Het verzet der klerken

Het kabinet-Balkenende vertoont autoritaire trekken. Ik beweer dat niet omdat het ingrijpende beslissingen doorzet, hoewel het in de Tweede Kamer alleen nog maar over een virtuele meerderheid beschikt. Zolang de coalitiepartijen hun steun niet intrekken, is dat in orde. Ik noem de regeerstijl van het kabinet autoritair om een andere reden. Het weigert te luisteren naar argumenten van onafhankelijke critici. Daar houdt de regering zich doof en blind voor.

Ter illustratie laat ik hier een kleine bloemlezing volgen van kritiek die niet afkomstig is van belanghebbenden of van de oppositie. Ik heb daarvoor een aantal recente nummers geraadpleegd van het Nederlands Juristenblad, waarin rechtsgeleerden week in week uit blijk geven van ernstige zorg over recente ontwikkelingen.

In het jongste nummer beticht NJB-redacteur prof. I.C. van der Vlies het kabinet ervan dat het mediabeleid tot doel heeft `bepaalde opvattingen' (in het bijzonder: opvattingen van religieuze stromingen) onevenredig aan bod te laten komen. Gisteren hebben wij beleefd dat kabinet en Kamer steggelden over de inhoud van afzonderlijke televisieprogramma's. Dat was een bevestiging van de waarschuwing van Van der Vlies dat het kabinet direct raakt aan de constitutionele rol van de media bij het controleren van politieke activiteiten. Citaat: ,,Bij de omgang van een kabinet met de machten die het controleren, moeten de eisen van transparantie, zorgvuldigheid en materiële onderbouwing voor de volle honderd procent in acht worden genomen. Dat is hier ostentatief niet gebeurd.''

Anders gezegd: het kabinet is uit op het manipuleren van de omroep en daarmee van de publieke opinie. Hoe kun je zo'n kabinet (of je het nu eens bent met zijn beleid of niet) vertrouwen?

,,Hoe zat het ook al weer met het vertrouwen van de burger?'' vraagt dan ook in hetzelfde nummer van het Juristenblad prof.mr. T. Schalken zich af. Hij komt terug op de affaire van de Schiedammer Parkmoord, die door minister Donner als een betreurenswaardige reeks menselijke fouten is voorgesteld. Schalken keert deze redenering om: fouten zijn onvermijdelijk en worden al snel vergeten, als maar vaststaat dat politie en justitie hun werk doen vanuit een instelling van onpartijdigheid en eerlijkheid. ,,De zaak komt compleet anders te liggen als blijkt dat de rechtshandhavers aan dit uitgangspunt beginnen te morrelen. Als de integriteit van politie en OM in het geding is, zijn de poppen pas goed aan het dansen.'' Waar blijven we dan met ons goed vertrouwen?

Derde voorbeeld: het voorstel van het kabinet om de vrijheid van meningsuiting in te perken met een strafbepaling tegen het ontkennen, vergoelijken of bagatelliseren van terroristische misdrijven. Prof. E.J. Dommering doet in het NJB een verschroeiende aanval op dit onzalige idee. Als het kabinet zijn zin krijgt, blijven wij zitten met niet te bewijzen waarde-oordelen die thuishoren in het domein van de politieke retoriek. maar niet in het strafrecht.

Het kabinet bemoeit zich met de kwaliteit van het openbare debat. Nou, daar heeft Dommering ook wel wat op aan te merken. Het wetsontwerp zelf is bedoeld om dat openbare debat te manipuleren. ,,Laten we de memorie van toelichting er nog eens bij nemen. Hierin is de Staat als paternalistische zedenmeester weer helemaal terug (terug, want hij was na de provorevolutie van de jaren zeventig weg). Er moet normbesef worden ingescherpt en de zinnen moeten worden beteugeld. Er moeten centrale en gedeelde waarden worden aangeleerd.''

Onmiskenbaar hoe kort hier ook weergegeven waarschuwen al deze betogen tegen een ontwikkeling naar een autoritaire samenleving.

Een laatste voorbeeld nog. Prof. C. Kelk signaleert het verschijnsel ,,dat steeds meer accent wordt gelegd op de instrumentele krachten van het strafrecht ten koste van het rechtsbeschermende en humane gehalte ervan''. Dit is al geruime tijd gaande, maar begint langzamerhand een zekere apotheose te bereiken. Kelk vermoedt te weten hoe dit komt. ,,Door sommige politici wordt sterk de indruk gewekt uit te zijn op het behagen van het electoraat, door voortdurend onder aanroeping van `de wil van het volk' op het aambeeld van de veiligheid te hameren, ongeacht waar het in concreto om gaat.'' (Mijn cursivering).

Achtereenvolgens waarschuwen de genoemde rechtsgeleerden in het NJB tegen ontwikkelingen die gemeen hebben dat zij in autoritaire richting gaan. Populisme; aantasting van de vrijheid van meningsuiting; van bovenaf opleggen van normen; ondergraving van het humane karakter van het strafrecht; vermindering van de rechtsbescherming; pogingen om de media in het gareel te schoppen en het publieke debat van regeringswege te sturen en te domineren.

Het lijkt wel alsof het verzet tegen de autoritaire stroming zich kristalliseert in het Nederlands Juristenblad. Het vervult als het ware de rol die in de jaren zestig van de vorige eeuw werd gespeeld door de toenmalige voorhoede. Als een soort Hitweek of Provo van deze tijd. Ooit sprak men, met de filosoof Julien Benda, van het `verraad der klerken'. Maar nu hebben wij dan, godzijdank, het verzet der klerken! De weldenkende elite weert zich uit naam van het recht tegen autoritair denken.

In de Vpro-gids trekt schrijver Arnon Grunberg uit de liquidatie van de publieke omroep een tegenovergestelde conclusie. ,,Het probleem van de elite in Nederland is dat zij in het geestelijk lompenproletariaat nooit een vijand heeft willen zien die bestreden moet worden.'' Maar dan heeft hij buiten de rechtsgeleerde klerken gerekend die niemand naar de bek hoeven te praten uit vrees voor abonneeverlies. Zij proberen de autoritaire tendensen te bestrijden op de enige zinvolle manier: met argumenten.

Helaas is het kenmerk van autoritaire denkers dat zij niet op kritische argumenten reageren. Nooit zijn onze regeerders te betrappen op de houding: ,,ik kan fout zitten en jij hebt het misschien bij het rechte eind''. Zij beroepen zich op gezagsargumenten, die hetzij steunen op afspraken in de coalitie, hetzij op de `mensen in het land' ofwel het `geestelijk lompenproletariaat'.

P.S. Anil Ramdas heeft mij gisteren op deze plaats op de vrouw af gevraagd wat ik vind of vond van een vermeende `zwijgplicht' voor socioloog prof. J.A.A. van Doorn. Welnu, ik was en ben tegen elke zwijgplicht (behalve van artsen, advocaten, e.d.). Wat betreft het conflict van vijftien jaar geleden tussen Van Doorn en de toenmalige hoofdredactie van deze krant: daar stond en sta ik buiten. Ik ben verantwoordelijk voor wat ik schrijf, maar ik trad en treed niet in de bevoegdheid van de hoofdredactie. Overigens, geachte Anil, een beetje journalist (en columnist) baseert zich niet op wat hij `overal hoort', maar op feiten en citaten.