Geduldig fijnschilder van het rijke leven

Dat de waardering voor een kunstenaar kan berusten op reputatie en niet op zijn meest recente producten, bewijst een laat werk van de Leidse schilder Frans van Mieris. Voor een paneel uit 1675 met een voorstelling van een groepje figuren in een interieur, ontving de kunstenaar de som van 2500 gulden. In een tijd waarin men voor duizend gulden een knap huis kon kopen, was dit bedrag, dat werd neergelegd door groothertog Cosimo III van Toscane, voor een schilderij astronomisch. Uit de tentoonstelling die het Mauritshuis in Den Haag nu wijdt aan het werk van Frans van Mieris, blijkt dat dit schilderij bepaald niet tot de hoogtepunten van Van Mieris' oeuvre behoort. De figuren zijn stijfjes uitgevoerd, hun poses gekunsteld, en de compositie is weinig overtuigend. Veel geslaagder zijn de schilderijen die de kunstenaar eerder in zijn carrière maakte.

Frans van Mieris (1635-1681), `de oude' genoemd ter onderscheiding van zijn gelijknamige kleinzoon die ook schilder zou worden, werd geboren in Leiden. Daar volgde hij zijn schildersopleiding bij onder anderen de Rembrandtleerling Gerrit Dou. Vanaf het midden van de zeventiende eeuw heeft Van Mieris zelfstandig schilderijen gemaakt. In de eerste overzichtstentoonstelling die ooit aan zijn werk is gewijd, toont het Mauritshuis nu zo'n 40 schilderijen en tekeningen, waarvan er sommige nog niet of nauwelijks eerder zijn geëxposeerd. De benaming 'fijnschilder' lijkt voor Van Mieris te zijn bedacht. Hij produceerde uiterst gedetailleerde schilderijen waarin de sublieme stofuitdrukking van textiel en bont maar ook marmer, hout en edelmetaal bijna tastbaar is. Hij zette zijn schilderijen geduldig, laag voor laag, op zodat het oppervlak van de werken spiegelglad is en de toets, de penseelstreek van de meester, vrijwel onzichtbaar. In opvallend contrast daarmee staan de tekeningen van Van Mieris. Als een van de weinige Hollandse genreschilders heeft hij composities in aparte tekeningen voorbereid. Wie het persoonlijke handschrift van de kunstenaar mist in de glad afgewerkte schilderijen, kan zijn hart ophalen aan de trefzekere krijtlijnen en snelle arceringen in een blad als Oude man die zijn pen snijdt, dat is opgehangen naast het schilderij waarvoor het een studie was.

Typerend voor zowel de tijdrovendheid van Van Mieris' schildersproces als de waardering die zijn opdrachtgevers ervoor hadden, is de beschrijving die de kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken geeft van een uitzonderlijke afspraak tussen Van Mieris en de Leidse burgemeester Cornelis Paets. Voor het schilderen van een kabinetstuk zou Van Mieris per uur worden betaald. Uit het uurloon van een gouden dukaat en het bedrag van 1500 gulden dat Van Mieris uiteindelijk voor het werk ontving, blijkt dat de schilder, in een periode van vier jaar, driehonderd uren aan het schilderij moet hebben gewerkt. In dit stadium van zijn loopbaan was de hoge gage in overeenstemming met het resultaat. Het werk, De doktersvisite uit 1667, is een schilderij dat het beste in Van Mieris naar boven haalde: een genretafereel dat zich afspeelt in de hogere kringen, met op de voorgrond een in zwijm gevallen jonge vrouw omringd door dienaressen uit haar huishouden. Achter hen staat een arts gewichtig een gevuld urinaal te bestuderen. In zijn precieze schildertrant heeft Van Mieris het rode, met bont afgezette jak en de geelsatijnen jurk van de flauwgevallen vrouw op adembenemende wijze in verf gevangen. Het heldere licht op deze vrouw contrasteert met de relatieve duisternis van de rest van het rijk uitgevoerde interieur. Op de achtergrond is nog juist een schoorsteen te zien met daarop een voorstelling van de onfortuinlijke afloop van de verboden liefde van het mythologische paar Pyramus en Thisbe. Waarschijnlijk verwijst zij naar de minnepijn van de vrouw; een aandoening die zeventiende-eeuwse piskijkers meenden te kunnen afleiden uit bestudering van urine.

Frans van Mieris koos voor zijn schilderijen vaak zulke onderwerpen uit het leven van de gegoede burgerij, waarschijnlijk om tegemoet te komen aan de wensen van zijn welgestelde cliëntèle. In Leiden werkte hij voor rijke burgers, stadsbestuurders en hoogleraren aan de universiteit, van wie hij ook representatieve portretten heeft gemaakt. Van Mieris' faam strekte zich echter tot ver buiten de landsgrenzen uit. Aartshertog Leopold Wilhelm bood hem een aanstelling aan als hofschilder in Wenen, waar Van Mieris overigens niet op in ging. En in Florence verheugde groothertog Cosimo zich in 1675 op een schilderij van een van zijn favoriete Hollandse schilders van wie hij al meerdere werken bezat. Het verhaal over de manier waarop Cosimo het tegenvallende schilderij Figuren in een interieur verwierf, werpt een, bij alle verfijning en inhoudelijke subtiliteit van Van Mieris' werk, verrassend licht op de kunstenaar. Uit correspondentie van Cosimo's Italiaanse agent in Amsterdam komt de schilder naar voren als een ongedisciplineerde drinkebroer met een gat in zijn hand. Misschien hebben die omstandigheden hem er op het eind van zijn carrière toe gebracht soms gemakzuchtig terug te grijpen op beproefde composities. Wellicht verklaren ze ook de ongehoord dure kat in de zak die Cosimo van hem kreeg.

Tentoonstelling: Frans van Mieris; fijngeschilderde verhalen. Mauritshuis, Den Haag t/m 22/1. Catalogus (uitg. Waanders), 256 blz., € 27,95. Inl.: 070-3023456 of www.mauritshuis.nl