Hulpverleners onderweg of geëvacueerd

Reddingsteams uit de hele wereld zijn onderweg naar het aardbevingsgebied. Nederland stuurt USAR, het Urban Search and Rescue Team, dat sinds 1 februari 2004 operationeel is. Het beschikt over zo'n 150 oproepkrachten.

Op verzoek van de Pakistaanse regering is een twaalftal reddingsteams in Islamabad gearriveerd. Volgens een opgave van de Verenigde Naties komen deze zogenoemde Urban Search and Rescue Teams uit Japan, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Turkije, China, Rusland, Nederland, Singapore, Zuid-Korea, Griekenland en Polen.

De reddingsteams vliegen met name reddingswerkers, verplegend personeel en speurhonden in. Voor het vervoer naar van de buitenwereld afgesloten gebieden heeft het Pakistaanse leger tijdelijk beslag gelegd op alle helikopters van het land, aldus een woordvoerder van Artsen zonder Grenzen.

Daarmee worden volgens hem momenteel vooral de gewonden getransporteerd. De Verenigde Staten hebben acht helikopters beschikbaar gesteld, die vandaag aan zouden komen.

Drie teamleden van Artsen zonder Grenzen in het zwaar getroffen dorpje Lamnian in Pakistan zijn volgens de woordvoerder intussen met een helikopter geëvacueerd. In het getroffen gebied in Noord-Pakistan waren twee teams van Artsen zonder Grenzen gestationeerd, een Nederlands en een Belgisch.

Het Nederlandse team in Lamnian ,,is alles kwijt'' na de aardbeving, aldus de woordvoerder: hospitaal, medicijnen, behuizing. Eén teamlid, een verpleegster, was bekneld geraakt. ,,Dan moeten we eerlijk zijn en zeggen: het heeft niet veel zin om te blijven.''

Bedoeling is het team zo spoedig mogelijk weer in te zetten, wanneer er materiaal gearriveerd zal zijn. Behalve medisch personeel stuurt Artsen zonder Grenzen watertapinstallaties, jerrycans, dekens en tenten, waaronder hospitaaltenten, en medicijnen naar Islamabad.

Deze goederen moeten om te beginnen over de weg getransporteerd worden van naar Muzaffarabad. ,,Gisteren was die weg nog geblokkeerd'', aldus de woordvoerder. Maar dat zou intussen zijn verholpen.

In Islamabad wordt de inzet van de buitenlandse reddingsteams gecoördineerd door UNOCHA, het onderdeel van de Verenigde Naties dat helpt bij humanitaire rampen. UNOCHA heeft op het vliegveld van Islamabad een reception center ingericht, dat de teams verdeelt over de getroffen gebieden. Ook andere hulpverleners worden geacht zich hier te melden.

Het gisteravond van het Nederlandse vliegveld Eindhoven vertrokken reddingsteam zal ook pas ter plekke horen waar het zal worden ingezet, aldus plaatsvervangend commandant Huub van der Weide van USAR, zoals het Nederlandse Urban Search and Rescue Team wordt genoemd dat sinds 1 februari 2004 operationeel is.

Namens USAR is een zestigtal reddingswerkers en acht speurhonden vertrokken. Vandaag volgde nog een vliegtuig met materieel.

USAR beschikt over zo'n 150 oproepbare krachten, die in het dagelijks leven werkzaam zijn bij brandweer, politie, Defensie of als medisch personeel bij ongevallen en rampen. ,,Wij kunnen uit deze mensen steeds één team samenstellen, waarvoor ook één uitrusting beschikbaar is'', aldus Van der Weide.

Voor Nederland is het de tweede keer dat het team wordt ingezet. De eerste keer was vorig jaar, toen Marokko werd getroffen door een aardbeving.

USAR kan behalve bij aardbevingen ook worden ingezet voor hulp na vloedgolven, orkanen of instortingen van tunnels of gebouwen. Het is gespecialiseerd in reddingsoperaties in bebouwde omgeving.

De inzet van USAR in Pakistan gebeurt op verzoek van de Pakistaanse regering. ,,Een belangrijke les uit de hulpverlening is: we doen niks zonder dat het getroffen land daarom vraagt'', aldus een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

USAR valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar over inzet van de organisatie in het buitenland gaat het ministerie van Buitenlandse Zaken. Samenstelling, werkwijze en soort materieel van Urban Search and Rescue Teams zijn afgestemd met de Verenigde Naties.