Gatti

Dirigent Daniele Gatti (43), volgende week te gast bij het Concertgebouworkest, is ruim tien jaar chef van het Royal Philharmonic Orchestra. Daarmee realiseerde hij al een woelige, enerverende opname van Tsjaikovski's Vijfde symfonie, nu opgevolgd door een evenzeer indrukwekkende en veelzijdige opname van de Vierde. Gatti doet Tsjaikovski's gelaagdheid recht in alle finesses. Als ervaren operadirigent – hij is ook chef van de opera in Bologna – weet hij opvallend goed raad met Tsjaikovski's rijke melodieën. Er klinkt compromisloze, zangerige zwier in het Andantino, waarin ook de houtblazersmotieven kalm en goed in balans de ruimte krijgen. Het uit de strijkerspizzicati ontwikkelde Scherzo wordt zowel door blazers als strijkers ritmisch scherp en precies gespeeld. Het mondt uit in een exact en gedreven begin van de Finale, die in sfeer aansluit op het majestueuze openingsdeel. Het Royal Philharmonic Orchestra combineert onder Gatti's leiding een volmaakte klankbalans met zorg voor de muzikale vorm.

Daardoor is dit niet alleen een tot in details verzorgde Vierde, maar ook een opname die de nervositeit en de heroïek in gelijke mate recht doet. Gatti benadert Tsjaikovski steeds met mediterrane flair. Van het als `encore' gespeelde Capriccio Italien, dat aanvankelijk overigens eerder een Spaanse sfeer ademt, maakt hij een aangenaam schaamteloos pompeus feest van bekende thema's, beeldende taferelen en zwoele couleur locale.

Royal Philharmonic Orchestra o.l.v. Daniele Gatti (HMU 907393)