Laat burgers kiezen over toekomst van publieke omroep

Iedereen kijkt televisie. Laten we daarom debatteren en een referendum houden over de nota van staatssecretaris Van der Laan. Het is voor de kiezer een van de weinige middelen om het autisme van de Kamermeerderheid te doorbreken, meent Ton Steinz.

Circa 80 jaar geleden waren de omroepverenigingen zeer nuttige instituten die Nederland openbraken en zorgden voor gelijkheid in de verspreiding van verschillende opvattingen. Het uitdragen van hun identiteit stond hierbij voorop. De laatste twintig jaar is deze functie echter ingehaald door de ontwikkelingen en ingeruild voor een steeds betere herkenbaarheid van de zenders onder leiding van het NOS-bestuur en de zendercoördinatoren. Aldus liggen de omroepen – met hun waterhoofd aan besturen, ledenraden, directies en management – al meer dan twintig jaar aan een soort infuus.

Het is dan veeleer tijd om ze af te koppelen in plaats van ze te reanimeren, zoals de nota over de toekomst van de publieke omroep van staatssecretaris Van der Laan voorstaat. De omroepverenigingen kunnen beter worden omgevormd tot productiebedrijven zonder waterhoofd, waar de NOS haar bestellingen kan plaatsen, net zoals de NOS dat bij andere productiebedrijven kan doen.

Van belang hierbij is wel dat de pluriformiteit, die zo kenmerkend is voor ons land en die in het huidige bestel verankerd ligt, gehandhaafd blijft. Daarvoor is echter niet een gecompliceerd stelsel van omroepen nodig, nu dit beginsel – en nog veel meer – zeer wel kan worden gegarandeerd door een Statuut dat voor alle zenders zal gelden. Dit wordt strikt nageleefd door het NOS-bestuur en de zendercoördinatoren, met daarboven een Raad van Toezicht.

Dat de tot productiebedrijven omgevormde omroepen daarbij een belangrijke rol zullen spelen, is evident. Geen andere producent beschikt immers over medewerkers met zoveel publieke ervaring en kwaliteit als juist de omroepen. NOVA, Buitenhof, Zembla en andere goede programma's kunnen hierbij gewoon voortgezet worden. Indien echter de weg van de nota wordt gevolgd, moeten de omroepen weer primair hun identiteit uitdragen en aan ledenwerving doen, op straffe van verlies van hun zendmachtiging. En dat ook nog in gehalveerde vorm, zodat hun weinig anders te doen staat dan zich star op te stellen.

Iedere bekommering over een eindresultaat waaraan de kijkers en luisteraars behoefte hebben – namelijk herkenbare zenders zonder fricties en versnipperingen – verdwijnt daarmee buiten beeld. Anders gezegd: het zenderprofiel en het behoud van wat thans goed is, dient te prevaleren boven het uitdragen van de eigen identiteit.

De beoogde reanimatie van de omroepen is daarmee in strijd. Een goed voorbeeld hoe verkeerd het kan gaan wanneer de omroepen weer meer macht krijgen, is de afschaffing (in 1974) van Radio Veronica. Deze zeer herkenbare lichte-muziekzender met horizontale programmering had zich een grote plaats weten te verwerven in de harten van miljoenen luisteraars: als ware het een dierbare vriend stond men ermee op en ging men ermee naar bed. Omdat haar uitzendingen een wettelijke grondslag ontbeerden en tegen de belangen van de omroepen indruisten, besloot de Tweede Kamer ze te beeindigen.

Het alternatief dat de omroepen moesten creëren, Hilversum 3, liep echter uit op één groot fiasco: iedere omroep had slechts zijn eigen ideeën over de invulling van deze zender; de diskjockeys tuimelden zonder horizontale programmering over elkaar heen en de EO gebruikte de haar toegewezen zendtijd voor het programma De Muzikale Fruitmand waarin slechts psalmen ten gehore werden gebracht. Die invulling paste weliswaar bij haar identiteit, maar de miljoenen die bij Veronica op hetzelfde tijdstip gewend waren aan het programma Koffietijd, haakten af. De luisterdichtheid van de nieuwe zender kwam dan ook nimmer in de buurt van die van het eerdere Veronica.

Ik haal dit voorbeeld zo uitgebreid aan, omdat nu met de huidige zenders min of meer hetzelfde zal gebeuren: de identiteit van de omroepen zal weer het centrale onderwerp worden; de zenderprofilering zal in het gedrang komen; de moeizaam bereikte samenwerking zal haar terugtocht inzetten en de competentiestrijd en de versnippering zullen toenemen.

Het eerste voorteken heeft zich al aangediend: de KRO heeft verklaard zich uit Netwerk te zullen terugtrekken, om weer herkenbaar te worden. Inmiddels heeft deze omroep dit wel weer ingeslikt, maar vanuit de nota heeft de KRO slechts gelijk en zullen er alleen maar meer van dit soort beslissingen verwacht kunnen worden.

Zal de politiek dit doemscenario nog kunnen keren? Helaas niet, omdat de nota de vrucht is van het coalitieoverleg onder het beding dat men daaraan – met hooguit een kleine aanpassing – zal vasthouden. Het is nu eenmaal ons lot om geregeerd te worden door coalities die veelvuldig draken van compromissen sluiten. En dit compromis is daarvan een voorbeeld. Dat kijkers, luisteraars, omroepbestuurders en omroepmedewerkers vervolgens in een onhanteerbare situatie belanden, speelt daarbij geen rol.

Wel denk ik dat er nog een uitweg is. Na het Europa-referendum is immers Kamerbreed betoogd dat er vaker een referendum moet worden gehouden. Dit is ook een van de weinige middelen om het autisme van een Kamermeerderheid te doorbreken. De nota van de staatssecretaris vormt daartoe bij uitstek een geschikt onderwerp. De gemiddelde Nederlander kijkt immers per dag enkele uren televisie en is zeer betrokken bij het wel en wee van de omroep. Hij zal dus zeer wel de vraag kunnen beantwoorden of hij de nota onderschrijft of niet.

Het debat dat aan een referendum vooraf zal gaan, zal ons land andermaal tot de participatie bewegen die zo wordt gewenst, met opnieuw een verkleining van de afstand tussen kiezer en gekozene als resultaat.

Wordt de nota aanvaard, dan zal deze ook zonder morren uitgevoerd moeten worden. Wordt de nota niet aanvaard, dan zullen de politici er andermaal van worden doordrongen dat zij uit een ander vaatje moeten tappen, willen zij de functie van volksvertegenwoordigers kunnen vervullen. Voor het geval omroepmedewerkers en anderen moeite met de nota hebben, zullen zij zich dan ook het beste kunnen richten op het vergaren van adhesiebetuigingen voor dit referendum, in de wetenschap dat de politiek dit bij massale steun niet zal kunnen afwijzen.

Ton Steinz was jarenlang advocaat van organisaties, bedrijven en medewerkers binnen de omroep.