Afbreken landbouwsteun VS en EU is niet wat het lijkt

Amerikaanse en Europese voorstellen voor vermindering van de landbouwsteun zijn niet zo spectaculair als ze lijken. Wel luiden ze het aftellen in naar de WTO-conferentie in Hongkong.

Maandenlang leken de gesprekken bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) over verdere vrijmaking van de internationale handel in het spreekwoordelijke slakkentempo af te stevenen op een onvermijdelijke mislukking. Op geen van de dossiers – handel in diensten, markttoegang, douanefaciliteiten – werd vooruitgang geboekt. Maar nog het minst op het onderwerp dat alom als het belangrijkste wordt beschouwd: landbouw.

Toch is haast geboden: een cruciale WTO-conferentie van handelsministers in Hongkong zal al half december plaatshebben. Na de mislukking van zo'n conferentie twee jaar geleden in Cancún zou een nieuw echec verdere handelsliberalisering mogelijk jaren kunnen vertragen op het moment dat de wereldeconomie zo'n impuls goed kan gebruiken.

De voorstellen die de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Rob Portman gisteren deed, zijn dan ook verwelkomd als een stevige injectie voor de onderhandelingen. Wat niet wil zeggen dat ze ook door de andere landen worden geaccepteerd.

Portman stelde kortgezegd voor dat de Verenigde Staten de toegang tot hun markt voor landbouwproducten uit andere landen verbeteren door een forse en snelle verlaging van de invoerheffingen: 55 tot 90 procent de komende vijf jaar; uiteindelijk volledige afschaffing van de tariefmuren. Daarnaast zouden de komende vijf jaar gedeeltelijk handelsverstorende subsidies voor Amerikaanse boeren met 60 procent worden verlaagd. Ten slotte zouden, uiterlijk in 2010, exportsubsidies voor landbouwproducten moeten zijn afgeschaft.

De Europese reactie bleef niet lang uit. Vanuit Zürich, waar hij gisteren met Portman en handelsministers uit een aantal grotere landbouwstaten een mini-conferentie hield, zei de Europees Commissaris voor Handel, Peter Mandelson, dat de Europese Unie bereid is 70 procent te snijden in de handelsverstorende steun aan Europese boeren. Bovendien zouden de invoertarieven boven de 90 procent met ten minste de helft worden verminderd. Mandelson herinnerde zijn gesprekspartners eraan dat de EU vorig jaar juli al had toegezegd de exportsubsidies voor landbouwproducten te willen afschaffen mits andere landen (de VS voorop) een soortgelijke maatregel zouden nemen.

De forse percentages waarmee gisteren werd geschermd, lijken op het eerste gezicht te beantwoorden aan de wens snel een einde te maken aan het als oneerlijk bestempelde voordeel dat Amerikaanse en Europese boeren hebben ten opzichte van met name hun collega's in de ontwikkelingslanden. Het doel van de huidige, zogenoemde Doha-ronde van handelsbesprekingen is immers niet alleen belemmeringen voor de totale wereldhandel weg te nemen, maar vooral iets te doen aan de zwakke positie van ontwikkelingslanden. Dat zijn veelal landbouweconomieën die graag willen exporteren naar markten in de VS en Europa, maar daar nu in worden gehinderd. Zoals de West-Afrikaanse katoenlanden.

Nader beschouwd niet zo spectaculair, zo luiden veel reacties op de Amerikaanse en Europese voorstellen. Lang niet alle subsidies voor Amerikaanse boeren zouden verdwijnen. Over katoen – het dossier waar `Cancún' mede door mislukte – geen woord van Portman. En de Europese steun aan de agrarische sector is al grotendeels omgezet van handelsverstorende productsubsidies naar inkomensondersteuning voor boeren. De armste 49 landen mogen bovendien al heffingvrij uitvoeren naar de Europese Unie.

De belangen van VS en EU liggen vooral bij de dienstensector. In hun gisteren gedane voorstellen zit dan ook wisselgeld ingebouwd. Zowel Portman als Mandelson legt er de nadruk op, dat op andere dossiers concrete resultaten moeten worden geboekt om de agrarische onderhandelingen te laten slagen. Dat is eigenbelang, maar ook de destijds vastgelegde werkwijze in deze handelsronde.

,,Er moet aanvullend vooruitgang worden geboekt in de handel in niet-agrarische producten en diensten'', zei Portman. ,,Als er geen bevredigend resultaat wordt geboekt bij markttoegang voor niet-agrarische producten, dan komt er niets uit de landbouw- en andere onderhandelingen'', aldus Mandelson.