De omroep moet goedkoper, vermaak is er al

De Tweede Kamer debatteert vandaag over de omstreden omroepplannen van het kabinet. De omroepen moeten in de toekomst gaan vechten voor hun centen.

Het Kamerdebat over de omroepen dat vandaag wordt gevoerd, had eigenlijk een maand eerder moeten plaatsvinden. Maar tijdens een hoorzitting op 5 september werd zo veel kritiek geuit op de plannen van het kabinet, dat het de Tweede-Kamerleden beter leek eerst een schriftelijke vragenronde in te lassen. Ze stelden 260 vragen, die inmiddels door de staatssecretaris zijn beantwoord. Vandaag verdedigt zij de toekomstvisie `Met het oog op morgen' mondeling in een debat met de Tweede Kamer.

Het nieuwe bestel moet in 2008 beginnen. In het kabinetsplan wordt een verdeling gemaakt naar `functies'. De NOS maakt, net als nu, nieuws- en sportprogramma's. De omroepverenigingen worden primair verantwoordelijk voor opiniërende programma's en niet meer voor `vermaak'. Wat dat precies betekent is nog niet duidelijk. De publieke omroepen raken de helft van hun vaste budget kwijt aan de overkoepelende raad van bestuur. Die kan voor dat geld culturele en informatieve programma's laten maken. Omroepverenigingen kunnen daarvoor in aanmerking komen, maar moeten daarvoor concurreren met anderen, zoals onafhankelijke producenten.

De NPS wordt helemaal opgeheven. De staatssecretaris wil die omroep nog tot 2011 de tijd geven maar de VVD gunt de NPS nog hooguit twee jaar.

Voor het verlies aan vaste inkomsten, krijgen de omroepen iets terug. Meer mogelijkheden om zelf geld te verdienen, door te ondernemen. Omroepen mogen straks ook als productiehuis werken, voor commerciële omroepen. Ze krijgen meer ruimte om reizen te organiseren. Nu zijn de financiële mogelijkheden van omroepen nog beperkt. Diverse partijen hebben de staatssecretaris schriftelijk gevraagd of dit deel van het plan `Europa-proof' is. De Europese Unie zou kunnen oordelen dat het ondernemen door publieke omroepen concurrentievervalsing is, omdat zij deels met publiek geld worden gefinancierd. Het Commissariaat voor de Media, de toezichthouder op de omroepen, liet in september al weten dat het vrijwel onmogelijk is een onderneming in een publiek en een commercieel deel te scheiden.

Het kabinet wil dat leden belangrijk blijven in het nieuwe bestel. Een deel van het budget wordt afhankelijk van het aantal leden. Een aantal omroepen is daar tegen, omdat zij denken dat ze continu leden zullen moeten blijven werven.

De omroepen vrezen vooral dat er in 2008 te weinig geld beschikbaar is om programma's te maken. De reclame-inkomsten lopen momenteel terug wat geldt voor alle media en door het groeiende aantal televisiezenders. Maar het kabinet wil die teruglopende reclamegelden niet compenseren. Die eventuele tekorten mogen van het kabinet alleen ten laste worde gebracht van sport-, culturele- en informatieve programma's. Nieuws- en opiniërende programma's moeten worden ontzien.

Voor puur amusement is geen plaats meer bij de publieke omroep in 2008. Dat kan worden overgelaten aan de commerciële omroepen, vindt het kabinet. De TROS is de omroep die door dit deel van het plan het zwaarst getroffen wordt. Aan programma's als Te land, ter zee en in de lucht heeft de politiek binnen het publieke bestel geen behoefte meer.

Maar dat soort programma's trekt wel veel kijkers. Zelfs na het vertrek van TROS-gezichten als Linda de Mol en Caroline Tensen, bleef de TROS na het Journaal de meeste kijkers trekken van alle publieke omroepen. In september keek gemiddeld 14,7 procent van de tv-kijkers tussen 18.00 en 24.00 uur naar TROS-programma's.

En dat vindt de politiek ook belangrijk. Want al werd de doelstelling van het marktaandeel van de drie publieke zenders vorig jaar teruggeschoefd van 40 naar 33 procent, het motto van de publieke omroep is nog altijd: `van iedereen, voor iedereen'.

En daar speelt de TROS een rol in. Cees Vis, lid van de raad van bestuur van de Publieke Omroep: ,,Zonder de TROS wordt het voor de publieke omroep veel moeilijker om – ik citeer Erasmus – ernst en luim mooi af te wisselen.''