'Voor aantal mensen is TBS heel zinnig'

Terbeschikkingstelling (TBS) valt niet meer weg te denken uit ons rechtssysteem. De rechter legt de maatregel steeds vaker op, de klinieken raken overvol. Deskundigen verschillen van mening over de belangen van de TBS.

B. van Trier heeft een detentieverleden van elf jaar, waarvan vijf jaar TBS. Hij zegt: “Had ik maar eerder TBS gekregen.” Tegenover deze mening staat die van dr. D. van der Landen, docent strafprocesrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant. Hij schreef in zijn proefschrift: “TBS moet worden afgeschaft”. Toch ontlopen beider meningen elkaar niet zoveel.

Volgens de strafrechtgeleerde past TBS niet in de traditionele rechtvaardiging van straf. Gevangenisstraf dient als vergelding van een misdrijf, waarbij de celstraf in proportie moet staan met het misdrijf. TBS wordt vaak als aanvulling op gevangenisstraf uitgesproken en beoogt de maatschappij te beschermen tegen de 'geestelijk gestoorde' dader van een misdrijf. In een TBS-kliniek moet iemand net zolang worden behandeld tot hij geen gevaar meer vormt voor de samenleving.

Van der Landen verzet zich tegen de combinatie straf én TBS. Hij bepleit het instellen van 'verplegingsgevangenissen' naast gewone gevangenissen. Van Trier onderschrijft in zoverre deze mening dat hij vindt dat ook in gewone gevangenissen aan gedetineerden de mogelijkheid moet worden geboden om psychiatrische hulp te krijgen. “Nu recidiveren veel gedetineerden die onbehandeld weer buiten zijn gekomen. Met psychiatrische hulp zouden ze geholpen zijn.”

De rechter zou volgens Van der Landen iemand moeten veroordelen naar het delict en naar het gevaar dat hij volgens deskundigen oplevert voor de maatschappij. In dat laatste geval kan de rechter iemand voor langere tijd zijn vrijheid ontnemen en in een verplegingsgevangenis plaatsen. Blijkt achteraf dat de gevaarsvoorspelling te somber is geweest, dan kan alsnog gratie worden verleend. Op deze wijze wordt volgens Van der Landen vermeden dat iemand eerst celstraf krijgt en daarna pas psychiatrisch wordt behandeld.

Van der Landen wijst op de 'absurde trekken' die de huidige TBS kenmerken. “Op grond van adviezen van deskundigen stel je vast dat iemand behandeling nodig heeft. Vervolgens begin je die persoon eerst straf te geven. Terwijl diezelfde deskundigen benadrukken dat je zo snel mogelijk met behandeling moet beginnen om iets te bereiken.”

Ook de Amsterdamse advocaat C. Korvinus onderkent, zij het vanuit een ander gezichtspunt, de absurditeit van TBS. Hij houdt zich al vijftien jaar bezig met TBS-gevallen en was een van de oprichters van de inmiddels weer ter ziele gegane belangenvereniging voor ex-TBS-gestelden. Korvinus noemt de huidige TBS-regeling “in beginsel onrechtvaardig”.

“De rechtsongelijkheid zit daar in dat we iemand die er minder aan kan doen langer van zijn vrijheid beroven dan iemand die er wel iets aan kan doen. Iemand die gewoon toerekeningsvatbaar is krijgt voor een zedendelict misschien twee jaar. Er zijn TBS-gestelden die voor zo'n delict acht jaar in een inrichting hebben gezeten. Voor iets waar je dus feitelijk minder aan kan doen - je bent immers minder toerekeningsvatbaar - moet je langer vastzitten. Hoeveel cliënten heb ik niet gehad die zeiden 'had ik me maar nooit laten onderzoeken'. Die hebben samen met iemand anders een delict gepleegd en zien dat de mededader, die zich niet heeft laten onderzoeken, na paar jaar al vrij is.”

Korvinus constateert dat een verblijf in een TBS-inrichting ook negatieve effecten teweeg kan brengen. “Ik heb mensen agressiever zien worden.” Er moet volgens hem een betere 'risico-analyse' komen om te beoordelen voor wie TBS geschikt is en voor wie niet.

G. Oosterbaan, ex-TBS-gestelde valt Korvinus bij. “Wie in een TBS-inrichting behandeld wil worden, kan daar baat bij hebben. Wie dat absoluut niet wil, heeft er ook niets aan. Ik heb een jaar gesepareerd gezeten, omdat ik me niet wilde laten behandelen. Ik was zogenaamd gevoelsarm, maar ik ben door hun behandeling niet gevoeliger geworden. Mijn vriendin heeft meer werk verzet wat dat aangaat dan de hele TBS. Ik hoorde ook niet in een TBS-inrichting, ik was gewoon crimineel.”

Zo'n 25 procent van de mensen in TBS-inrichtingen had daar niet hoeven zitten, schat de Amsterdamse advocaat. “Die hadden alleen gevangenisstraf moeten hebben. Korvinus deelt de mening van Van der Landen dat het onzinnig is om iemand eerst een lange gevangenisstraf op te leggen en dan pas te behandelen. Volgens hem is de combinatie van langere straf en TBS ontstaan nadat het vertrouwen in TBS-klinieken een knauw had gekregen. “Mensen kwamen in de ogen van het publiek te snel vrij. Op proefverlof werden misdrijven gepleegd en patiënten ontvluchtten de klinieken. De Mesdag werd wel een vogelkooi genoemd. Korte straf en TBS kwam te weinig tegemoet aan de vergeldingsgedachte.”

Ondanks zijn kritiek op de TBS meent Korvinus dat deze maatregel voor een aantal mensen heel zinnig is geweest. Bovendien biedt de TBS volgens hem voordelen die een gewone gevangenis niet heeft. Want terwijl in het gevangeniswezen zorg en begeleiding vrijwel geheel zijn verdwenen, is het 'resocialisatie-ideaal' in de TBS nog volop aanwezig.

Iemand weer opnemen in de samenleving is het doel waar de reclassering naar streeft. J.A van Vliet, unit manager reclassering forensisch reclasseringswerk en voorzitter van de vereniging voor ambulante forensische psychiatrie, noemt TBS “voor een aantal mensen een noodzakelijk instrument. Ik ben blij dat we het hebben”. Aan de andere kant vraagt hij zich af of al het geld dat in TBS wordt gestoken voldoende rendement heeft. Volgens hem staat het systeem van TBS te geïsoleerd van de reguliere geestelijke gezondheidszorg. “Het is een goed en duur instituut, maar wat daarna komt is slecht geëquipeerd voor ex-TBS-gestelden.”

Van Vliet: “In TBS-inrichtingen krijgen TBS-gestelden maximale aandacht van psychiaters, psychologen en therapeuten. Maar bij een proefverlof merk je al dat ze in een gat vallen. Een meer gefaseerde ondersteuning is noodzakelijk. Bijvoorbeeld veel meer intensieve zorg wanneer ze eenmaal thuis wonen. Nu komt de reclassering niet verder dan één à twee uur begeleiding per week. Voor een inhoudelijke ondersteuning - een psychiater die hen begeleidt bij het proefverlof - hebben we geen geld. Om mensen te motiveren aan zichzelf te sleutelen moet je perspectieven bieden. Dat gebeurt niet in de buitensituatie.” Van Vliet vindt dat de reguliere geestelijke gezondheidszorg onvoldoende is afgestemd op mensen uit het TBS-traject.

H. de Kuiper, directeur van de forensische psychiatrische kliniek (FPK) van het psychiatrische ziekenhuis van De Grote Beek, verwijt de instellingen van de reguliere geestelijke gezondheidszorg 'koudwatervrees'. “Degenen die bij ons vandaan komen zijn vaak bewerkelijke mensen die intensief moeten worden begeleid. Het blijkt dat zij moeilijk elders in het land zijn te plaatsen.” Hoewel De Grote Beek terugname garandeert 'wanneer het niet gaat' met een cliënt, moeten nog steeds 'hobbels' worden genomen om deze mensen in de reguliere geestelijke gezondheidszorg (GGZ) te plaatsen. De Kuiper is zich overigens terdege bewust van de beperkingen van de psychiatrie. “Elke patiënt beter maken is onmogelijk.”

Korvinus voorziet dat de duur van de TBS zal stijgen. “TBS was gemiddeld vier jaar; dat is gestegen naar zes. Dat zal nog verder stijgen. Je ziet een steeds moeilijker problematiek, de maatschappelijke vervreemding wordt groter. Daar komt de allochtonenproblematiek bij. De noodzaak van justitieel ingrijpen breidt zich uit. Daardoor zal het gevaarscriterium worden verruimd. Er zullen meer mensen in de TBS komen, ook omdat andere klinieken hen niet willen opnemen. Wanneer er ontsporingen komen, zal dat weer tot verlengingen leiden.”

Directeur De Kuiper is met name bezorgd over de groep van jonge Marokkanen. Hij constateert in deze groep een problematisch softdrugsgebruik. In deze groep van jonge en pespectiefloze allochtonen die jarenlang excessief hasj gebruiken, komen vaak paranoïde vormen van psychosen voor. “Dat zie je zo vaak dat je denkt: overheid, let op de negatieve consequenties van het koffieshop-beleid voor kwetsbare groepen, of het nu allochtonen of randgroepjongeren zijn.”