Antwoorden Ahold-zaak vanaf maart

Nog enkele maanden onderzoek en dan begint de strafzaak tegen oud Ahold-bestuurders. Ook de rol van de accountant zal aan bod komen.

Terwijl het Ahold van Anders Moberg gisteren zijn intrek nam in een nieuw hoofdkantoor aan de Piet Heinkade langs het Amsterdamse IJ, lag aan de andere kant van de stad het `oude Ahold' van Cees van der Hoeven andermaal onder de loep. Bij de rechtbank werd de driemaandelijkse `regiezitting' gehouden waarin de stand van zaken in de lopende strafzaak tegen Van der Hoeven en drie andere oud-bestuurders van Ahold aan de orde kwam.

Het is een slepend gerechtelijk vooronderzoek, met vele ordners, getuigenverhoren en rechtshulpverzoeken. Maar, bleek gisteren, er gloort licht aan het eind van de tunnel. Vanaf 6 maart 2006, drie jaar na het uitbreken van het boekhoudschandaal, zal de inhoudelijke behandeling dan eindelijk van start gaan.

De contouren van die rechtszaak waren bij de vorige regiezitting al duidelijk geworden. Het openbaar ministerie richt zich op het ten onrechte meetellen van een aantal joint ventures door Ahold. Die stonden als volledig eigendom in de boeken (consolideren), terwijl dat in werkelijkheid niet het geval was. Documenten waar dat uit af te leiden viel, de inmiddels beruchte side letters, werden voor de buitenwereld verborgen gehouden.

In de strafzaak zal een aantal bepalende vragen beantwoord moeten worden. Wie wisten allemaal van die omstreden consolidatie? Was dat alleen voormalig financieel bestuurder Michiel Meurs? Of was topman Van der Hoeven er ook van op de hoogte? Hoe zat het precies met de Scandinavische dochter ICA, waar, naast bestuurslid Jan Andreae, ook commissaris Roland Fahlin bij betrokken was? En tot slot: wat was de rol van huisaccountant Deloitte?

Met name deze laatste vraag wordt steeds dwingender, zo bleek ook maandag weer. Al eerder toonde het OM zich kritisch over de rol van de accountant, gisteren gebeurde dat opnieuw. Officier van justitie Hendrik-Jan Biemond toonde openlijk zijn verbazing over het feit dat alle tot nu toe gehoorde Deloitte-getuigen zich maar zo weinig weten te herinneren van de consolidatieproblematiek. En hij noemde het ,,opvallend'' dat de accountant ,,nauwelijks vastleggingen produceert''. Het OM sloot zich dan ook aan bij een aantal verzoeken van de verdediging: extra getuigenverhoren en het inzien van zogenoemde `tijdschrijfregistraties' van Deloitte-werknemers. De rechtbank nam die wens over en zal de accountant bevelen de documenten te laten zien.

Met die gegevens hopen de advocaten hun vermoeden te onderbouwen dat Deloitte van veel meer zaken rond de gewraakte consolidatie op de hoogte was, danwel had kunnen zijn. Hoe overtuigender de verdediging dat aspect kan aantonen, hoe moeilijker het voor het OM wordt om een van de aanklachten overeind te houden. Justitie heeft immers onder meer ten laste gelegd dat de voormalige Ahold-top Deloitte zou hebben misleid. ,,Dat ligt genuanceerder'', verkondigde de advocaat van Meurs. En de raadsman van Van der Hoeven betoogde dat ,,Deloitte veel meer wist'' en hekelde het OM om een in zijn ogen premature vervolging. Of dat zo is, zal de komende maanden moeten blijken. Dan zal ook duidelijk zijn of de aanklacht over de vermeende misleiding van Deloitte door de Ahold-top volgehouden kan worden. In het uiterste geval zal het OM dat deel van de dagvaarding moeten laten vallen. Maar dat daarmee de hele strafzaak in elkaar zakt, zoals de verdediging gisteren suggereerde, is weer het andere uiterste. Wat de rol van de accountant ook was, vaststaat dat justitie rond het vraagstuk van de consolidatie nog genoeg over denkt te hebben om de voormalige Ahold-top voor de voeten te werpen. Het échte juridische gevecht zal dus pas begin maart losbarsten.

www.nrc.nl: Dossier Ahold