeidskrachten het reguliere personeel in de kinderopvang verdringen. De werkloosheid in deze sector is het afgelopen half jaar met 6 procent gestegen.

De Wit: ,,Drieduizend mensen zijn op zoek naar werk in de kinderopvang. Dan kan de staatssecretaris niet zomaar mensen met een bijstandsuitkering in de kinderopvang aan het werk zetten.'' Om verdringing te voorkomen moeten ze een normaal salaris krijgen, vond De Wit.

Volgens Van Hoof hoeft niet voor verdringing te worden gevreesd. Het kabinet verwacht dat de vraag naar buitenschoolse opvang zal toenemen nu scholen verplicht worden dit aan te bieden.

De Wit, Smilde (CDA) en Huizinga (ChristenUnie) wezen erop dat het niet aan de staatssecretaris is om bijstandsouders te verplichten tot werk. Het zijn immers de gemeenten die de bijstandswet uitvoeren. Veel van de ruim 92.000 bijstandsouders zijn vrijgesteld van de sollicitatieplicht, omdat deze ouders zelf voor hun kinderen willen zorgen.

Van Hoof erkende dat de uitvoering van de bijstand primair het terrein is van de gemeenten. Hij stuurt dan ook niet aan op wetswijziging, maar wil alleen gaan praten met de gemeenten.

Dat veel bijstandsouders zijn vrijgesteld van de sollicitatieplicht is volgens hem juist het bewijs dat zij gekwalificeerd zijn voor kinderopvang. ,,Ik heb vastgesteld dat veel mensen in de uitkeringssituatie potentieel grondcapaciteiten hebben. Zij zijn immers vaak thuis in verband met een vrijstelling om kinderen op te voeden'', zei Van Hoof.

Over hun eigen kinderen hoeven de bijstandsouders zich geen zorgen te maken, aldus Van Hoof. Het gaat maar om een paar uur werk per dag. ,,Dat betekent dat, wat mij betreft, de eigen kinderen mee zouden kunnen.''