`Je kunt niet overal bruggen bouwen'

Veel veerponten in Nederland zijn dringend aan vervanging toe. Maar de inkomsten zijn vaak zo mager dat er geen geld voor is. ,,Ik kan fietsers wel op een euro zetten maar dat durf ik niet.''

De `Steeds Voorwaarts', de veerpont tussen Dieren en Olburgen, heeft als bouwjaar 1948. Maar eigenlijk geldt dat alleen voor de bodem. Zo'n beetje alle andere onderdelen zijn wel eens vervangen, sommige meerdere keren. ,,Het dek, de schroeven, het elektrische circuit en de motor'', somt pontbaas Leo Bremer op in zijn stuurhut, ook al een keer vervangen. ,,Het is water naar de zee dragen.'' Zo'n honderd keer dag pendelt de gierpont, die met een stalen kabel bevestigd is aan een anker op de bodem, over de IJssel. Het scheelt de opvarenden – voornamelijk forensen en scholieren maar ook recreanten – tien kilometer omrijden via de brug bij Doesburg. Pontpassagier Wieke Veldhuis (16) uit Olburgen, die dagelijks in Dieren op de trein naar Apeldoorn stapt, vertrekt haar gezicht in een grimas. ,,Dat is drie kwartier fietsen. Ik moet er niet aan denken.''

De pont trekt elk jaar meer klandizie maar toch neemt de onzekerheid over het voortbestaan toe. Er is namelijk geen geld voor vervanging van het al lang afgeschreven schip. Bremer is al blij als hij aan het einde van het jaar winst heeft gemaakt. Een grote reparatie, een slechte zomer, of hoge waterstanden maken het verschil tussen winst en verlies. ,,Als ik er in de winter drie dagen uitlig, heb ik al een groot probleem.''

Bremer kan nog een beroep doen op het Gelders verenfonds, een subsidiepot die in 1995 door de provincie en gemeenten in het leven is geroepen en waaruit eventuele exploitatietekorten van de 44 Gelderse veren worden gedekt. De bedoeling was dat het fonds zich via de rente zou bedruipen maar door de dalende rentestand en het toenemend beroep, wordt er ingeteerd op het startkapitaal van vier miljoen euro. Als er niets gebeurt, is de subsidiepot in 2011 leeg. De Steeds Voorwaarts in Dieren gaat dan ,,aan de ketting'', kondigt pontbaas Bremer aan. ,,Ik heb geen zin om er geld bij te leggen.''

Niet alleen in Gelderland varen ponten die economisch al lang afgeschreven zijn. Van de zestig Nederlandse (zoetwater)autoveren is de helft ouder dan dertig jaar en een kwart zelfs ouder dan vijftig jaar. ,,Hoogbejaard'', aldus voorzitter Ben Brouwer van de Veeon, de vereniging van eigenaren en exploitanten van overzetveren in Nederland. Hij constateert dat veel eigenaren geen geld (over) hebben voor vervanging van de schepen terwijl banken de financiering van een nieuwe veerboot te riskant vinden. ,,Een veerpont kost al snel drie miljoen euro.''

Het is in de ogen van de Veeon fout gegaan toen in 1992 een rijkssubsidieregeling kwam te vervallen. In het kader van een decentralisatie zijn gelden die gereserveerd waren voor het onderhoud van de veren, doorgesluisd naar provincies en gemeenten. ,,Maar dit geld is niet gelabeld. Van het geld voor de veren zijn bijvoorbeeld fietspaden aangelegd'', zegt Brouwer. Gelderland heeft als enige provincie een verenfonds in het leven geroepen, maar in andere provincies, waar dus geen structurele voorziening is, is de situatie ,,nog nijpender''. De landelijke politiek heeft volgens Brouwer tot dusver weinig oog gehad voor het probleem.

,,Er komt een moment dat er boten vervangen moeten worden, maar dat geld is er niet. Dit gaat niet lang meer goed'', zegt gedeputeerde Marijke van Haaren van de provincie Gelderland. Onder het motto `regeren is vooruitzien' heeft de provincie vandaag in Wageningen een bijeenkomst belegd waar politici en veerpontexploitanten praten over een oplossing. Gedeputeerde Van Haaren denkt aan de vorming van een landelijk Verenfonds. Volgens haar is er sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van rijk, provincies en gemeenten. ,,Je kunt niet overal bruggen bouwen. Heel veel mensen zijn dagelijks op een pont aangewezen. Veerverbindingen vervullen hiermee een belangrijke maatschappelijke functie. Ze dragen ook bij aan het terugdringen van het autoverkeer.'' Ook de Veeon pleit voor een landelijk fonds. Als zo'n voorziening er is, zijn banken volgens voorzitter Brouwer sneller bereid om de aanschaf van nieuwe schepen te financieren. ,,Dan krijg je tenminste roulatie. Nu gebeurt er helemaal niets.''

Pontbaas Bremer in Dieren wil graag een grotere boot. ,,Hoger van het water en breder, zodat ie minder schommelt.'' Nu kan de Steeds Voorwaarts maximaal vier auto's tegelijk overzetten, wat in drukke tijden klandizie kost. ,,Als ik hier te lang moet wachten, rij ik om'', zegt vertegenwoordiger Joop Winkelman, op weg naar een klant in de Achterhoek. In principe geeft hij de voorkeur aan de pont, het is sneller en goedkoper. Dat kostenvoordeel valt weg als exploitant Bremer de prijs voor een overtocht zou verhogen, wat ook een middel zou kunnen zijn om meer inkomsten te krijgen. In Dieren moet per auto 1,30 euro en dertig eurocent per inzittende betaald worden. Een fietser mag mee voor zeventig cent. ,,Automobilisten zullen eerder de brug nemen als de pont duurder wordt. Ik kan fietsers wel op een euro zetten, maar dat durf ik niet. Ik heb te maken met hele gezinnen die ik dagelijks overzet. Die pikken zo'n prijsverhoging niet.''