Deugnieten kunnen wel degelijk iets

Je moet leerlingen plaatsen in een omgeving die past bij het vak waarvoor ze leren, vindt het Albeda College. Dan vallen ze minder snel uit.

In de Rotterdamse haven past de school dat toe.

Hij wil er niets van horen, van de hoge uitval van jongeren in het beroepsonderwijs. Hij heeft al te vaak gehoord dat het beroepsonderwijs het afvoerputje van de samenleving is. Peter Otting windt zich op. ,,Deze jongens en meisjes hebben een topprestatie geleverd, als ze na een opleiding van 22 maanden kunnen lassen of verspanen. Daar mogen ze trots op zijn.''

Otting is verantwoordelijk voor de opleiding metaalbewerking van het Albeda college, niveau twee. Hij zit niet in een schoolgebouw. Otting, de staf van veertien docenten en hun 130 leerlingen zitten in een loods op het terrein van de sinds vorig jaar - weer - failliete Rotterdamse Droogdokmaatschappij (RDM). ,,Dit is wat het Albeda College met een mooie term een `context-rijke leeromgeving' noemt'', zegt Otting, gebarend. ,,Ik zeg het eenvoudiger: deze omgeving past bij het beroep.''

Doordat ze in hun omgeving zien waar ze voor leren, zijn leerlingen gemotiveerder en zullen ze minder snel uitvallen, is de filosofie van het Albeda College. Maar niet alleen de fysieke omgeving moet een gevoel geven voor het beroep. ,,Wij werken in een bedrijfsstructuur. Kwart over acht beginnen, en geen lulverhalen en uren of zelfs dagen later komen.''

De leerlingen maken ook `echte' producten, zoals onderdelen voor een windturbine in Taiwan. ,,Dat is toch leuk om te zeggen op een verjaardag.'' Hij wijst op een enorme kop van repen metaal die in de loods staat, en twee handen en voeten. Die hebben de leerlingen gemaakt in opdracht van kunstenaar Ger Bout. ,,Komt aan de Maas te staan. Een visser.''

De opleiding mag officieel een theoretische mbo-variant zijn, er wordt vooral praktijkles gegeven. ,,De leerling moet beseffen waarom hij bepaalde dingen moet weten. Vroeger kreeg je gewoon heel droog de stelling van Pythagoras, dat zegt deze leerlingen heel weinig.'' Nu is de theoriedocent erbij in de praktijk. ,,Dan kan hij bijvoorbeeld de oppervlakteformules behandelen als de leerlingen met platen staal werken.''

En dat werkt, zegt leerling Mark Vaags uit Den Haag, die bankwerker wil worden (,,afwisselend''). ,,De leraren geven veel voorbeelden. En ze leggen het ook echt zelf uit, niet via een boekje of zo.'' Niet allemaal, onderbreekt Pablo de Ruyter, wit trainingspak, capuchon op. Vaags knikt, hij weet kennelijk wie De Ruyter bedoelt.

Een ander uitgangspunt is dat leerlingen maar een paar vaste leraren hebben. Bij moeilijke leerlingen kan een persoonlijke band met de vakdocent soms het zetje zijn dat ze nodig hebben. Otting: je moet ervan uit gaan dat het je eigen zoon of dochter is. ,,Ik ga soms thuis langs als iemand ziek is. Heeft hij vage hoofdpijn, dan gaat hij gewoon mee terug naar de werf.'' Maar tegelijkertijd is de leerling ook een klant, zegt Otting, dus alles moet helemaal in orde zijn. Volgens bankwerker in spe Vaags wordt er weinig gespijbeld. ,,Het wordt goed bijgehouden, met presentielijsten. En ik vind het ook wel leuk om te komen. Het is hier gezellig.''

Natuurlijk is er ook uitval, zegt Otting. Van de 130 leerlingen vallen er zo'n 15 af. Dat kan allerlei oorzaken hebben: verhuizing, problemen thuis. ,,En ik stuur ook wel eens een leerling weg. Als-ie echt niet wil.''

Iets verder in de haven zit logistiek dienstverlener Vat Logistics. Bestuurder Charley Dietvorst is een van de voortrekkers van het nieuwe project van het Albeda College in de haven, dat in februari van start gaat. Twintig leerlingen van de richting `internationale handel' zullen vijf maanden stage lopen bij Vat en andere bedrijven op het terrein bij Eemhaven. Ze volgen ook hun theorielessen op het terrein, in plaats van op school. ,,Hier leren ze wat werken in deze sector betekent'', zegt Dietvorst.

Bij Dietvorst aan tafel zit Frans Verbraak, bij de afdeling economie van het Albeda College onder andere verantwoordelijk voor de contacten met bedrijven. ,,De docent leert er ook veel van, door te zien wat er in de praktijk gebeurt. Dat bereik je alleen als je dicht bij de bedrijven zit. Letterlijk.''

Verbraak zegt dat het Albeda College vroeger te terughoudend is geweest in de samenwerking met bedrijven. ,,Past niet in het programma, zeiden we dan.'' De havenbedrijven willen wel, heeft hij gemerkt. Door de verschuiving van fysiek naar commercieel werk zoeken bedrijven leerlingen met een economische achtergrond. Dietvorst doet mee omdat het traditie is bij VAT om medewerkers van onderaf op te leiden.