Liberia, land van zakkenvullers

Voor het eerst sinds het eind van de burgeroorlog gaat Liberia vandaag naar de stembus. Wie is het minst corrupt in een door en door corrupte natie?

Corruptieschandalen zijn in Liberia een alledaags fenomeen waar niemand zich echt over opwindt. De Liberiaanse kranten lezen als een schandaalkroniek. Een greep uit recente berichten. Parlementsvoorzitter George Dweh ontving tienduizend dollar van een semi-staatsbedrijf voor de aankoop van nieuw meubilair. De bestuursvoorzitter van de haven, Togba Tipoteh, gaf zijn huis een opknapbeurt met 15.000 dollar regeringsgeld. De directeur van het Bureau van Maritieme Zaken, Tiah Slanger, verduisterde bijna een miljoen dollar.

Dweh werd geschorst, ,,maar het is niet duidelijk of hij het meubiliar heeft teruggegeven of achtergelaten voor zijn opvolger'', schreef een VN-team in een rapport over corruptie. Slanger houdt zich schuil in het buitenland. Havenbaron Tipoteh is een van de 22 kandidaten waar de Liberianen vandaag op kunnen stemmen tijdens de eerste presidentsverkiezingen sinds 1997. In de kleptocratie Liberia bestaat rechtvaardigheid alleen op papier. Politiek is nu eenmaal synoniem met corruptie, zeggen de meeste Liberianen gelaten. De vraag als ze naar de stembus gaan is dan ook niet: wie kan het door oorlog verwoeste land het best besturen maar: wie is het minst corrupt?

Twee jaar geleden sloten de strijdende partijen in Liberia een vredesakkoord dat het vertrek betekende van struikroverpresident Charles Taylor. Taylor had de toch al zwakke staat vakkundig kaalgeplunderd. Eerst als rebellenleider, daarna als president. Een 15.000 man sterke VN-macht zou toezien op naleving van het akkoord, zodat de tot interimpresident benoemde zakenman Gyude Bryant aan de slag kon met de wederopbouw. Veel Liberianen hoopten dat de overgangsregering schoon schip zou maken. Ze hoopten op banen en gezondheidszorg, op onderwijs en nieuwe wegen. Maar net als onder Taylor verdween het regeringsgeld rechtstreeks in de zakken van de nieuwe bewindslieden. Tachtig procent van de Liberianen leeft nog steeds onder de armoedegrens van een dollar per dag.

De rijke landen, Amerika voorop, steunden de overgangsregering met gulle giften voor het herstel. Ook moest de hoofdstad stromend water krijgen. De Europese Unie kwam met twaalf miljoen euro over de brug. Weggegooid geld, zegt EU-afgevaardigde Geoffrey Rudd nu in zijn zwaarbewaakte kantoor aan de rand van de oceaan. De miljoenen verdwenen. ,,Het liep helemaal uit de hand'', zegt Rudd. ,,Als ik politici op hun gedrag wees, lachten ze me in mijn gezicht uit. `We worden toch niet gepakt', zeiden ze. Tegelijkertijd gingen onder de bevolking stemmen op dat de regering verwijderd moest worden. De corruptie werd een bedreiging voor het vredesproces.''

De organisatie van West-Afrikaanse landen Ecowas was de eerste die begin dit jaar de boekhouding van de regering doornam. De Wereldbank lichtte vervolgens de haven door, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ging op bezoek bij het ministerie van Financiën. Zo kwam aan het licht dat een kwart van het jaarbudget werd opgeslorpt door reiskosten. De accountants stuitten op onkostenvergoedingen van duizenden dollar per dag voor snoepreisjes naar Amerika en Engeland. Sommige staatsbedrijven, zoals de haven, hadden niet eens een fatsoenlijke boekhouding. Alles ging per telefoon. Het eindoordeel was vernietigend. ,,De modus operandi van het wegsluizen van regeringsgeld lijkt identiek aan die van het Taylor-regime'', concludeerde een VN-team. ,,We werden geconfronteerd met slecht bestuur, corruptie en betalingen die niet in de begroting voorkwamen'', zegt Rudd. ,,En de regering maar vragen om hulp.''

Om een einde te maken aan de schaamteloze corruptie stelde Rudd samen met collega-afgevaardigden van de VS, de VN en de Wereldbank een plan op dat inmiddels bekend is als GEMAP, een acroniem voor Governance and Economic Management Assistance Plan. Liberia wordt onder curatele gesteld. Buitenlandse deskundigen krijgen zitting in de centrale bank, de haven, het petroleumbedrijf en andere lucratieve instellingen. De donorlanden gaven de overgangsregering te verstaan dat Liberia geen geld meer zou krijgen als niet met het plan werd ingestemd. Na uiterst moeizame onderhandelingen ging Gyude Bryant op de valreep akkoord. Liberia kan niet zonder steun. Het jaarinkomen van de regering bedraagt 85 miljoen dollar. Dat is de begroting van een kleine stad in Nederland.

GEMAP duurt in principe drie jaar. De meeste Liberianen vinden het een uitstekend idee. sommige presidentskandidaten waren minder enthousiast. Zij beschuldigden de westerse landen van neo-kolonialistische bemoeienis. Goedkope retoriek, vindt de gezaghebbende mensenrechtenactivist Kofi Woods, wiens voornaamste kritiek is dat GEMAP te laat komt. Zo'n anti-corruptieplan had meteen ingevoerd moeten worden. De overgangsregering kon zich niet verkiesbaar stellen, dus het was van meet af aan duidelijk dat ze zo snel mogelijk hun zakken zouden vullen, zegt Woods. Nu hebben we weer twee jaar verloren.

Zelfs EU-afgevaardigde Rudd is niet onverdeeld optimistisch. ,,We verwachten echt niet dat de mentaliteit van ambtenaren en bewindslieden drastisch zal veranderen'', zegt Rudd gelaten. ,,We kunnen alleen maar hopen dat de komende regering zich iets netter zal gedragen.''

`Als ik politici op hun gedrag wees,

lachten ze me in mijn gezicht uit'