Dood in de pot?

Duitsland lijkt nu echt op weg naar een grote coalitie, die geleid zal worden door een vrouwelijke, in de vroegere DDR opgegroeide en verhoudingsgewijs jeugdige kanselier. Vrouw, jong, Oost-Duits verleden het zijn als het ware drie nieuwigheden in één persoon, er verandert heus wel eens wat in Duitsland. Wie denkt aan vroegere bondskanseliers als Adenauer, Erhard, Brandt, Schmidt en Kohl, heren die van De Gaulle tot Gorbatsjov graag Männerfreundschaften in hun internationale politiek gebruikten, mag zich afvragen hoe heren als Bush, Blair, Poetin, Chirac dadelijk met de kinderloze domineesdochter Angela Merkel zullen omgaan. Om nog maar te zwijgen van Chinezen, Japanners en machthebbers in de Arabische wereld.

Pas in de dagen dat de DDR ter ziele ging werd zij, destijds midden dertiger, politiek actief. Daarna volgde, de eerste tien jaar dankzij CDU-kanselier Helmut Kohl, een bliksemcarrière naar de eerste plek in haar partij. Dat ,,het meisje van Kohl'' zonodig ook hard kan zijn en koel kan calculeren, bleek toen zij vijf jaar geleden afstand nam van de door de `giftenaffaire' in opspraak geraakte Kohl. Zoals zij ook taai en hard bleek in haar partijgevecht met Wolfgang Schäuble, Kohls vroegere kroonprins, een man die sinds hij in 1990 slachtoffer van een aanslag was in een rolstoel zit. Een man die volgens velen de beste kandidaat voor het kanselierschap zou zijn geweest, als Kohl hem niet te lang had laten wachten en Merkel hem daarna niet had verdrongen.

Enig geluk had zij in 2002 toen haar concurrent Edmund Stoiber, voorzitter van de Beierse CSU, als lijsttrekker van de CDU/CSU met een paar duizend stemmen verschil verloor van Schröders SPD. De stukken staan nu anders op het bord: Stoiber wordt waarschijnlijk minister in Merkels kabinet, zijn eigenzinnige CSU is dan maximaal gecommitteerd. En Schäuble, door een tegen hem gerichte campagne van Stoibers CSU gepasseerd voor het bondspresidentschap, is nu kandidaat-minister voor Binnenlandse Zaken. Met hem zou ook een aanzienlijk deel van het `midden' van de CDU aan Merkels kabinet gecommitteerd zijn. Wat dat betreft heeft Merkel het de afgelopen weken aan de pokertafel niet slecht gedaan. Dat geldt ook voor de snelle manier waarop zij na een even zware als onverwachte verkiezingsnederlaag haar gezag herstelde door zich direct, en met grote meerderheid, als fractievoorzitter van de CDU/CSU te laten herkiezen en daarmee haar kanselierskandidatuur te laten bevestigen. En vervolgens koeltjes af te wachten tot de SPD en Schröder diens blufkandidatuur zouden intrekken, wetend dat Duitse formaties, anders dan in Nederland, een beperkte tijdsduur kennen. En ook wetend dat, mocht de nieuwe Bondsdag binnen een paar weken geen nieuwe kanselier aanwijzen, de bondspresident die Bondsdag kan ontbinden en nieuwe verkiezingen kan uitschrijven, wat niemand wil. Merkel weet de Bondsdagfractie van de CDU/CSU ondanks het slechtste verkiezingsresultaat sinds 1949 met 226 leden immers toch nog vier zetels groter dan die van coalitiepartner, de SPD. Ze mag bovendien in de Bondsraad, de kamer van de Duitse deelstaten, rekenen op een comfortabele meerderheid, wat voor haar wetgevingsprogramma belangrijk is.

Duitsland is een federale staat met op veel terreinen grote eigen bevoegdheden van die (16) deelstaten, waarvan medewerking bij wetgeving in circa tweederde van alle gevallen onmisbaar is. Zo gezien heeft de CDU/CSU via deze Länderkammer, waar zij door regionale verkiezingsoverwinningen sinds 1998 steeds sterker geworden is, een tweede grendel op de deur. Meer nog, het krachtsverschil tussen CDU/CSU en SPD is in de Bondsdag nu zó klein dat het overwicht van Merkels partij in de Bondsraad altijd de doorslag kan geven in de zogeheten Vermittlungsausschuss. Die parlementaire bemiddelingscommissie, samengesteld uit Bondsdag en Bondsraad volgens de geldende politieke krachtsverhoudingen, wordt actief wanneer er over de wetgeving een patstelling is ontstaan tussen de beide kamers van de nationale volksvertegenwoordiging.

Het wordt straks interessant om te zien in hoeverre de CDU-premiers van de deelstaten, die natuurlijk allen ook eigen agenda's en eigen personele en regionale belangen hebben, bereid zijn om compromissoire wetgeving van Merkels kabinet (en haar politieke leiding) te volgen in de Bondsraad.

Krijgt Duitsland nu de stabiele regering die nodig is om het hervormingsproces versneld voort te zetten, de openbare financiën op orde te brengen en op het terrein van volksgezondheid en sociale zekerheid middelen en wensen dichter bij elkaar te brengen? Misschien zelfs een regering die weer wat meer leiding geeft in Europa en, zoals soms onder Schröder, niet vlucht in bilateralisme richting Parijs en Moskou?

Helaas, te vrezen valt dat dat er niet werkelijk in zit bij een door de kiezers opgelegde grote verliezerscoalitie van CDU/CSU en SPD. Partijen die permanent kwetsbaar zijn aan hun rechter- en linkerkant, waar de FDP en Die Linke, club van publicitaire kanonnen als Gregor Gysi en Oskar Lafontaine, de messen gaan slijpen. Partijen ook die in het kabinet en in de Bondsdag ongeveer even sterk zijn en in alle voorname kwesties tegenover elkaar staan (sociale zekerheid, volksgezondheidsstelsel, fiscale politiek, arbeidsmarktbeleid).

Als kanselier kan Merkel straks knopen doorhakken dankzij haar Richtlinienkompetenz. Maar met die bevoegdheid is het als met het aanwijzingsrecht van de minister van Financiën jegens De Nederlandsche Bank: naarmate het vaker wordt gebruikt neemt de waarde ervan af. Misschien is er een andere uitweg, namelijk dat CDU/CSU en SPD hun programmatische meningsverschillen achter gesloten deuren wegtimmeren in een lang en gedetailleerd regeerakkoord en daaraan vervolgens in de beslotenheid van hun kabinet strikt de hand houden. Dat zou de dood in de pot zijn voor het politieke bedrijf. Maar wie weet?

J.M. Bik is medewerker van NRC

Handelsblad