`Dit is het einde van de wereld'

De aardbeving in Zuid-Azië verwoestte complete dorpen. Overlevenden in het Indiase Uri nemen de schade op.

Hij probeerde nog met twee klasgenoten naar buiten te rennen, maar haalde de uitgang niet. Gedurende 24 uur lag de zevenjarige Asif onder het puin van zijn school voordat hij gevonden werd. Niemand wist of hij leefde. Zijn aanhoudende gehuil redde hem. De zware aardbeving op zaterdag had in één klap het schoolgebouw in zijn dorpje Kundi Barjala in Indiaas Kashmir, vlakbij de officieuze grens met Pakistaans Kashmir, geveld.

Asif overleefde het, op wonderbaarlijke wijze. Twee andere klasgenoten niet. Asif ligt nu met dikke lagen verband om zijn hoofd in een afgeleefd zaaltje van het ziekenhuis van Baramullah, een stad op zo'n 50 kilometer afstand van zijn dorp. Hij verkeert in shocktoestand. Praten kan hij niet. Hij huilt of zingt in het Pahadi, de taal van de bergstammen in Kashmir. Zijn klaagzang is hartverscheurend: ,,Breng me terug naar mijn moeder, breng me terug naar mijn moeder, breng me terug naar mijn moeder.''

Zijn vader, de veertigjarige Mohammad Iqbal, is wanhopig. Het dorpje van honderd huizen is volledig vernietigd. ,,Er liggen nog steeds mensen onder de brokstukken. Vannacht zaten we buiten, het regende, we konden nergens terecht. Ik weet niet waar we in de toekomst kunnen wonen. Ik heb geen geld om een nieuw huis te bouwen'', zegt Iqbal, die zijn geld verdiende als conciërge van de plaatselijke moskee.

Het dorp van Iqbal ligt in Uri, een bergregio die tegen de bestandslijn van India en Pakistan in Kashmir aangeplakt ligt, vlakbij het epicentrum van de aardbeving. Hier is de verwoesting alom aanwezig. De regio bestaat uit ongeveer vijftig dorpen, waarin meer dan 60.000 mensen wonen. De meerderheid van de huizen is totaal verwoest. Hoeveel doden er zijn is niet te overzien. Veel wegen naar de meer afgelegen dorpjes zijn door de enorme landverschuivingen onbegaanbaar.

In Uri-stad, op zeventig kilometer van Muzaffarabad, de hoofdstad van Pakistaans Kashmir, zijn alle huizen kapot. De meeste zijn gebouwd op de berghellingen en waren niet bestand tegen de aardschokken. ,,We dachten toen de beving kwam: dit is het einde van de wereld, de aarde splijt open en er zal rook uitkomen. We hadden nog nooit een aardbeving meegemaakt'', zegt de negentienjarige Mudasir Wani, onderwijzer op een lagere school. De schoolmeester is gefrustreerd over de gang van zaken. ,,Het leger heeft veel gedaan voor ons, maar we wachten nog steeds op echte hulp: voedsel, water, tenten. Er zijn twintig tenten uitgedeeld sinds zaterdag, terwijl er zo'n 4.000 mensen dakloos zijn.''

:pagina ]

Op een grasveld achter de enige winkelstraat van Uri-stad is tijdelijk een hulpcentrum ingericht, maar veel stelt het inderdaad niet voor. Het leger biedt er mensen aan om gratis te telefoneren met bezorgde familieleden, maar daarmee is alles wel gezegd. Er zijn geen hulporganisaties, de overheid is afwezig en ook niemand uit het dorp zelf heeft het initiatief genomen om de hulp te coördineren.

De onvrede onder de vele getroffen Kashmiri's is dan ook groot. Langs de hoofdweg richting Uri-stad staan op vele plekken groepen vertwijfelde mensen, die uit radeloosheid de weg blokkeren om aandacht te vragen voor hun situatie. Ze zijn het dak boven hun hoofd kwijt en wachten sinds zaterdag tevergeefs op hulp. Hun dorpen zijn genegeerd door de Indiase overheid, zo roepen ze op straat. Wani zegt: ,,Het is vreemd dat er zo weinig gebeurt, want de hoofdweg naar Uri is redelijk vrijgemaakt voor transport.''

Net als vele andere inwoners van Uri maakt Wani zich grote zorgen over zijn familieleden in Pakistaans Kashmir. Bijna iedereen in Uri heeft wel familie aan de andere kant van de bestandslijn. Het nieuws vanuit Pakistan wordt in het dorp nauwlettend gevolgd.

Met regelmaat komen legerhelikopters over Uri-stad gevlogen, op weg naar afgelegen plekken om gewonden en lichamen op te pikken. Ook in Uri-stad hebben de militairen stoffelijke overschotten moeten ophalen, onder meer dat van Suhail Beigh, een veertienjarige jongen die niet kon ontsnappen toen de grond begon te trillen.

Voor het huis van Suhail Beigh staat zijn vader wezenloos voor zich uit te staren. Een smoezelige blauwe trui beschermt hem tegen de ochtendkou. ,,We wisten niet welk kant we moesten oprennen toen de schokken kwamen. Suhal rende tussen ons huis en het bijgebouw door, maar werd bedolven onder vallende brokstukken'', zegt Qayoom Beigh. Het duurde een dag voordat ze Suhal hadden gevonden onder het puin. Gisteren hebben ze hem begraven. Met tranen in zijn ogen zegt Beigh: ,,Er waren niet veel mensen bij. Men heeft hier te druk met zijn eigen zorgen.''