Huijbregts speelt Mozart als giechelende losbol

De God van de componisten is wreed. Jeroen Krabbé als Weense hofcomponist Antonio Salieri balt geregeld zijn vuist, klauwt met gespreide vingers door de lucht en daagt God, die hoog in de toneeltoren zit, uit om aan Salieri zelf en niet aan die kleine `smeerpijp' Mozart de gave van de allermooiste muziek te geven.

Auteur Peter Shaffer zag zijn toneelstuk Amadeus in 1979 in Londen in première gaan. Voor regisseur Milos Forman maakt hij een nieuw scenario in 1984 voor de wereldberoemde verfilming. Nu brengt Bos Theaterproducties in Nederland de oorspronkelijke toneelversie met Jeroen Krabbé in de rol van de jaloerse hofcomponist en cabaretier Marc-Marie Huijbregts als Mozart.

Het toneelstuk Amadeus is voornamelijk een monoloog van de oude Salieri, die vlak voor zijn zelfmoord in het gekkenhuis de biecht aflegt. Salieri heeft zijn leven aan deugdzaamheid gewijd om van God de inspiratie te ontvangen. Hij heeft van God niet de genialiteit van Mozart gekregen, maar wel de kunst van de bewondering. Hij erkent meteen het genie Mozart en brengt hem tot de dood.

Regisseur Matthijs Rümke biedt een rijke, spannende en intrigerende voorstelling en kiest weloverwogen voor een klein ensemble van musici, dat de muziek van Mozart live brengt. De strijkers, pianist en paukenist acteren zelf ook. Dat gaat wonderwel goed. Minder sterk is de wat freaky muziek die pianist Laurens de Boer zelf componeert. Wanneer de wanen van Salieri in intensiteit toenemen, krassen de strijkers behoorlijk atonaal. Dat leidt af van de muziek van Mozart, die opeens een variatie lijkt op De Boers composities in plaats van de hemelse muziek zelf.

Als spelregisseur heeft Rümke hoofdrolspeler Jeroen Krabbé als Salieri tot kwaliteit weten te brengen. Moeiteloos wekt hij de suggestie dat de personages om hem heen beklemmende spookgestalten zijn, afkomstig uit Salieri's eigen verbeelding.

Marc-Marie Huijbregts als de kirrende Mozart verloochent zijn achtergrond als cabaretier niet. Zijn hoge, giechelende stem schiet glad door de tekst heen. Hij toont pas in het laatste bedrijf tragiek, en dat is te laat. Het knaloranje van zijn jas maakt hem tot een zuurstokkleurige geestverschijning voor wie Salieri zowel doodsbang is als voor wie hij grenzeloze verering koestert. Het accent ligt nu teveel op Amadeus als biljartende losbol, die componeert alsof noten strooigoed zijn.

Tjitske Reidinga in de rol van Mozarts echtgenote Constanze heeft van schrijver Shaffer een dienende rol gekregen. In de laatste scène, waarin Mozart sterft in haar armen, wist ze de toeschouwers tot ontroering te brengen. Wanneer dan ook nog de eerste maten klinken van het onsterfelijk mooie Requiem, dan is de eenheid tussen spel, tekst en muziek puntgaaf.

Aan het slot schenkt Salieri de middelmatigen onder ons vergiffenis. Volgens mij moet het zijn dat hij de middelmatigen zegent. Dit is een vreemde vertaling. Krabbé maakt desalniettemin aannemelijk dat Amadeus geen verheerlijking is van de genialiteit, maar een loflied op het middelmatige talent dat denkt dat hij geniaal is. Dat is de werkelijke tragiek.

Voorstelling: Amadeus van Peter Shaffer door Bos Theaterproducties. Regie: Matthijs Rümke. Gezien: 9/10 Luxor Theater, Rotterdam. Tournee t/m 8/12. Inl. 033-4229229 of www.amadeusdevoorstelling.nl.