Een struisvogel in de Gazastrook

In de Gazastrook is nog nauwelijks iets hersteld van de schade die herhaalde Israëlische legeroperaties er hebben aangericht. Maar de enige dierentuin is herrezen.

Een diep verlangen naar normaliteit. Een blijk van ondernemersgeest in barre omstandigheden. Liefde voor dieren. Motieven te over voor de broers Mohammed en Fatiti Juma om in het Palestijnse vluchtelingenkamp Al-Brasil in de stad Rafah in de Gazastrook hun dierentuin voor de tweede maal van de grond af op te bouwen.

Van de zware Israëlische tanks die in mei 2004 tijdens operatie Regenboog dwars door het bijna 50 jaar oude Al-Brasil trokken en de enige zoo van de Gazastrook (én 167 huizen) verwoestten is geen spoor meer te bekennen. Op de plaats waar in mei 2004 alleen diepe tanksporen, verfrommeld staal, brokken beton en platgewalste schildpadden herinnerden aan de dagenlange invasie is achter een witte muur met vrolijk gekleurde tekeningen van tijgers, leeuwen en papegaaien een nieuwe dierentuin herrezen.

De bizarre beelden van destijds zijn nog niet vergeten: vluchtende struisvogels in de ongeplaveide straten en stegen, twee apen die over de muur van een naburige moskee klommen en jochies die trots paradeerden met papegaaien op hun schouders. Maar het nieuwe dierenparkje heeft in de zee van grijs beton en verwoeste huizen langs de Philadelphi-route, zoals de grens met Egypte heet, ook een hoog surrealistisch gehalte.

Fluisterzacht, want nog niet helemaal hersteld van een schotwond in zijn nek, vertelt Fatiti, van beroep vogelhandelaar, dat hij Israëlische infanteristen zag weglopen met kostbare papegaaien op de arm. Het leger was in die maand op zoek naar smokkeltunnels en Hamasmilitanten. Maar waarom de dierentuin vernietigd moest worden is door de legerleiding ondanks de belofte van een onderzoek nooit opgehelderd.

Fatiti vertelt dat hij de dierentuin graag zou willen uitbreiden met een olifant, een tijger, een kangoeroe en een paar chimpansees. ,,Hebben we toestemming voor. Alleen geen geld.'' De goedkoopste olifant kost al snel 40.000 dollar, rekent hij voor.

Er is plaats genoeg naast de schel piepende vogels, de struisvogel, de slangen, de gazellen en de pony in hun bescheiden hokken van blauwgeschilderd staal huizen. Vossen liggen te slapen in een walm van scherp geurende urine, een roofvogel zit roerloos in zijn krappe kooi. In een hok van glas ligt een kolossale python opgekruld. Zijn voer wordt gekweekt in een belendend hok waar tientallen muizen en ratten krioelen. In het midden sudderen twee miniatuurkrokodillen in een fontein in de warme middagzon. Er is geen dierenbescherming in Gaza.

Fatiti: ,,Na de invasie hebben we een paar maanden gewacht en toen zijn we begonnen met de wederopbouw.'' De verwoesting van de dierentuin trok in het voorjaar van 2004 de aandacht van India, Canada en een enkele Europese landen, die onmiddellijk financiële hulp aankondigden. ,,Daar hebben we tot nu toe nog niets van gezien'', vertelt Mohammed. Hij zegt 380.000 dollar te hebben geleend om de diergaarde te herstellen. Een enorm bedrag in Rafah en het wordt niet echt duidelijk hoe zij daar aan zijn gekomen. Leningen van banken, bijdragen van vrienden, eigen land verkocht, somt Mohammed op. Van de ,,boeven'' van de Palestijnse Autoriteit noch de islamitische organisaties heeft hij een cent ontvangen. Hamas zei dat hij als zelfstandig ondernemer het maar zelf moest zien te redden.

De broers denken deze investering renderend te kunnen maken door een toegangsprijs van één shekel (18 eurocent) te heffen. Nog los van de vraag hoe lang dat gaat duren, lijkt dat een erg optimistische verwachting. Opzettelijk of niet, de heropening van de enige dierentuin van Gaza is een goed bewaard geheim. Na de Ramadan, de islamitische vastenmaand, gaan de broers adverteren. ,,We verwachten duizenden kinderen en hun ouders,'' hoopt de energieke Mohammed, duidelijk de drijvende kracht achter de dierentuin.

Op deze oktobermiddag blijven de kinderscharen helaas voor de Juma's nog weg. Het maakt in deze maand van bezinning en loutering niets uit. Fatiti en Mohammed zijn blij dat zij de invasies hebben overleefd en anders dan duizenden anderen in Rafah hun huizen nog hebben. Zij wonen in een appartementengebouw waar de eerste twee verdiepingen worden bewoond door honderden schel piepende kanaries, mussen, gekleurde vogeltjes en papegaaien. Handelswaar in het eeuwenoude woestijnstadje dat door de grens in tweeën is gesplitst.

,,Tot de Israëliërs, God zij dank, de nederzettingen en militaire bases verlieten, konden de kinderen van Rafah niet eens naar het strand en was de dierentuin de enige vorm van vermaak. Er is niets voor de kinderen'', zegt Mohammed. De prestatie van de broers contrasteert in het landschap van Gaza met 1,4 miljoen overwegend arme en werkloze Palestijnen. De dierentuin is een van de weinige heropende voorzieningen. Bijna twee maanden na het Israëlische vertrek mag er van Israël nog geen vliegtuig landen op de luchthaven, mogen de vissers niet uitvaren en bestaat de zeehaven alleen nog maar op de tekentafel. De grenspost naar Egypte wordt opnieuw geschilderd, maar blijft voorlopig dicht en de puinhopen in de voormalige nederzettingen liggen onaangeroerd. Alleen in het voormalige Morag is tussen het puin de eerste steen gelegd voor de bouw van een appartementenbuurt, gefinancierd met 100 miljoen dollar van de Verenigde Arabische Emiraten.

Voor de Palestijnen is het nieuwe van een familiebezoekje of een sprokkeltochtje naar de ex-nederzettingen snel gesleten. De Gazanen intussen voelen zich nog altijd opgesloten in een grote, chaotische en steeds gevaarlijker gevangenis. Maar ze kunnen wél weer naar de dierentuin.