Worstelende wetenschappers

,,Iedere prozaschrijver in Ierland krijgt te maken met de schaduw van Joyce en Beckett'', zei de Booker Prize-winnaar John Banville elf jaar geleden in een interview met deze krant. ,,Ze staan, groot en dreigend als de beelden op Paaseiland, over je schouder te kijken naar wat je doet.''

De Ier John Banville (1945) werd geboren als zoon van een garagehouder in Wexford. Na enkele baantjes in de journalistiek, onder meer bij de Irish Times, debuteerde hij in 1970 met de verhalenbundel Long Lankin. Grotere bekendheid kreeg John Banville met een romancyclus over grondleggers van de natuurwetenschappen: Doctor Copernicus, waarvoor hij in 1976 de James Tait Black Memorial kreeg, Kepler (1981, Guardian Ficton Prize) en The Newton Letter (1982, Guinness Prize).

Zijn twee succesrijkste romans vóór het nu met de Man Booker Prize bekroonde The Sea waren The Book of Evidence (1989, genomineerd voor de Booker Prize), over een gedesillusioneerde wetenschapper, en The Untouchable (1997), waarvoor hij zich liet inspireren door het levensverhaal van Anthony Blunt, de Britse kunstkenner die dubbelspion bleek. Ook recente romans als Eclipse (2001) en de liefdesroman Shroud (2002) gaan over personages die kampen met identiteitscrises. ,,Al mijn boeken gaan over mensen die het volle leven niet kunnen leiden,'' zei Banville.

En: ,,Zodra ik geen fictie meer schrijf, merk ik hoezeer het gedrag van andere mensen me verbaast. Ik schat mensen verkeerd in en wordt voortdurend verrast door hun motieven. Ik geloof niet dat schrijvers veel van andere mensen of van het leven in het algemeen afweten. Ik spendeer mijn tijd door langdurig alleen in een kamer te zitten en verhaaltjes te schrijven. Dat is toch geen normale activiteit?''

Voor een bespreking van de Booker Prize-nominaties, waaronder The Sea, zie www.nrc.nl/kunst