Het beeld

Het leek wel een themadag, gisteren op Nederland 3! Een groot deel van de programmering stond, net als af en toe vorige week, in het teken van het Amsterdam-Chinafestival. Tegen de meeste programma's viel in te brengen dat ze de honger naar kennis over China slechts op een geïsoleerd terrein bevredigden: politiek, cultuur of economie.

Veel nieuws leerde ik van een schitterende documentaire, afgelopen dinsdag ver na middernacht bij de NPS. In Rediscovering The Map keerde componist Tan Dun terug naar zijn geboorteprovincie Hunan, waar hij bij de Miao-minderheid klanken en andere impressies verzameld had voor zijn stuk The Map; in Boston voerde cellist Yo-Yo Ma het uit als duet met een video van een Miao-zangeres.

Verreweg het meeste inzicht bood gisteravond R.A.M (VPRO), vanaf dit seizoen gedemonteerd tot aparte reeksen culturele programma's. Schrijver Arnon Grunberg en samensteller David Kleywegt reisden met een cameraploeg op een toeristenvisum naar Peking en Fuzhou, in eerste instantie om de juistheid te controleren van de in een krantenartikel opgetekende stelling dat China nog niet toe zou zijn aan Grunbergs cynisme. Diverse mensen die een in het Mandarijn vertaald fragment uit De joodse messias kregen voor te lezen, toonden zich niet geschokt. Belangrijker was het uitzicht dat Grunbergs intelligente quickscan bood op de samenhang van China's contradicties, problemen en mogelijkheden. Het programma zou verplicht moeten worden gesteld voor scholen en bedrijven, als `het draagbare China'.

Cameraman Jacques Laureys betrapte relevante tafereeltjes: een fietser die in Peking een vuilnisbak inspecteert, Grunberg die aan de informatiebalie van een boekwinkel abrupt wordt opzijgeschoven door een autochtoon, een bezoek aan een voetmassagemeisje dat teleurgesteld constateert dat de klant niet meer wil dan dat. Dan zijn er de duidende gesprekken met Mao's biografen Jung Chang en Jon Halliday, met kunstenaars, maar vooral met de in Fuzhou wonende Nederlandse sinoloog en taoïsme-expert Kristofer Schipper.

Eerst ontdekt Grunberg dat Chinezen niet gehecht zijn aan oude spullen, die zich immers vullen met de smart van het leven. Het resultaat is, volgens Schipper, een enorme mobiliteit en onthechting, zodat Chinezen zich overal thuisvoelen en snel iets nieuws neerzetten. Dan leert Schipper ons dat in China alles te maken heeft met het begrip `rendabel'. Grunberg begint zich al thuis te voelen.

Enkele wijsheden uit het taoïsme, een leer zonder heilsboodschap en ,,de laatst overgebleven antieke mysteriereligie'', geven de doorslag. Er is geen God, nauwelijks geboden en verboden, geen hiernamaals, geloof is niet nodig, slechts bereidheid ,,te weten''. Clichés worden omgekeerd: ,,oost west, thuis niet best'' en ,,heb uw naaste niet lief''. Bovendien is lijden de meest fundamentele conditie van de mens.

Grunbergs conclusie, voor een paleis in Peking met een onwaarschijnlijk mooie zonsondergang, is dan niet meer verrassend: ,,Ik kom uit de kast. Ik ben eigenlijk een taoïst. De komende jaren ga ik proberen ook een Chinees te worden.''