Europese discussie opslag internetverkeer muurvast

Europa dreigt het niet eens te worden over regels over opslag van telefoon- en internetverkeer, een instrument in de bestrijding van het internationale terrorisme.

Minister Donner (Justitie, CDA) mag morgen in overleg met de Europese ministers van Justitie in Luxemburg onderhandelen over een voorstel van de Europese Commissie dat uitvoerige opslag van telefonie- en internetverkeer verplicht stelt. Maar hij heeft geen mandaat om te onderhandelen over een dergelijk voorstel van de Europese ministers zelf. Van de Tweede Kamer kreeg hij vorige week instemming voor dat beperkte mandaat. Een commissie van de Eerste Kamer nam vanochtend eenzelfde besluit.

Voor Donner is dat winst. Want bij eerdere besprekingen in Europees verband over die voorstellen had hij te maken met een Eerste én Tweede Kamer die hem helemáál geen onderhandelingsruimte boden. Terwijl de Europese ministers van Justitie vlak na de aanslagen in Londen unaniem hadden besloten dat er in oktober over de voorstellen besloten moest worden.

De bomaanslagen in Londen van 7 juli dit jaar waren niet nodig om de Britse minister van Binnenlandse Zaken Charles Clarke ervan te overtuigen dat nieuwe Europese inspanningen noodzakelijk zijn in de strijd tegen het terrorisme. Een week voor die fatale donderdag had hij, letterlijk aan de vooravond van het begin van het Britse voorzitterschap van de Europese Unie, al tegenover uit Brussel overgekomen journalisten gemeld wat hij van plan was in Europees verband te regelen. Eén van zijn belangrijkste programmapunten: het afronden van de Europese regeling waarmee overheden telefoon- en internetverkeer van lang geleden voor opsporingdoeleinden kunnen opeisen.

Het Britse voorzitterschap is inmiddels ruim halverwege. Maar het `ontwerp-kaderbesluit dataretentie' zoals het voorstel onder de deskundigen heet, is nog ver verwijderd van afronding. Sterker nog, de voorgestelde regeling is toegevoegd aan de lijst van Europese hoofdpijndossiers waar al onderwerpen als Grondwet en begroting op prijken.

Ook voor de opslag van telecommunicatiegegevens waar de Europese ministers van Justitie zich morgen voor de zoveelste keer over buigen, dreigt het Europees moeras. De zaak zit muurvast, zeggen betrokkenen. Pogingen van de ambassadeurs van de lidstaten van de Unie om tot een oplossing te komen, zijn tot nu toe allemaal mislukt. Dus mogen de ministers het wederom proberen.

Zij voeren een gevecht op twee fronten. Allereerst met elkaar. Daarbij gaat het over de inhoud van het voorstel: hoe lang moeten gegevens over telefoon en internetverkeer bewaard worden en wélke gegevens precies. Maar daarnaast voeren zij een strijd over de macht in Europa: wie is de aangewezen instantie om dit soort regelingen te ontwerpen? Zijn dat de Europese ministers van Justitie of is dat de Europese Commissie, de exponent van het gezamenlijk Europees beleid? Het lijkt een technocratisch-bureaucratisch dispuut, maar het gaat in feite om het wezen van Europa zelf. Worden er nu wel of niet bevoegdheden gedelegeerd?

En zodoende zijn er nu twee Europese regelingen om gegevens van dataverkeer op te slaan. Eén van de Europese ministers van Justitie, die het daarover onderling nog wel eens moeten worden, en één van de Europese Commissie. Wie niet beter weet, zou denken dat het een cover-up operatie is om terroristen op een dwaalspoor te brengen, maar het is gewoon Europese besluitvorming.

De ministers werken aan een kaderbesluit, waarbij de individuele lidstaten van de Unie de ruimte hebben een eigen invulling te geven. Het is aan de landen zelf om te besluiten of ze - aldus het laatste voorstel - telecombedrijven en internetproviders willen verplichten gegevens voor maximaal zes maanden dan wel drie jaar te bewaren.

Daarentegen wil Europees Commissaris van Justitie Frattini een regeling die voor alle landen dezelfde is: internetgegevens moeten maximaal zes maanden bewaard worden en gegevens van telefoonverkeer een jaar. De kosten van de opslag worden in dit voorstel volledig vergoed. In een poging te redden wat er te redden valt, wil de Britse minister Clarke wiens land tot eind dit jaar als voorzitter van de Unie fungeert proberen tot een vergelijk met de Europese Commissie te komen. Temeer omdat juridische experts al hebben gewaarschuwd dat een alleingang van de ministers geen stand zal houden bij de Europese rechter.

Een probleem daarbij voor de voorstanders van zeer stringente wetgeving is dat zij dan te maken krijgen met het Europees Parlement. Anders dan in veel afzonderlijke lidstaten hebben de europarlementariërs meer oog voor de burgerlijke vrijheden. Twee weken geleden sprak de betrokken commissie van het Europees Parlement nog uit dat een juiste verhouding tussen doel en middelen ontbrak. Ook zet het parlement vraagtekens bij de kosten.

In Nederland heeft deze patstelling ertoe geleid dat Donner tot nu toe van de Tweede en Eerste Kamer niet mochtinstemmen met het kaderbesluit. Maar vorige week kreeg Donner van de Tweede Kamer speelruimte om wel te onderhandelen over het voorstel van de Europese Commissie. Maar ook dan nog alleen binnen beperkte marges. Vandaag is ook de Eerste Kamer akkoord gegaan. Het is overigens de vraag of Donner die ruimte morgen nodig heeft. Want ook andere lidstaten, waaronder Duitsland, hebben de nodige scepsis over de voorstellen.