Beter toezicht op 550 miljard euro

Vakbonden en werkgevers waren jaren tegen, maar het lijkt nu onontkoombaar. Goed beheer van 550 miljard euro pensioengeld krijgt een wettelijke basis.

Iedereen heeft 't, maar de pensioenwereld staat nog met lege handen.

Als beduidende aandeelhouders in het (inter)nationale bedrijfsleven ijveren Nederlandse pensioenfondsen met verve voor beter bestuur en onafhankelijk toezicht op de ondernemingen waarin zij het geld van hun pensioengerechtigden investeren. Maar de pensioenwereld zelf, goed voor 550 miljard euro belegd vermogen, loopt achter bij het opstellen van een eigen, bindende code voor goed pensioenfondsbestuur.

Het bedrijfsleven heeft de code-Tabaksblat, zorginstellingen hebben een nieuwe code voor goed bestuur, woningcorporaties, de culturele sector, en ook de goededoelenorganisaties hebben er een. Gisteren kwam de pensioenwereld met enige maanden vertraging met een voorstel.

Beter bestuur, beter toezicht en betere verantwoording aan werknemers en gepensioneerden moeten meer vertrouwen geven in het knusse bolwerk van pensioenfondsen. Negen van de tien werknemers krijgt pensioen. Bovendien maakt de vergrijzing het gewicht van ouderen groter.

Het concept dwingt pensioenfondsen tot de principes van goed bestuur, zegt voorzitter G. Verheij (werkgeversorganisatie VNO-NCW) van de werkgroep van werkgevers, vakbonden, pensioenfondsen, verzekeraars en ouderen die de code heeft voorbereid. Het concept geeft pensioenfondsen geen dwingende oplossing, maar een keuzemenu voor de manier waarop zij beter bestuur willen organiseren. Toezicht via onafhankelijke commissarissen, of toezicht binnen het bestuur, of een regelmatige visitatie. De Nederlandsche Bank moet daarop gaan toezien.

Het is niet alleen de tijd die dringt. Ook de geloofwaardigheid van de bestuurders in de pensioenwereld heeft een knauw gekregen. Eind 2002 maakten werkgevers, vakbonden en ouderenorganisaties afspraken over meer invloed van gepensioneerden. De uitkomst van de tussentijds evaluatie is ,,uitermate bedroevend'' zegt M. Broekhuijsen, onderhandelaar namens CSO, de verenigde ouderenorganisaties. Het doel was dat 65 procent van de pensioenfondsen zijn zaken beter zou regelen, de uitslag is dat zo'n 40 procent aan de afspraken voldoet. De verzamelde werkgevers, vakbonden en CSO reageren in een gezamenlijk persbericht ,,teleurgesteld'' op het resultaat.

De afspraak was dat men bij het kabinet om wetgeving zou vragen als het resultaat tekortschoot. ,,Die kans is nu behoorlijk'', erkent Verheij. FNV-onderhandelaar P. Gortzak denkt er ook zo over.

De vakbonden en werkgevers verzetten zich om verschillende redenen al jaren tegen grotere macht van ouderen in het bestuur van de fondsen. ,,Alles mag veranderen, als het maar hetzelfde blijft'', zegt Broekhuijsen van de ouderenorganisaties over de stemming in het verleden.

Werkgevers en vakbonden zijn de dominante beslissers in de besturen. Bij pensioenfondsen die voor individuele ondernemingen werken zijn overigens de afgelopen jaren ook gepensioneerden in het bestuur benoemd.

De vakbonden en werkgevers vrezen voor openlijke belangenconflicten met de ouderen wanneer die ook echte macht krijgen. Conflicten over de jaarlijkse vaststelling van de premies, bijvoorbeeld, of de welvaartsvaste toeslag (indexatie) van pensioenen.

In de jaren negentig gaven werkgevers en vakbonden zichzelf jaarlijks aanzienlijk lagere premies dan nodig was voor een goed pensioen. Het verschil betaalden zij uit het rendement op het pensioengeld. Deze ondermaatse premies zijn een van de oorzaken voor de pensioencrisis in 2002 die heeft geleid tot massale versobering van pensioenregelingen en het schrappen van indexaties.

Eind 2002 spraken vakbonden, werkgevers en ouderenorganisaties af dat gepensioneerden meer invloed zouden krijgen in besturen of in zogeheten deelnemersraden. Dat is een zwakke variant bij pensioenfondsen van een ondernemingsraad in het bedrijfsleven.

De afspraken over zeggenschap werden, net als in 1997, vastgelegd in een convenant dat halverwege de looptijd zou worden geëvalueerd. Dat was per eind juni. De pensioenwereld hield zich op grote schaal niet aan de belofte van meer invloed voor ouderen, leert de evaluatie. Bij fondsen die zich wel aan het convenant hielden, klopte de uitvoering regelmatig niet. De onderhandelaars bij de code moeten nu hun achterbannen winnen. Een hele klus, zeggen diverse betrokkenen. De abstractheid van een code met zoveel nieuwe keuzes maakt besturen complexer. ,,Zelfs voor wie in de onderhandelingsgroep zit, is het moeilijk te volgen'', vindt Broekhuijsen van het CSO (ouderen).

Ook minister De Geus (Sociale Zaken, CDA), die de pensioenwereld vorig jaar de duimschroeven aandraaide om met een code te komen, moet akkoord gaan. En in de bovenste la van Tweede-Kamerlid Bakker (D66) ligt nog een wetsontwerp voor meer invloed van gepensioneerden.