Over pompen en ventielen

Iedereen weet dat je sneller gaat op een fiets met harde dan op een fiets met zachte banden. Maar hoe hard is hard en kan het harder? Welke fietspomp moet je daarvoor kopen?

Het zijn vaak de eenvoudige remedies die het beste helpen. Neem het fietsen. Wie zijn fiets te zwaar vindt trappen kan een paar dingen doen. Aan zijn conditie gaan werken. Een lagere versnelling inschakelen. Een nieuwe fiets met superlicht frame en 28 versnellingen kopen. Dat helpt allemaal. Maar het best helpt waarschijnlijk iets anders: de banden flink oppompen.

De fiets rijdt met opgepompte banden veel lichter, de banden slijten minder en bovendien is het risico op lekke banden geringer. Heel effectief en dankbaar dus, dat pompen. Toch slagen de meeste fietsers er niet in hun banden op druk te brengen. Een doorn in het oog van fietsfabrikanten, bandenfirma's en pompenmakers, die tegenwoordig met allerlei nieuwe producten de fietser te hulp snellen.

Een van de hinderpalen op de weg naar een lichtlopende fiets is de klassieke fietspomp. Veel mensen hebben thuis zo'n zwarte pomp op een houten plank, met een roze slangetje en een knijper. Ze pompen door totdat ze met hun duim voelen dat de band keihard is, en rijden dan opgelucht weg.

Maar dat is geen goede strategie, want bandendruk is moeilijk voelbaar. Op een normale stadsfiets is drie of vier bar een aardige waarde. Wie op een sportieve fiets rijdt met wat smallere banden moet zijn banden al gauw oppompen tot vijf à zes bar. Wielrenners gaan wel tot acht of negen bar. De duim is dan al lang geen bruikbaar meetinstrument meer, want boven de twee bar voelen alle banden even hard aan. Er zit niets anders op: net als bij de auto moet er een pomp met manometer aan te pas komen. Ze zijn tegenwoordig te kust en te keur te koop, van grote voetpompen tot pompjes die in de jaszak passen en meestal zijn ze geschikt voor verschillende ventieltypen.

Pompen met assistentie van een manometer levert een verrassend inzicht op: een fietsband moet héél hard worden opgepompt, vele pompslagen voorbij het punt waarop je vroeger ophield. De beloning is een andere fiets, die veel lichter rijdt en ook een ander stuurgedrag heeft. Wel gaat alles wat toch al een beetje los zit onmiddellijk flink rammelen.

Dat een harde band lichter rijdt, komt doordat die een lagere rolweerstand heeft. Een zachte band wordt voortdurend flink vervormd als hij in contact met de straat komt, en dat kost energie. Die voortdurende vervorming is trouwens ook de reden dat een zachte band veel minder lang meegaat.

Smalle bandjes hebben weer minder rolweerstand dan brede banden – althans, dat denken veel mensen. In werkelijkheid rijdt een brede band juist lichter, en dat komt doordat een smalle band vooral in de lengte vervormt, en dat is voor de rolweerstand net iets ongunstiger dan wat een brede band doet: vooral in de breedte vervormen.

Dus die wielrenners met hun smalle bandjes zijn het slachtoffer van een hardnekkig misverstand? Nee, want het bovenstaande geldt alleen voor gelijke bandenspanning. Smalle banden kun je veel harder oppompen. Bij dezelfde druk belast een hard opgepompte, brede band de snaren in zijn `hiel' en de velg waarop hij is gemonteerd veel zwaarder dan een smalle band. In de band zitten twee snaren (of staaldraden) in de randen (hiel), die de band in de velg houden.

Als de brede band al van de velg knapt, kan er bij de smalle band nog heel wat lucht bij. Het gevolg is dat een hard smal bandje met zó weinig vierkante centimeters op de straat drukt, dat de rolweerstand iets gunstiger is. Het comfort is weer minder, maar daar is het de sportieve fietser natuurlijk niet om te doen. Bovendien zijn smalle banden lichter en is de luchtweerstand geringer. Maar, zeggen de bandenfabrikanten, bij normale snelheden, tot zo'n 20 km per uur, rijden brede banden eigenlijk veel beter.

Mits je ze dus op de juiste spanning houdt. De aanbevolen bandenspanning staat meestal aan de zijkant van de band. Vaak wordt de druk in psi opgegeven (pounds per square inch), maar meestal staat er ook een getal bij met het woord bar of kPa (kilopascal). Honderd kPa is één bar, dus als er 620 kPa staat, moet de band tot 6,2 bar worden opgepompt. De meeste manometers op fietspompen hebben overigens schalen die zowel bars als psi aangeven. En anders zijn er op internet wel omrekentabellen te vinden.

Een probleem bij het bepalen van de bandenspanning is dat niet alle fietsventielen geschikt zijn voor de drukmeting. Dat geldt bijvoorbeeld voor het type ventiel dat nog op veel Nederlandse fietsen zit: het klassieke Dunlop-ventiel, het ventiel dus waar de klassieke fietspomp met de knijper op past. Noch het ventieltype dat met een ventielslangetje is uitgerust, noch het nieuwere type dat veel gemakkelijker pompt en dat met een klepje werkt (het zogeheten flitsventiel) staat het meten van druk toe. Als je ze met een moderne pomp met meter oppompt zie je tijdens het pompen de meter wild uitslaan, maar in ruststand keert de wijzer meteen weer naar de nulstand terug. Het zijn ventielen die hun taak heel letterlijk opvatten en niet bereid zijn zich open te stellen voor de luchtmeting.

Dat kan overigens wel bij het steeds vaker opdoemende Presta- of Sclaverand-ventiel. Dat ventiel is een paar millimeter dunner en daarom veel geschikter voor de smalle velgen van sportieve fietsen. Het Presta-ventiel werkt met een klepje dat door de druk in de band op zijn plaats wordt gehouden, maar door het indrukken van een staafje de lucht weer laat ontsnappen.

Om te voorkomen dat dit ongepland gebeurt, kan het staafje met een moertje worden vastgezet. Bij het pompen draai je het moertje los, en de pomp duwt het staafje naar binnen. Omdat het ventiel nu voortdurend openstaat kan de druk in de band ook steeds gemeten worden. Hetzelfde kan, zoals iedere automobilist weet, met een autoventiel, waarvan de officiële naam Schrader-ventiel is en waarmee veel mountainbikes zijn uitgerust. In het autoventiel wordt het klepje niet door een moertje op zijn plaats gehouden, maar door een veertje. Indrukken van het dunne staafje in het midden laat het klepje opengaan. Het sissende geluid dat zich dan laat horen is iedere schooljongen bekend. En ook dit type ventiel staat het meten van de druk toe.

Blijft dus over het Dunlop-ventiel – waarmee dat niet kan. Dat wil zeggen, tot voor kort. Bandenfabrikant Schwalbe rust zijn fietsbinnenbanden tegenwoordig uit met een Dunlop-ventiel dat in zijn inwendige ook een veertje heeft dat met een staafje kan worden ingedrukt. Drukmeting is nu dus mogelijk.

Blijft het probleem dat veel fietsers die zich voortbewegen op rijwielen met Dunlop-ventielen zich meestal ook behelpen met een klassieke pomp, zonder manometer, en dus over de druk in het duister tasten. Maar daar heeft fietsfabrikant Batavus weer iets op gevonden. Op het Schwalbe-ventiel past een klein opzetstukje dat achter een glaasje rood, geel of groen verkleurt. Rood is te zacht, geel is halfzacht en bij groen staat de band op 3,5 bar. Genoeg voor een degelijke, brede fietsband, en veel harder dan met de duim valt te meten.

Deze en andere producten zijn van vrijdag 21 tot en met maandag 24 oktober te zien op de beurs voor sportief fietsen Bike Motion, in de Utrechtse Jaarbeurshallen.