De wind filmt in Alonso's `Los muertos'

De camera wordt maar niet scherp gesteld, dan even wel, en dan weer niet. Er komt groen in beeld, het zijn bladeren, het is weer groen, bladeren; het licht erachter is fel. Naar de grond gaat het. Bruin. Takjes. Modder. Een been, een arm, weer takjes, een ander been, een romp, bloed. En dan weer takjes. De eerste beelden van Los muertos zijn van een verwarrende schoonheid. Het is of de camera in de Argentijnse jungle niet door een mens wordt gehanteerd. Op de een of andere manier is dat een opluchting, net als het in The Hitchhiker's Guide to the Galaxy, een opluchting was dat de aarde al na een paar minuten werd opgeblazen. Eindelijk van onszelf verlost. In Los muertos, een film in een heel ander genre, wordt de aarde niet opgeblazen, maar zijn we wel van de menselijke blik verlost. De camera is meegenomen door een dier of zelfs dat niet. De wind filmt. Er is geen verschil tussen een dood mens, een plant of wat modder; alles lijkt bij toeval in beeld te komen.

Los muertos is de tweede film van de jonge Argentijn Lisandro Alonso (Buenos Aires, 1975). Zijn debuut La libertad ging in 2002 in première op het Rotterdams filmfestival. In die film toonde Alonso een dag uit het leven van een houthakker, die weinig spectaculairs beleeft. Hij hakt hout, hij slaapt, poept, koopt een blikje Fanta, doodt een gordeldier en eet het op.

In Los muertos zien we een andere, oudere man, vergelijkbare dingen doen. Hij haalt honing uit een boom, hij slacht een geit, hij roeit een boot. Het zijn handelingen die gefilmd zijn alsof ze louter uit instinct voortkomen.

Los Muertos lijkt soms op een natuurfilm, waarvan niet een leeuw, een aap of een mier het onderwerp is, maar een mens. Deze man is een dier; Los muertos zou zo kunnen worden uitgezonden op Discovery Channel of het kanaal van National Geographic.

Een verschil met La libertad is dat in Los Muertos ook het camerawerk af en toe ontmenselijkt lijkt. Een ander verschil is dat deze tweede film wel een plot heeft, hoe summier ook. Los muertos begint na de proloog in de jungle in een gevangenis, een dag voor Argentino Vargas weer een vrij man wordt. De suggestie wordt gewekt dat deze Vargas gezeten heeft voor de moord.

Vargas roeit vervolgens in een klein bootje over een grote rivier naar zijn dochter, die ergens op de dichtbegroeide oever moet wonen. Aan het eind van de reis is er weer de suggestie van geweld.

Door deze plot blijft een groots effect zoals van de eerste film uit. Bij La libertad was het ondanks de exotische locatie niet moeilijk de film te verbinden met je eigen leven, om van een gordeldier naar de slager te gaan en van houthakken naar achter een computer zitten. In het hoofd van de kijker ontstond een tweede film met zichzelf als onderwerp.

Het kan zijn dat Alonso voor het gebruiken van traditioneel verhalende elementen in zijn tweede film goede redenen heeft gehad, maar het lijkt erop dat hij de makkelijkste manier heeft gekozen om enige spanning in zijn film te brengen. Daar is geweld altijd goed voor.

Toch is het spijtig dat Los muertos geen regulier bioscooproulement is vergund. De film wordt samen met twee andere Argentijnse films uitgebracht door het Rotterdams filmfestival. In 29 steden is hij dan één keer te zien. Een schande is het niet, wel verschrikkelijk jammer.

Los muertos. Regie: Lisandro Alonso. Met: Argentino Vargas. Samen met Los Mantenidas sin suenos van Vera Fogwill en Martin Desalvo en Ronda Nocturna van Edgardo Cozarinsky uitgebracht in de `Tigers on Tour'. In 30 bioscopen (tournee tot 5 februari 2006). Inl. www.filmfestivalrotterdam.com 010-8909090.