`Dat is zo Nederlands'-mens

Iedereen kent de types, maar ze zijn nog niet eerder beschreven. In de vijfde aflevering van `In het wild' de `Dat is zo Nederlands'-mens.

Houten eenden voor het raam zetten. Praten over tuinmeubels. In degelijke tenten vakantie vieren. Geen fooi geven. Een te kleine fooi geven. Brieven aan de gemeente schrijven over tekorten aan fietsenrekken.

Natuurlijk, dat zijn Nederlandse dingen om te doen. Al gebeuren ze ook in andere landen, schijnt. Maar er is een type mens dat over bijna elke activiteit weet uit te roepen: ,,Oh, dat is zó Nederlands!'' Niet op stilettohakken kunnen lopen. Verwaaid haar hebben. Twee winters achter elkaar dezelfde winterjas aan. Koffie drinken op je werk. Bloemen kopen. Een biertje bestellen. Kaal worden. Je teennagels niet vaak genoeg lakken.

Eigenlijk alles dus dat ook maar een klein beetje naar spruitjes, degelijke schooltassen en Douwe Egberts ruikt. De `Dat is zo Nederlands'-mens is gespitst op dit gedrag, en straft het genadeloos af met zijn vaste uitroep.

Zelf is de `Dat is zo Nederlands'-mens natuurlijk een enorme kosmopoliet. Néé, niet Londen, Parijs, New York. Het is zo Nederlands om te denken dat dát de wereldsteden zijn. De `Dat is zo Nederlands'-mens is beyond Londen en Parijs. Barcelona? Zo 1995. Madrid, dat is pas een echte Spaanse stad. Londen? Naar een musical zeker, of naar Harrods. Ha! Wat een grap! Nee, Liverpool, dat is waar het nu gebeurt. Echt. Je moet even door de industriegebieden heenkijken om de glam-grimmige nachtscene te zien, maar als je dat niet kunt, sorry. New York? Leuk. Ja, gewoon leuk. Al honderd keer geweest, en het verandert nooit echt. Ook niet na 11 september. Maar gewoon gezellig. Vertrouwd. De `Dat is zo Nederlands'-mens heeft in New York zijn vaste cafés, vrienden en jogroute.

Amsterdam? Dat is sowieso geen wereldstad, want daar woont de `Dat is zo Nederlands'-mens. Amsterdam is een leuk dorp. Als in: ,,Wat een leuke tapastent is dit, dat ik nog eens iets nieuws ontdek in mijn eigen dorp!'' Amsterdam is een uitvalsbasis. Want de `Dat is zo Nederlands'-mens reist. Veel. Maar natuurlijk wel zonder maanden voorbereiding en die lekkere dikke Arke-gidsen van het reisbureau doorspitten en nadenken over het type reisverzekering. Want dat is zo Nederlands.

Af en toe figureert de `Dat is zo Nederlands'-mens in stylingrubriekjes van bevriende journalisten die voor woon- en modebladen schrijven. Dan gooit hij zijn huis en zijn kledingkast open en wordt alles gefotografeerd en gedocumenteerd. De in Tanger – uit de tijd dat Marokko nog kon – gekochte djellaba (die hij ook gewoon echt heel vaak draagt). En de Miu Miu-schoentjes van dat ene adresje net buiten Milaan waar zij elk seizoen haar schoenen gaat scoren. En de iPod Nano, net gehaald in New York voor de helft van de prijs dat-ie hier kost. Belangrijke noot: in specifieke gevallen – bij de aankoop van schoenen en gadgets in het buitenland – is zuinigheid juist weer helemaal niet Nederlands. En nee: géén Afrikaanse maskers en Peru-truien en al helemaal geen wajangpoppen. Want dat... Juist, ja.

Sorry, de `Dat is zo Nederlands'-mens heeft nu eenmaal een ingewikkelde gebruiksaanwijzing. Sommige Nederlandse dingen kunnen namelijk ineens wel weer heel erg. De Hema, bijvoorbeeld. Gewéldige winkel. Gewéldig design. Ja echt, de all time favoriete winkel van de `Dat is zo Nederlands'-mens! En ook van zijn Japanse vrienden, met wie hij wel eens grapt dat het gewoon de goedkope Muji is (als je niet weet wat de Muji is, ben je sowieso geen `Dat is zo Nederlands'-mens). Waddeneilanden: kunnen ook heel erg. Regenlaarzen: ook. (Vooral, juist, voor vrouwen, en als het niet regent.) Want sommige dingen zijn weer zó Nederlands dat ze helemaal goed zijn. Vanavond kookt de `Dat is zo Nederlands'-mens voor een paar vrienden, hou je vast, `groenten, vlees en aardappeltjes'. Waah, te gek! Echt zo lekker oer-Hollandsch! Oma's tijd! Dit wordt een heel leuke avond. Want de `Dat is zo Nederlands'-mens is inmiddels zo verontnederlandst dat een uitgebakken speklap waanzinnig exotisch is.