Aanslagen in Irak vóór referendum

Bij twee zware bomaanslagen zijn vandaag in Irak weer tientallen mensen om het leven gekomen. De aanslagen werden gepleegd tegen de achtergrond van het naderende referendum – 15 oktober – over de nieuwe grondwet. De ontwerpgrondwet stuit wegens zijn federale karakter op felle bezwaren van de sunnitische minderheid, hoofdleverancier van de opstandelingen en terroristen in het land. De sunnieten vrezen te worden vermalen tussen een Koerdische autonomie in het noorden en een shi'itische in het zuiden. Uiteindelijk, verwachten ze, zal Irak uit elkaar vallen.

In de stad Tal Afar, in het noordwesten van Irak in de buurt van de grens met Syrië, werden ongeveer 30 mensen gedood bij een zelfmoordaanslag op een markt. Er vielen 45 gewonden. Tal Afar was vorige maand doelwit van een gemeenschappelijk Iraaks-Amerikaans legeroffensief. Oogmerk was er een einde te maken aan de dominante aanwezigheid van rebellen. Volgens bekendmakingen van het Iraakse leger werden daarbij 160 rebellen gedood en bijna 700 gevangen genomen. Maar deze cijfers zijn van onafhankelijke zijde niet bevestigd. De markt was zondag net heropend na zijn sluiting in verband met het offensief.

In de hoofdstad Bagdad werden zeker zeven mensen gedood bij een zelfmoordaanslag in een buurt waar sunnitische opstandelingen zeer actief zijn. Vijf van de doden waren Iraakse soldaten. Het dodental in Bagdad stond vanmiddag nog niet vast, omdat hulpdiensten niet alle slachtoffers konden bereiken in verband met de dreiging van verder geweld.

In de hoofdstad praatten shi'ieten, Koerden en sunnieten vandaag nog over aanpassingen van de ontwerpgrondwet die de sunnieten met de tekst zouden moeten verzoenen. Maar er was weinig hoop dat dit zou lukken, aangezien fundamentele wijzigingen niet aan de orde waren. Sunnitische leiders hebben tot een nee-stem opgeroepen. Als tweederden van de kiezers in drie provincies tegen stemmen, is de grondwet van de baan.