Alarm

Enkele dagen geleden was ik in een restaurant met een vriend verwikkeld in een discussie over de jaarlijke griepprik – ik was voor, hij tegen – toen een kennis van hem, een vrouw van een jaar of zestig, aan ons tafeltje kwam zitten. Het was een kleine, nogal flets geklede vrouw met een melancholieke oogopslag.

Ze hoorde ons even aan en zei toen: ,,Niet écht een kwestie van leven of dood, heren.''

Wij vielen bedremmeld stil. Toen zei mijn vriend: ,,Griep kan wel degelijk slachtoffers maken.''

,,Natuurlijk, in extreme situaties'', zei ze. ,,Maar ik heb andere zorgen.''

Ze wenkte gelukkig eerst nog een ober om ons een drankje aan te bieden, voordat ze aan een exposé over haar zorgen begon. Er zijn weinig onderwerpen waar een mens zó graag over praat. Zorgen zijn zijn trouwste vrienden, zonder hen was hij gedoemd tot een, hoe paradoxaal het ook klinkt, zorgelijk bestaan.

,,Mijn dochter zit in New York'', zei ze, ,,ik heb haar vanmorgen nog aan de telefoon gehad. Dat was niet makkelijk.''

Ze speurde naar een reactie op onze gezichten. Ik moest diep nadenken. Had ik iets gemist?

,,Ik heb haar gesmeekt de metro te mijden'', vervolgde ze. ,,Ik betaal al je taxi's wel, heb ik gezegd.''

Ach, natuurlijk, de verhoogde alarmfase in de metro van New York.

,,Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft het al een beetje gerelativeerd'', zei mijn vriend.

Die wijsheid had hij beter voor zich kunnen houden.

,,Wees niet zo naïef, autoriteiten zeggen zo veel'', zei de vrouw bozig. ,,Ik maak me al zo lang zorgen, ook hier in Nederland. Neem nou al die ontsporingen en storingen bij de Spoorwegen. Ik ben ervan overtuigd dat daar méér aan de hand is.''

,,Wat dan?'' vroegen wij in koor.

De ober kwam onze drankjes brengen. Hij droeg een te strak, smoezelig T-shirt over een uitpuilende buik. Ober, wat een hopeloos ouderwets woord is dat geworden, dacht ik. Maar is er een beter woord? Vrouwen kun je nog serveersters noemen, maar bij serveerders denk je toch eerder aan Roger Federer.

,,Er wordt veel voor ons verzwegen'', onderbrak de vrouw mijn belangwekkende gedachtestroom. ,,Ze willen ons niet banger maken dan we al zijn. Ik zie er de hand van Al-Qaeda in. Het zijn afleidingsmanoeuvres. Ze doen alsof ze het spoor op de korrel willen nemen, en als alle veiligheidsmaatregelen daarop gericht zijn, slaan ze elders toe.''

,,Waar dan?'' vroeg ik.

,,Wat dacht je van Schiphol? Of het Binnenhof?''

Ze werkte een hele reeks mogelijkheden af, die ik de lezer zal besparen om hem niet nodeloos ongerust te maken. Ze rondde haar opsomming af met de verzuchting: ,,Jullie zullen straks wel zeggen: `Dat wijf is gek', maar wij spreken elkaar nog nader.'' Even later nam ze haastig afscheid.

,,Is dat wijf gek?'' vroeg ik toen ze op veilige afstand was.

,,Oordeel niet te snel'', zei mijn vriend. ,,Ze heeft al een ander kind verloren en haar man is vertrokken. Ze is niet gek, ze is alleen.''