China trots op reis in de ruimte

China heeft vandaag voor de tweede maal in zijn geschiedenis een bemande ruimteraket gelanceerd. Op de staatstelevisie was rechtstreeks te volgen hoe de Shenzhou VI, met aan boord de astronauten Fei Junlong en Nie Haisheng, vanuit de Gobi-woestijn werd gelanceerd. Bij China's eerste bemande ruimtevlucht in 2003, toen nog met één astronaut aan boord, durfde China het nog niet aan om rechtstreekse beelden te tonen.

De lancering, die werd bijgewoond door de Chinese premier Wen Jiabao, viel samen met de afsluiting van een vierdaags plenum van het 354 leden tellende Centraal Comité van de communistische partij in Peking. Daar werd gisteren een nieuw vijfjarenplan aangenomen, waarin China's leiders de nadruk leggen op betere zorg voor het milieu en op het verkleinen van de groeiende tegenstellingen tussen arm en rijk. Zo wil de partijleiding voorkomen dat zij haar greep op het land verliest.

China's dure ruimtevaartprogramma lijkt op het eerste gezicht hoog boven deze aardse doelstellingen verheven, maar is dat niet. Het is niet alleen een symbool van China's groeiend zelfvertrouwen en toegenomen wetenschappelijk kunnen, het versterkt vooral het nationalisme als een van de belangrijkste bindende elementen in een steeds sterker verdeelde samenleving.

Zo gezien vormt de lancering als de verbeelding van China's nationale kracht een passende kroon op het partijplenum. ,,Jullie zullen opnieuw aantonen dat het Chinese volk de wil, het zelfvertrouwen en het vermogen heeft om zonder ophouden wetenschappelijke pieken te bestijgen'', zei premier Wen bij de lancering tegen de astronauten.

Het ruimtevaartprogramma, dat op een nog onbepaalde datum moet uitmonden in de eerste Chinese man op de maan, vervult verreweg de meeste Chinezen, zowel arm als rijk, met grote trots. Mede door het gebrek aan persvrijheid verschijnen er geen artikelen die de vraag durven stellen of de ruimtevaart wel zoveel prioriteit verdient in een land waar goede scholing en medische zorg voor een groot deel van de bevolking onbetaalbaar is geworden.

Ook doet het in de Chinese pers het onderbelichte feit dat de ruimteschepen vooral voortbouwen op het ontwerp van de oude Russische Sojoez-raketten niets af aan China's trots. De Sojoez werd in 1966 voor het eerst getest, nadat de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten al in 1961 hun eerste bemande ruimtevlucht uitvoerden.

China behoort sinds 2003 tot de drie landen ter wereld die een eigen ruimtevaartprogramma hebben, en dat is het belangrijkste feit voor het land dat zich steeds meer als grootmacht naast Amerika presenteert. Als alles volgens plan verloopt, landt de Shenzhou VI over vijf dagen in het noordelijk gedeelte van de Noord-Chinese provincie Binnen-Mongolië.