Amerikaanse krantenlezer wordt ouder

Voor het eerst in de geschiedenis is de gemiddelde leeftijd van de krantenlezer in de Verenigde Staten boven de 55 uitgekomen. Dat blijkt uit onderzoek van de Carnegie Corporation, een organisatie die zich richt op het bevorderen van de verspreiding van kennis.

Ook de totale oplage van de verzamelde Amerikaanse dagbladen neemt af. In 1985 werden er nog 63 miljoen per dag gedrukt. Nu zijn dat er niet meer 55 miljoen. Relatief gezien is de daling nog dramatischer. In 1950 was er sprake van een marktpenetratie van 123 procent van de Amerikaanse huishoudens. Dat betekent dat bijna een kwart van de gezinnen meer dan één krant had. Anno 2005 is dat percentage gezakt tot 51 procent. De opkomst van nieuwsvoorziening op internet heeft verstrekkende gevolgen voor de gedrukte media in de VS. Vooral jongeren raadplegen het web.

Curieus genoeg gaat de afkalving van het lezersbestand van de kranten hand in hand met een groei van de winst. In 2004 bedroeg die gemiddeld, na belastingen, 20,5 procent. Dat is twee keer zoveel als de gemiddelde winst van de bedrijven die genoteerd staan in de Fortune 500.

Verder doet de krant het niet slecht ten opzichte van de tv. Dat laatste medium lijkt meer last te hebben van de opkomst van internet. De Star Tribune uit Minneapolis weet te melden dat de meeste Amerikaanse kranten in hun thuismarkt een groter aandeel hebben dan welk tv-programma.

Ook in Nederland hebben dagbladen te maken met ontlezing. De oplage van NRC Handelsblad daalde van 256.000 in het tweede kwartaal van 2004 tot 246.000 in het tweede kwartaal van dit jaar. De oplage van het Algemeen Dagblad daalde tot van 291.000 tot 265.000 en die van de Volkskrant van 304.000 tot 287.000. Ook bij Nederlands grootste krant, De Telegraaf, daalde de oplage van 738.000 tot 703.000. Alleen Trouw (ca. 100.000 stuks) boekte een oplagewinst van 1479.