Een Kalf van blik

Vroeger heette het Nederlands Filmfestival `de Nederlandse filmdagen'. En zo zou het maar weer moeten gaan heten. Er is uiteraard niets op tegen wanneer een branche verdienstelijke vakgenoten eert met fraaie prijzen op eigen toogdagen. Dat gebeurt overal: van de reclamesector tot de automobielbranche. Wie vindt het bovendien niet fijn in eigen kring te worden uitgeroepen tot de beste, de snelste of de origineelste. De betreffende branche creëert zo een podium, niet alleen voor een persoon, maar vaak ook voor een trend, een ontwikkeling die bevorderd zou moeten worden. Of er kan met een prijs een waarschuwing worden gegeven voor een negatieve trend, door juist de bestrijders ervan te eren. Vaak wordt een prijs ook om die reden ingesteld. Lobbygroepen geven soms prijzen aan journalisten die mooie artikelen schreven over onderwerpen waar de prijsverlener economische of politieke belangen in heeft. Kortom, een prijs is vaak politiek. Tenzij het natuurlijk een onafhankelijke prijs is. Dat zijn de mooiste en meest waardevolle. Dat is geen politiek of pr. Dat is van echt belang voor het publiek.

De jongste editie van het Nederlands Filmfestival komt in de gevarenzone. In naam was de jury voor het Gouden Kalf onafhankelijk, maar de directeur van het festival gaf ronduit toe dat de prijzen ook `filmpolitiek' waren bedoeld. En die politiek was dit jaar gericht op het bevorderen van zogenoemde `auteursfilms' en daarnaast op het berispen van politiek Den Haag. Door de mediaplannen van het kabinet mag immers gevreesd worden voor het voortbestaan van de NPS, een publieke omroeporganisatie die actief is als co-producent voor, inderdaad, speelfilms. Combineert men dit met het gegeven dat de festivaldirecteur bij het overleg van de vakjury steeds zo veel mogelijk in persoon aanwezig was, dan zijn aanhalingstekens rond het begrip `onafhankelijk' gerechtvaardigd.

Nu staat het uiteraard vakjury's vrij om van jaar tot jaar het accent te verleggen: bijvoorbeeld van publieksfilms naar auteursfilms. En die keuze dan te motiveren in een juryrapport. Maar dat ligt toch een beetje anders als het economisch voortbestaan van een producent (NPS) als artistiek criterium wordt verkleed en mee mag wegen. Dan is een prijs niet meer dan een politieke petitie met andere middelen, ook als daarmee een op zichzelf goed doel wordt gediend. Wie zo'n prijs krijgt, weet waar die (mede) aan te danken is. En dat is dus niet de artistieke verdienste van de film. Dat moet die ontvangers te denken geven. En anders het publiek wel. Regie hoort ìn een film thuis. Niet eromheen.