In Kiesingers voetspoor

Van Angela Merkel wordt wel gezegd dat ze in haar loopbaan vaak is onderschat. Dat zou door haar timide uitstraling komen. Maar dit `meisje uit het Oosten', zoals ze wel eens geringschattend is genoemd, heeft zich nimmer laten marginaliseren. Nu wordt ze de politieke baas van Duitsland, het belangrijkste land van Europa. Voor haar functie van bondskanselier kent het Nederlands geen vrouwelijke vorm. In het Duits heet ze simpelweg die Kanzlerin. Ze is de eerste `kanseliere' van de Bondsrepubliek, leider van een grote coalitie van de politieke hoofdstromingen van christen-democraten (CDU/CSU) en sociaal-democraten (SPD). Ze heeft nipt de zittende kanselier Gerhard Schröder verlagen. Om zijn vertrek hoeft niet te worden getreurd. De Duitsers waren misschien niet op hem uitgekeken, maar wel op zijn falende beleid. Nu mag de 51-jarige Merkel het proberen. Haar speelruimte is door de verkiezingsuitslag beperkt: haar werk is bij voorbaat gehypothekeerd door de compromissen die ze met haar tegenstrevers, nu partners, moet sluiten.

Te snel is allerwegen geconcludeerd dat Merkel voor haar kanselierschap een hoge prijs betaalt. De sociaal-democraten krijgen immers acht ministersposten tegen de christen-democraten zes. Maar het stond bij voorbaat vast dat de SPD het opgeven van het hoogste ambt duur zou verkopen. SPD-voorzitter Franz Müntefering, net als Merkel ten onrechte wel eens onderschat, heeft wat dit betreft knap werk geleverd. De verkiezingsuitslag gaf de christen-democraten ook weinig aanleiding om al te hoge eisen te eisen. CDU/CSU en SPD eindigden vlak achter elkaar. Een weinig genoemde maar niet te negeren factor is dat de meerderheid van de Duitsers links heeft gestemd. De prijs die Merkel betaalt lijkt dus reëel. En de door haar binnengesleepte ministeries zijn zeker niet de minste. Met de Beierse zwaargewicht Edmund Stoiber op het departement van Economie en Technologie moet de kanselier haar stempel op de Duitse politiek kunnen drukken.

Een grote coalitie is per definitie behelpen. Langer dan vier jaar regeren is ideologisch ongewenst. In het slechtste geval is het politiek bedrijven op de vierkante millimeter. Onder ideale omstandigheden – die zeldzaam zijn – worden de krachten gebundeld en kunnen de coalitiepartners werk maken van 's lands problemen: de vergrijzing, het begrotingstekort, de te dure verzorgingsstaat en vooral de werkloosheid en aanhoudende misère in de oostelijke deelstaten. Daar zijn niet alleen de meeste werklozen, er heerst ook een sfeer van morele achteruitgang. Vijftien jaar na dato staat de Muur in de hoofden van veel Oost-Duitsers nog recht overeind. Aan Merkel de taak die neer te halen. Minder staatsbemoeienis en ruimte voor eigen initiatief zijn goede remedies.

Duitsland kende op nationaal niveau tot nu toe één keer een grote coalitie, die onder de CDU-kanselier Kiesinger. In zijn kabinet (1966-1969) zaten karakters als Willy Brandt, Franz-Josef Strauss en Herbert Wehner, mannen die elkaar doorgaans geen duimbreed toegaven. Toch slaagde Kiesinger er met name binnenslands in grote hervormingen door te drukken en is zijn regeerperiode achteraf succesvol te noemen. Dat is een steun in de rug voor Merkel. Haar `olifantenhuwelijk' kan best wel eens meevallen. Voor Europa, dat de komende jaren ontegenzeglijk te maken krijgt met de gevolgen van een veranderend Duitsland, mag dit ook als geruststelling gelden.