Een van de laatste echte Feyenoorders

Dat haar, die strakke scheiding in het onberispelijk, met brillantine gecoiffeerde haar. Die statige, beheerste motoriek en techniek. Die stoere onverzettelijkheid, die harde ingrepen, zoals het een Feyenoorder betaamt. Dat was Cor Veldhoen, tussen 1956 en 1970 liefst 485 wedstrijden lang de rechtsbenige linksback van Feyenoord 1.

Hij speelde ook 27 keer voor het Nederlands elftal. Gisteren overleed Veldhoen op 66-jarige leeftijd.

Een van de laatste echte Feyenoorders werd hij genoemd. Want Cor kwam uit Zuid, het stadsdeel van Rotterdam waarmee Feyenoord onafscheidelijk is verbonden. Hij voetbalde op straat, op het Ericaplein in de wijk Bloemhof, net als veel andere latere junioren van Feyenoord. Veldhoen werd als tienjarige jongen lid van de club uit de Kuip, debuteerde op zijn zeventiende in het eerste elftal en stopte met voetbal op zijn 32ste, als Feyenoorder.

Feyenoorder wilde hij worden, Feyenoorder zou hij altijd blijven. Na zijn periode als speler was hij ook nog bestuurslid. ,,We waren allemaal opgegroeid met die club'', vertelde hij. ,,Mijn opa was Feyenoorder. En als jongetje ging je al aan de hand van je vader mee naar het Feyenoord-stadion. Dat was een vanzelfsprekendheid voor bijna ieder jochie op Zuid. En op zondag troffen al die Feyenoordertjes elkaar in de Kuip weer op vak P, het jongensvak.''

De ras-Feyenoorder groeide nabij het trainingscomplex Varkenoord op, ging op z'n 23ste op zichzelf wonen in één van de twee woningen op Varkenoord waar eerder verschillende Feyenoord-trainers hadden gewoond. Trainer Jaap van der Leck stelde Veldhoen, die bij de junioren indruk maakte als snelle technische bekwame stopperspil, op 17-jarige leeftijd op als rechtsback. Uitgerekend op Spangen tegen stadsrivaal Sparta. Feyenoord verloor met 4-0. Zes wedstrijden later werd de rechtsbenige verdediger overgeheveld naar de linksbackpositie, waar hij zich veertien jaar lang handhaafde.

Bijna al die jaren speelde Veldhoen als linksback achter linksbuiten Coen Moulijn. De soms geniale aanvaller Moulijn verdedigde nooit mee, wat hem regelmatig – en duidelijk te zien en te horen – op een scheldpartij van Veldhoen kwam te staan. ,,Als jij wat wat meer had meeverdedigd, had ik niet op mijn 31ste hoeven stoppen'', sneerde Veldhoen nog vaak. Waarop Moulijn dan antwoordde: ,,Wees nou blij dat je met mij mee mocht doen, want anders had je nooit in het Nederlands elftal gespeeld.''

Maar ze waren boezemvrienden. Toen in september 1965 Feyenoord in de Kuip voor de Europa Cup tegen Real Madrid speelde, werd Moulijn keihard door de Spanjaard Miera onderuit geschopt. Moulijn was zo kwaad dat hij meteen overeind kroop en Miera wraaklustig achterna snelde. Supporters klommen over de hekken om Moulijn te helpen. Veldhoen hielp mee, maar kreeg Miera niet te pakken. ,,Jammer'', verzuchtte Veldhoen later. ,,Ik had die gangster die Coen schopte wel eens goed willen pakken.'' Feyenoord won met 2-1, maar zou de uitwedstijd met 5-0 verliezen.

Veldhoen debuteerde in mei 1961 in het Nederlands elftal, in Leipzig, tegen Oost-Duitsland. Zijn laatste interland speelde hij in september 1967, ook tegen Oost-Duitsland. Hij wilde niet langer in Oranje spelen, maar zich als aanvoerder van Feyenoord richten op zijn club én zijn maatschappelijke loopbaan.

De grote jaren van Feyenoord maakte Veldhoen niet mee. Ook zijn afscheid was verre van groots; tijdens de Europa-Cupfinale van 1970 tegen Celtic hield trainer Ernst Happel hem tot het einde op de reservebank.