Na de hulp het overleg

Iedere ramp schept zijn eigen ellende – maar ook zijn eigen, unieke kansen. De aardbeving die zaterdagochtend een spoor van verwoesting in het noorden van Pakistan en India trok, biedt de politieke leiders van deze landen de gelegenheid om met elkaar en met de vele opstandige groeperingen die in het gebied actief zijn, zaken te doen. Het Pakistaanse deel van de regio Kashmir is het zwaarst getroffen, maar er zijn ook slachtoffers gevallen in het Indiase gedeelte. Uiteraard gaat het nu eerst en vooral om hulpverlening. Al het andere kan wachten. Toch is het veelzeggend dat een groep opstandelingen in Kashmir na de aardbeving aankondigde de wapens voorlopig te laten zwijgen. Sinds Pakistan zich in 1947 van India afscheidde, voerden de twee landen – beide atoommachten – driemaal oorlog met elkaar. Belangrijkste bron van conflict is Kashmir, een etnisch-religieus kruitvat, waar opstand en geweld het leven bepalen.

Atjeh kan als voorbeeld dienen. Jarenlang is in deze opstandige Indonesische provincie gevochten tussen regeringstroepen en afscheidingsbewegingen. De tsunami van eind vorig jaar bood de partijen in dit langjarige conflict onverwachte kansen. Eerst voor een staakt-het-vuren, dat er kwam omdat hulpvoorziening volgens alle betrokkenen voorrang had. Dit werd gevolgd door overleg, dat uitliep op vredesonderhandelingen onder leiding van een algemeen gerespecteerd bemiddelaar, de Finse oud-president Martti Ahtisaari. Hij slaagde er onlangs knap in een vredesakkoord te bewerkstelligen, als gevolg waarvan in het gebied nu onder internationaal toezicht de wapens worden ingeleverd. `Atjeh' toont aan dat een ramp tot iets goeds kan leiden.

Terecht gaat nu alle aandacht uit naar de hulp. Zoals bij iedere grote catastrofe is aan bijna alles een tekort: medicijnen, water en voedsel, bergingsexpertise, onderdak, geld. Hoe sneller landen en hulporganisaties reageren, hoe beter het is. Ook dat is een simpele les van de gevolgen van de zeebeving in Azië eind vorig jaar. Maar in regio's met politieke, maatschappelijke en militaire spanningen dient in zulke gevallen altijd de vraag te worden gesteld wat dit voor het lokale conflict betekent. De Verenigde Naties hebben de voor de hand liggende en goede reflex om geld en mankracht vrij te maken als landen door natuurgeweld worden getroffen. Tegelijkertijd is het internationale instrumentarium nog onvoldoende ingespeeld voor een rol op het zijtoneel, dat later als de doden zijn geborgen en het puin is geruimd weer hoofdpodium wordt.

De aardbeving in Kashmir, twistappel van India en Pakistan, verdient de toewijding van de wereld. Nu de hulp, maar in het kielzog daarvan: het vredesoverleg.