Actieplan tegen illegale industrie

De `namaakeconomie' floreert. De Europese Commissie presenteerde gisteren een nieuw plan in de strijd tegen nagemaakte goederen.

De Europese Unie kan wel miljarden in onderzoek en ontwikkeling investeren, maar wat is de zin daarvan als goederen op grote schaal worden nagemaakt en intellectuele eigendommen geschonden? Onlangs kwam deze vraag op tafel in een hoorzitting in het Europees Parlement met een van de eurocommissarissen over globalisering. Gisteren presenteerde eurocommissaris Lásló Kovács (Belasting en Douane) een nieuw actieplan om de strijd tegen de steeds omvangrijker namaak op te voeren.

Een paar cijfers. Vorig jaar werden in de EU 103 miljoen namaakgoederen in beslag genomen, een stijging met 12 procent ten opzichte van 2003 en bijna tien keer zoveel als in 1998. En dat is niet alleen het gevolg van effectiever douane-optreden. De economische schade valt niet te onderschatten. Volgens een studie van de Oeso uit 1998 was namaak goed voor 5 à 7 procent van de wereldhandel ofwel 250 miljard euro per jaar. In Europa gingen hierdoor 200.000 banen verloren. Gezien de stijging van inbeslagnames moet de economische schade inmiddels een stuk hoger liggen. Het World Economic Forum schatte de jaarlijkse schade door namaak en schending van intellectuele eigendom (piracy) in 2003 op 450 miljard euro, ongeveer net zoveel als het nationaal inkomen van Nederland. Overheden lopen ook miljarden aan belastingen mis, omdat de `namaakeconomie' zich in het zwarte circuit afspeelt.

Het soort goederen dat wordt nagemaakt is de laatste jaren sterk veranderd. Het gaat al lang niet meer overwegend om luxe goederen als parfums of dure horloges. De namaaksector is een echte industrie met massaproductie. Van voedingsmiddelen, kleding en computerspellen tot huishoudelijke artikelen, sigaretten en auto-onderdelen. Sommige producten vormen een gezondheids- en veiligheidsrisico. Door de technische verfijning zijn valse producten vaak moeilijk van echt te onderscheiden. De marges zijn kleiner dan bij luxe producten, maar door de grote volumes valt er veel geld mee te verdienen. Voor criminelen vormen de activiteiten een dekmantel voor witwaspraktijken. Ook terroristische groepen zouden bij de namaakeconomie zijn betrokken. Volgens commissaris Kovács beschouwen criminelen het als de sector met ,,lage kosten en een laag risico'', waardoor er vaak meer mee te verdienen valt dan met drugshandel.

Om de oorsprong te verdoezelen maken goederen vaak een grote omweg. Zo kwamen in China gemaakte `Mercedes-onderdelen' onlangs via Libanon, de Verenigde Staten en Finland uiteindelijk in Rusland terecht. Zulke praktijken maken volgens Kovács duidelijk dat voor de bestrijding van namaak een wereldwijde aanpak nodig is. Door de groeiende transithandel met namaakgoederen zijn ook de VS en Japan `risicolanden' geworden. De handel via internet vormt een apart probleem.

Onderdeel van de Europese aanpak is het afsluiten van overeenkomsten voor douanesamenwerking en gegevensuitwisseling met derde landen. Vorig jaar kwam zo'n overeenkomst tot stand met China. Over soortgelijke akkoorden wordt nu ook gepraat met landen als India, Japan en andere Aziatische landen en het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur. Het moet nog blijken of de overeenkomst met China, dat vorig jaar verantwoordelijk was voor ruim de helft van Europese inbeslagnames van namaakgoederen, echt zal werken. In november komt het samenwerkingscomité voor het eerst bijeen. ,,Ik heb er hoge verwachtingen van'', zei Kovács.

Maar volgens hem is een veel bredere aanpak nodig, omdat namaakgoederen via internationale netwerken over de hele wereld worden getransporteerd. Zo zijn douaneautoriteiten volgens de huidige regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) over intellectuele eigendom alleen verplicht bij importhandel op namaakgoederen te controleren en niet bij export of doorvoer. Die WTO-regels moeten dus worden aangepast, maar dat zal tijd kosten. Kovács wil met zijn actieplan al op korte termijn meer resultaat boeken. Betere informatie-uitwisseling tussen douanes en meer samenwerking met het bedrijfsleven zijn speerpunten.

Niet dat de Commissie de afgelopen jaren heeft stilgezeten. Vorig jaar werd een EU-verordening van kracht die douane-autoriteiten meer armslag geeft bij verdenking van namaak en piracy. Ook kunnen kleinere bedrijven gemakkelijker om actie vragen. Volgend jaar wordt bovendien een EU-richtlijn van kracht die de 25 lidstaten verplicht afschrikkende en proportionele straffen toe te passen. Daarmee moet worden voorkomen dat de criminelen de EU met namaakgoederen overspoelen via lidstaten waar de straffen laag zijn. Om dezelfde reden wil Brussel ook nationale strafwetten harmoniseren, maar dat ligt politiek nogal gevoelig. De bal ligt vooral bij de lidstaten zelf. In sommige lidstaten moeten bedrijven zelf voor de kosten van vernietiging van namaakgoederen opdraaien, omdat hun regering een vrijwillige EU-regeling hierover niet toepast. Dat weerhoudt die bedrijven er soms van actie te ondernemen.

Kovács sprak gisteren van de noodzaak ,,onze krachten te mobiliseren tegen de criminele netwerken die zeer slim zijn in het omzeilen van controles''. Maar het succes hangt niet alleen af van overheden. Uit een enquête bleek dat 40 procent van de consumenten bij keuze tussen een duurder merkartikel of een goedkoper namaakartikel zou overwegen de namaak te kopen.