Afwijkende oogadertjes zijn voorteken van beroerte

Afwijkingen in kleine bloedvaten in het netvlies van de ogen zijn een indicatie dat iemand later een beroerte zal krijgen. Dat blijkt uit een Australisch bevolkingsonderzoek dat gisteren is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Neurology.

Mensen bij wie schade aan de oogadertjes was vastgesteld, hadden in de Australische studie ruim twee keer zoveel kans om in de vijf daaropvolgende jaren een beroerte of zogeheten tia (een minieme beroerte) te krijgen. Het gaat daarbij om verschillende oogafwijkingen, zoals verwijdingen, vernauwingen of bloedingen. De afwijkingen zijn niet met het blote oog te zien.

Aan het bevolkingsonderzoek deden 3654 mensen mee. De relatie tussen aderafwijkingen en een beroerte werd ook vastgesteld als rekening werd gehouden met andere risicofactoren zoals leeftijd, bloeddruk en roken. Het lukte de Australiërs niet om een bepaald type oogafwijking aan beroertes te koppelen. Ook konden ze geen onderscheid maken tussen een echte beroerte of een tia.

De afgelopen jaren zijn er al meer studies verschenen die een verband aantonen tussen afwijkende oogadertjes en verschillende ziektes waarin de bloedvaten een rol spelen. Vorige maand bleek uit een Rotterdams bevolkingsonderzoek nog dat mensen met verdikte oogadertjes later meer kans hebben op een beroerte, dementie en suikerziekte. De meeste andere studies zijn echter bij kleine groepen patiënten uitgevoerd, niet bij gezonde mensen.

De resultaten van de Australische studie zijn nog niet direct bruikbaar. In het onderzoek werden foto's van de ogen gebruikt van heel goede kwaliteit, die door getrainde specialisten werden beoordeeld. Volgens de onderzoekers moet eerst blijken of de methode ook in de dagelijkse praktijk bruikbaar is.