Het gehate Indiase leger laat menselijke kant zien

De inwoners van Indiaas Kashmir zijn ontevreden over de hulp van hun deelstaatoverheid na de aardbeving van zaterdag. Vooralsnog ontvangen zij de meeste hulp van het leger.

In het verleden liep je met een grote boog om Indiase soldaten heen, zegt Mohammad Ilyas, een veertigjarige boer. ,,Je was bang voor een pak slaag.'' Met zijn rechtervuist slaat hij in de palm van zijn linkerhand, om zijn woorden uit te beelden. Maar dan lichten zijn ogen op: ,,Maar als het leger er nu niet was geweest, zaten wij nog verloren in ons verwoeste dorp en waren mijn gewonde dochters niet meteen naar het ziekenhuis gevlogen.'' Inmiddels zit Ilyas veilig in het plaatsje Uri.

Ilyas komt uit het hooggelegen Tangdar, een bergstreek waar onverharde kronkelweggetjes afgelegen dorpen met elkaar verbinden en de grens met Pakistaans Kashmir bijna op loopafstand ligt. Toen de aardbeving zaterdag zijn huis met de grond gelijk maakte, dacht hij even dat de uiterste houdbaarheidsdatum van zijn leven bereikt was. Zijn dorpje was weggevaagd, de wegen waren verdwenen door landverschuivingen. ,,We wisten niet hoe we weg moesten komen. We hadden niets te eten en te drinken. Onze redding kwam uit de lucht: een helikopter, een Cheetah, van het Indiase leger landde op een minuscuul stuk vlakke grond naast het dorp.''

De afgelopen dagen hebben de Kashmiri's onverwachts kennis kunnen maken met de minder bekende kant van de in groten getale in Kashmir gelegerde Indiase militairen. Het leger heeft hier een twijfelachtige reputatie; in de volksmond in Kashmir wordt het ook wel de bezettingsmacht genoemd. In de strijd tegen terroristen die vanuit Pakistan de grens overkomen zijn de afgelopen vijftien jaar duizenden burgerslachtoffers gevallen. Het Indiase leger is daarbij niet altijd vrijuit gegaan. Vooral in de dorpen langs de bestandslijn (de officieuze grens tussen Indiaas en Pakistaans Kashmir, de buurlanden hebben twee keer oorlog gevoerd om de deelstaat) zien zenuwachtige militairen jonge Kashmiri's geregeld ten onrechte aan voor militanten, die vechten voor afscheiding van India. Soms heeft dat fatale gevolgen.

Na de heftige aardschokken afgelopen zaterdag waren de Indiase militairen er echter als eerste bij om hulp te verlenen aan de getroffen gebieden in Kashmir. Met tien helikopters en ruim 3.000 militairen is het leger sindsdien dag en nacht in touw geweest om gewonden te evacueren en voedselpakketten en tenten uit te delen.

Op lokale nieuwsprogramma's op televisie met aankondigingen als `Verenigd in Kashmir', laten inwoners zich enthousiast uit over de samenwerking met het leger. Over de inzet van de deelstaatregering in Kashmir zijn de mensen vooral negatief. De hulpverlening van de overheid en de meeste hulporganisaties lijkt dan ook pas sinds vandaag echt op gang te komen.

Op de Indiase legerbasis Badami Bagh in Kashmir geeft kolonel Hemant Joneja toe dat het leger blij is dat Kashmiri's kunnen zien dat Indiase militairen ook een ,,menselijk gezicht'' hebben. ,,Veel Kashmiri's zien ons als onmenselijk, maar we zijn hier in de eerste instantie om tegen terroristen te vechten.'' Hij voegt eraan toe: ,,Overigens hebben we hier ook Kashmiri's onder de wapens.''

Door de reddingsoperatie van de afgelopen dagen kunnen de mensen zien dat het leger ,,niet tegen de Kashmiri's is'', zegt de kolonel. ,,Wij hopen dat onze relatie met hen zo verbetert.'' Door de handreiking hoopt hij de steun van de bevolking in Kashmir te winnen voor de ,,uitroeiing van terrorisme''.

Hoewel ook de kampen van terreurgroepen in het gebied getroffen zijn – de Pakistaanse terroristische organisatie Lashkar-e-Toiba meldde dat haar activiteiten voorlopig gestaakt moeten worden – gaat de strijd tegen terrorisme door. Zaterdagnacht nog, zo'n zeventien uur na de aardbeving, probeerden acht militanten gebruik te maken van de noodsituatie in het grensgebied in Kashmir. Ook het Indiase leger is hier zwaar getroffen. Veel bases zijn volledig kapot, bunkers ingestort en veel soldaten die langs de bestandslijn waren gestationeerd zijn gewond of dood. ,,Wij zagen de terroristen met nachtkijkers de bestandslijn oversteken. We hebben ze laten komen, zodat ze niet makkelijk konden teruggaan naar Pakistan, en vervolgens het vuur geopend en ze gedood'', vertelt Joneja.

Het maakt de hulpverlening er niet makkelijker op, zegt hij. ,,We proberen mensen te redden, maar moeten ook de veiligheidssituatie in de gaten blijven houden en op onze hoede blijven. Dat is moeilijk.''

In New Delhi heeft de Indiase regering Pakistan aangeboden om behalve 25 ton aan hulpgoederen ook militaire hulpverleners vanuit Indiaas Kashmir naar Pakistan te sturen. Het Pakistaanse leger heeft moeite om afgelegen plekken rond de bestandslijn te bereiken omdat alle wegen kapot of weggevaagd zijn. Indiaas Kashmir heeft minder te lijden gehad onder de beving en van daaruit kan de grensstreek dus makkelijker bereikt worden. President Musharraf heeft het laatste voorstel beleefd geweigerd.

Op de legerbasis in Badami Bagh weten ze wel waarom: Pakistan wil niet dat het Indiase leger zo ontdekt waar de terroristenkampen zijn, die hun bases hebben in Pakistaans Kashmir.