Groeistuipen plagen hockeyclub Eindhoven

HC Eindhoven dwong dit voorjaar promotie af naar de hockeyhoofdklasse. Gisteren kwam stadgenoot en landskampioen Oranje Zwart op bezoek.

Zelfs de burgemeester kwam een kijkje nemen, nadat hij eerder op de dag al had gefungeerd als de trotse gastheer van de marathon in zijn stad. En ja, Alexander Sakkers had opnieuw genoten. Met volle teugen zelfs. ,,Prachtige ambiance, nietwaar?''

Eindhoven beleefde gisteren de derde stadsderby uit de geschiedenis van de Nederlandse hockeyhoofdklasse, en verantwoordelijk daarvoor waren thuisclub HC Eindhoven (Noord) en Oranje Zwart (Zuid). De eerste maakte afgelopen voorjaar de sprong vanuit de overgangsklasse, de tweede eiste min of meer tegelijkertijd de eerste landstitel sinds 1971 (HTTC) op voor de stad, die zichzelf inmiddels beschouwt als de hockeyhoofdstad van Nederland.

Daar leek het gisteren overigens niet op. Vooral de titelverdediger sloeg een modderfiguur. ,,Dit ging nergens over'', mopperde OZ-coach Toon Siepman na de geflatteerde zege (1-3). En ook international Matthijs Brouwer, deze zomer overgekomen van streekgenoot Den Bosch, besefte dat zijn elftal bevangen was door de spanning. ,,Voor mij is het geen derby, maar ja, de hele week had ik al gehoord: als we dit potje verliezen, moeten we dat het hele seizoen horen. Geen wonder dat we verkrampt op het veld stonden.''

Dat gold ook voor Brouwer zelf. Vlak voor rust verzuimde Ties zijn ploeg op voorsprong te zetten door een strafbal te missen. En zo kon het gebeuren dat het opportunistische Eindhoven ,,bloed rook'', zoals aanvoerder Marnix van Rijn naderhand erkende, en pas zes minuten voor tijd bezweek, toen Robert van der Horst het duel uit de patstelling bevrijdde. Dat was een klein wonder, want de neo-international, hoewel pas 21 jaar dit seizoen gebombardeerd tot aanvoerder, had drie dagen thuis op de bank gelegen met een opspelende verstandskies.

Van Rijn was naderhand allang blij, ook al staat Eindhoven na drie speelronden puntloos onderaan. Maar weggespeeld werd het paars-groene ploegje gisteren niet in het prestigeduel, dat ook een strijd was tussen twee elkaar beconcurrerende financiële instellingen: Rabobank (Eindhoven) en ABN Amro (OZ). Standvastig bleek met name de doelman die afgelopen zomer werd overgenomen uit de failliete boedel van het door toedoen van Eindhoven gedegradeerde Breda, Bob Veldhof. En hetzelfde gold voor de twee debuterende jeugdinternationals uit India, aanvaller Vir Raja en middenvelder Nitim Kumar, die de afgelopen weken noodgedwongen hadden moeten toekijken vanaf de zijlijn.

Want dat was de grootste strop voor de nieuwkomer in de hoofdklasse, weet technisch manager Andy Wijzenbeek. Door toedoen van ,,een overijverige ambtenaar van de vreemdelingenpolitie'' zag de club zich gedwongen de balvaste aanwinsten aan de kant te houden. ,,Uiteindelijk bleek hij de letter van de wet iets te streng te hebben geïnterpreteerd. Dat gevoel hadden wij al, maar wij durfden het risico niet te nemen. Voor je het weet worden die jongens in hechtenis genomen.''

Uitgerekend tegen de `grote broer' OZ mochten de twee Indiërs opdraven. Met name de pas zestienjarige Raja maakte duidelijk waarom hij door zijn ploeggenoten wordt beschouwd als de reïncarnatie van het Pakistaanse fenomeen Shahbaz Ahmad. ,,Hij is snel, handig en vrijwel voortdurend aanspeelbaar, en precies wat wij nodig hebben'', aldus Van Rijn, die deze week ook de derde aankoop uit India, strafcornerspecialist Sandeep Singh, eindelijk hoopt te mogen begroeten. ,,Die kunnen we helemaal goed gebruiken.''

Schuldbewust verklaarde Van Rijn dat ,,het gehannes met de buitenlanders'' niet de schoonheidsprijs verdient. ,,Het maakt een knullige indruk. Net niet geregeld is niet geregeld.'' Als verzachtende omstandigheid wees de oud-international op ,,de groeistuipen'' van de club, die in 2000 ontstond na een fusie van Racing en Tegenbosch. ,,Vier jaar geleden speelden we nog in de eerste klasse (op twee na hoogste niveau, red.), lekte het dak van het clubhuis en moesten we het doen met een zandveld. En nu: hoofdklasse, een gloednieuw clubhuis, een hoofdtribune én een waterkunstgrasveld.''

En een selectie die teert op de routine van oud-spelers van OZ. Net als Van Rijn (28) speelden immers ook drie andere steunpilaren, Stijn van der Laan (30), Björn Fiedeldij (32) en Pim Wijzenbeek (31), jarenlang voor de club aan de overzijde van de stad. Het verklaarde het bij vlagen wat opgefokte sfeertje in het veld, waar in de slotfase ook de inmiddels grijzende Roy Bax (35) zijn opwachting mocht maken bij de thuisploeg. Een andere dertiger, strafcornerbeul Wibo Wijzenbeek (33), bedankte afgelopen voorjaar vriendelijk voor de eer. Nog een seizoen in het eerste kon de oud-speler thuis én bij zijn werkgever niet (meer) verantwoorden.

Maar té oud voor de hoofdklasse is Eindhoven volgens Van Rijn niet, want: ,,Op dit niveau heb je ervaring nodig. Al zou het wel zo prettig zijn als de jonge garde binnenkort het voortouw neemt. Wij kunnen het niet alleen.''

Burgemeester Sakkers ook niet als het gaat om een in Eindhoven diepgekoesterde wens: een eigen hockeystadion binnen de gemeentegrenzen. ,,Daar is deze stad aan toe.'' Oranje Zwart viert over drie jaar het 75-jarige bestaan. Die verjaardag zou, aldus Sakkers, ,,een uitgelezen moment'' zijn om de bouw aan te kondigen.