In Balakot zijn alle scholen ingestort

Ruim twee dagen na de zware aardbeving, zoeken in Balakot in Pakistan ouders nog met hun blote handen naar hun kinderen.

Mohammad Ramazan heeft net zijn achtjarige dochtertje begraven. Zijn gezicht is getekend door het dramatische verlies als hij de begraafplaats in Balakot, een stadje met ruim 20.000 inwoners in de Pakistaanse North West Frontier Province, honderd kilometer ten noorden van de hoofdstad Islamabad, verlaat. In Balakot, zaterdag een van de zwaarst getroffen plaatsen door de aardbeving, zijn honderden ouders die hetzelfde lot als Ramazan moeten ondergaan – alleen moeten de meesten van hen de kinderen nog begraven, of zelfs nog vinden onder de puinhopen.

,,Het is Gods wil dat mijn dochter mij is afgenomen, maar mijn hart kan het niet aanvaarden'', zegt Ramazan. Het beeld van het verminkte gezicht van zijn dochtertje blijft hem achtervolgen. ,,Ik kan dat niet uit mijn hoofd zetten'', zegt hij.

In Balakot zijn drie scholen ingestort. Onder het ingestorte dak en de muren van twee scholen moeten in totaal ongeveer 850 kinderen zijn bedolven. Een etmaal later proberen ouders nog steeds uit alle macht hun zonen en dochters te bereiken: ze graven met hun blote handen in het puin en proberen met schoppen betonnen brokstukken te verwijderen.

De 17-jarige Uzair Mohammed Qureshi had zijn scheikundeboek voor zich liggen toen, iets voor negen uur in de ochtend, de aarde begon te trillen. Seconden later, zo kon hij gisteren als een van de weinigen in zijn klas navertellen, begaf het plafond het en kwam het in stukken naar beneden.

Quereshi zit op de Shaheen school voor Handel en Informatietechnologie. ,,Mijn leraar had net zijn les afgesloten en was het lokaal uitgegaan, toen we plotseling een schok voelden. Ik zat in mijn scheikundeboek te lezen. Toen volgde een tweede schokgolf en iedereen in de klas rende naar de deur om zich in veiligheid te brengen. Toen stortte het plafond in.''

Qureshi raakte even buiten bewustzijn, maar hij kwam al snel weer bij. Hij zag een vriend van hem naast zich liggen, en trok hem achter zich aan naar buiten, door een gat in muur. In zijn klas zaten vijftien tot twintig studenten, de meesten zijn dood of zwaargewond, weet hij. Maar ook hem bleef het noodlot niet bespaard. Hij rende naar huis en zag alleen maar brokstukken. Zijn ouders en zijn grootmoeder waren gedood.

De dag na de aardbeving is Qureshi weer terug bij zijn school, of wat daar nog van over is, en hij heeft nog steeds zijn schooluniform aan. Andere kleren of spullen heeft hij niet meer. ,,Is er dan niemand die kan helpen om mijn klasgenoten te redden'', vraagt hij vertwijfeld. ,,Is er iemand die mij kan helpen?'' Omstanders zeggen dat van de 400 scholieren op de Shaheen school er meer dan 250 zijn omgekomen.

Ook bij de twee andere ingestorte scholen in Balakot, een lagere school voor jongens en een voor meisjes, hebben honderden kinderen het leven verloren. Voor de meisjesschool liggen tien lichamen op een rij, in de loop van de dag komen er steeds meer bij. Naast de puinhopen zit de 50-jarige Farooq Khan, naast hem ligt de Pakistaanse vlag op de grond. Zaterdag, direct na de beving, rende hij naar de school, en zag zijn vijfjarige dochterje Sahria liggen. Hij trok haar uit het puin en nam haar in zijn armen. Maar een dag later zoekt hij nog steeds naar zijn andere dochtertje, Amna van zes, die ook op school zat. ,,Ik weet niet of ze dood is of nog leeft'', zegt hij. ,,Ik vraag God om haar mij terug te geven.''

De smeekbede weerklinkt in vele toonaarden in Balakot, waar bijna de helft van de stenen huizen is ingestort en tientallen lichamen langs de kant van de straat liggen. De toegangsweg tot de stad is grotendeels onbegaanbaar door aardverschuivingen. Alleen te voet is de stad van buitenaf te bereiken. Veel inwoners klagen dan ook over gebrek aan hulp.

,,Er is geen verband, geen arts, niets. Wat moeten we doen?'', zegt een kleine jongen die zijn nog jongere zusje van een jaar of vier, vijf, draagt. Ze heeft een rotsblok op haar gezicht gekregen. Een gapende wond is achtergelaten.