Onvrede in Zuid-Azië over hulp na beving

In het zaterdag door een aardbeving getroffen gebied in India en Pakistan groeit de onvrede over de hulpverlening door de overheid. De meeste slachtoffers, onder wie 45.000 gewonden, bivakkeren drie dagen na de ramp nog zonder voedsel, water en medische zorg in de open lucht. In Muzaffarabad, de zwaargetroffen hoofdstad van Pakistaans Kashmir, gingen winkeleigenaars gisteren plunderaars met stokken en stenen te lijf.

,,We doen alles wat menselijkerwijs mogelijk is'', pareerde president Musharraf de kritiek. ,,Er zou nu geen discussie over de schuldvraag moeten zijn.'' Het team van de Verenigde Naties dat de hulpverlening coördineert viel hem bij: ,,In situaties als deze komt de hulp nooit snel genoeg op gang'', aldus een woordvoerder.

Inmiddels wordt gewerkt aan een grootscheepse noodhulpoperatie. Het Wereldvoedselprogramma WFP zet een luchtbrug op voor de levering van hulpgoederen aan over land onbereikbare gebieden in Noord-Pakistan. Tientallen vrachtwagens met hulpgoederen zijn vanmorgen vertrokken naar Muzaffarabad, nadat het leger de wegen had vrijgemaakt. Het Indiase leger dropt voedsel en lijkwades boven afgelegen dorpjes in Indiaas Kashmir. De internationale gemeenschap heeft honderden miljoenen dollars aan donaties toegezegd. Militaire helikopters van het Amerikaanse leger in Afghanistan zijn naar Pakistan gestuurd.

Gisteren accepteerde Pakistan de door India aangeboden 25 ton aan hulpgoederen. Eerder weigerde het land de inzet van Indiase helikopters en wilde het ook niet meewerken aan een gezamenlijke hulpoperatie in het door beide landen opgeëiste Kashmir.

De 26 NAVO-landen bespreken vandaag het Pakistaanse verzoek om steun van de NAVO-missie in Afghanistan, die zou bestaan uit inzet van helikopters en manschappen en het overbrengen van hulpgoederen uit opslagplaatsen in Europa. Duitsland, dat deelneemt aan de NAVO-missie, stuurde gisteren al manschappen.

Over het dodental bestaat grote onduidelijkheid. Een Pakistaanse legerwoordvoerder sprak vandaag van 35.000 tot 40.000 doden. De regering houdt het volgens de minister voor Informatie voorlopig op ,,20.000 plus''.

REPORTAGE: pagina 5