Immigranten over W-Sahara verspreid

De Marokkaanse regering heeft een groep van zeker 1.000 illegale immigranten verspreid over de Westelijke Sahara aan de grenzen met Algerije en Mauretanië. Dat hebben verschillende onafhankelijke hulporganisaties gemeld die het transport uit het noorden van Marokko volgen. Het Franse persbureau AFP haalde vanochtend een anonieme regeringswoordvoerder aan die aangaf dat de immigranten worden vervoerd naar de plaatsen waar ze naar eigen zeggen de grens zijn overgestoken. De meesten van hen werden de afgelopen weken opgepakt bij de bestorming van de grenzen van de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla.

De Marokkaanse minister Nabil Benabdallah heeft tegenover het persbureau AP verklaard dat pas een besluit wordt genomen over hun definitieve bestemming na overleg met de betrokken landen ten zuiden van de Sahara, Mauretanië, Algerije en de Europese Unie. Volgens Benabdallah is Marokko niet bij machte het probleem van de illegale immigratie alleen op te lossen.

Het grootste deel van de immigranten werd vorige week door de Marokkaanse autoriteiten zonder eten of drinken de woestijn ingestuurd richting Algerije, maar na protesten afgelopen weekeinde opnieuw opgepakt en met autobussen naar het zuiden vervoerd. Dit konvooi rijdt volgens verschillende bronnen richting Smara, 240 kilometer ten oosten van de hoofdstad van de Westelijke Sahara, Laâyoune. Smara ligt niet ver van de militaire verdedigingswal die het door Marokko bezette gebied scheidt van de woestijn onder controle van de onafhankelijkheidsbeweging Polisario. Een woordvoerder van Polisario heeft gisteren uit Spanje gewaarschuwd dat deze grensstreek geldt als oorlogsgebied en vol ligt met mijnen.

Twee bussen van het konvooi zijn doorgereden naar de zuidelijk gelegen kustplaats Dakhla op 300 kilometer van de grens met Mauretanië. De immigranten die naar de Westelijke Sahara zijn vervoerd zijn afkomstig uit landen waarmee Marokko geen uitleveringsverdrag kent. Gisteren werd een begin gemaakt met de repatriëring van circa 900 immigranten uit Senegal en Mali – landen waarmee wel dergelijke overeenkomsten bestaan – die in het noordelijke Oujda zijn ondergebracht.