Behoed Irak voor verbitterde soennieten

Washington en de Iraakse regering moeten binnen zeer afzienbare tijd een programma van `nationale verzoening' presenteren, vindt Fareed Zakaria.

Bij alle problemen in Irak zie ik één bemoedigend teken. De soennieten maken aanstalten om bij het referendum tegen de voorlopige grondwet van Irak te stemmen. Dat is goed nieuws, want daardoor komen de soennieten rechtstreeks tegenover de jihadistische opstandelingen in Irak te staan. Laatstgenoemden, die worden aangevoerd door Abu Musab al-Zarqawi, hebben gedreigd iedereen die gaat stemmen te zullen doden. De overgrote meerderheid van de soennitische organisaties in Irak – inclusief ettelijke opstandige groepen – heeft de soennieten opgeroepen om in actie te komen en tegen de grondwet te gaan stemmen, die in hun ogen tegen de soennieten is gericht.

Dit is de belangrijkste positieve ontwikkeling in Irak – een toenemende verwijdering tussen de radicale jihadisten en de andere opstandelingen, merendeels Ba'athisten. Dit biedt de Verenigde Staten, zelfs in dit late stadium, nog een kansje op succes. Vergroot die kloof en isoleer de jihadisten. Of, zoals de Britten zeggen: verdeel en heers.

Ook op andere punten treden meningsverschillen aan het licht. Zarqawi heeft onlangs aangedrongen op een `totale oorlog' tegen de sjiieten in Irak. Maar vijf groepen soennitische opstandelingen hebben dat plan afgewezen, en gezegd dat zij niet op burgers zullen schieten, of het nu soennieten zijn of sjiieten. Het Genootschap van Islamitische Geleerden, een soennitische groep die de opstand steunt, heeft een meer gedetailleerde veroordeling bekendgemaakt. Enkele dagen later heeft Zarqawi een correctie uitgevaardigd waarin hij uiteenzette dat ,,niet alle sjiieten doelwit zijn'', en waarin hij de mensen die zich tegen de bezetting verzetten, zoals de volgelingen van de opstandige geestelijke Muqtada al Sadr, vrijwaarde. Daarop gaf de groep van Sadr een verklaring uit waarin deze toenadering van Zarqawi werd afgewezen en waarin duidelijk werd gemaakt dat ,,voor onze beweging Zarqawi zonder meer een vijand is, die, als hij onze militie in handen valt, aan stukken zal worden gescheurd''. Het laatste nieuws is dat Ayman al-Zawahiri een brief heeft gestuurd aan Zarqawi, waarin hij hem voorhoudt dat zijn doeleinden en middelen de steun voor Al-Qaeda aantasten.

Al maanden zijn er tekenen dat de Ba'athistische opstandelingen er genoeg van hebben. Vorige week kwam er weer zo'n signaal. Saleh al Mutlak, een prominente soennitische politicus die volgens velen betrekkingen onderhoudt met de opstandelingen, heeft openlijk een staakt-het-vuren voorgesteld. ,,Er moet een einde komen aan de strijd'', zei Mutlak tegen Reuters. ,,Wij vechten nu al tweeëneenhalf jaar en het probleem is dat het niets uithaalt.'' Binnen een week zullen verscheidene soennitische groepen bij elkaar komen om een lijst officiële voorstellen op te stellen om aan de Verenigde Staten voor te leggen. ,,Wij moeten een politieke oplossing vinden'', zei hij. Een staakt-het-vuren tijdens de ramadan, die vorige week is begonnen, ,,zou het uitgangspunt moeten zijn voor rechtstreekse onderhandelingen tussen de twee partijen''.

Tot voor kort weigerden de Verenigde Staten te onderhandelen met de rebellen, maar ze beginnen bij te draaien. Zalmay Khalilzad, de nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, heeft al overleg gepleegd met mensen uit de naaste omgeving van de opstandelingen. Maar volgens een hoge diplomaat, die om de onderhandelingen niet te storen niet rechtstreeks mag worden geciteerd, heeft Khalilzad nog niet gesproken met echte, machtige leiders van de opstand.

Van het begin af aan hebben de Verenigde Staten de Iraakse soennieten verkeerd benaderd door te laten blijken dat zij hen allemaal als Ba'athisten beschouwden. In feite werd Saddams regime gerund door een kleine groep stamgebonden soennieten, hoofdzakelijk uit Tikrit en omgeving. Hij verdreef de seculiere, stedelijke soennieten, de traditionele elite van Irak. Enkelen konden aanblijven als ambtenaren of in het onderwijs, maar veel macht hadden ze niet meer. Toen kwam de de-Ba'athificatie en werd het leger afgedankt. Ineens verloren tienduizenden mensen die op papier lid waren van de Ba'ath-partij, hun baan als technicus, leraar of ambtenaar, met als gevolg chaos en verbittering onder de soennitische bevolking.

Het afgelopen jaar heeft Washington geprobeerd deze misslagen recht te zetten, maar de door sjiieten gedomineerde overheid was amper tot compromissen bereid. Dat is wel begrijpelijk, want de sjiieten hebben onder Saddam en de Ba'ath-partij zwaar te lijden gehad. Toch dreigen zij hierdoor de ogen te sluiten voor de belangen van Irak op de langere termijn. Alleen een machtsevenwicht tussen sjiieten, soennieten en Koerden kan Irak stabiel houden.

De komende twee weken zijn beslissend. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de soennieten er niet in slagen de grondwet af te wijzen, waardoor hun verbittering nog zal toenemen. Washington en de Iraakse regering zouden dan een stoutmoedig programma van `nationale verzoening' moeten presenteren, inclusief overleg met enkele opstandige groepen, om zo de soennieten het politieke middenveld binnen te loodsen.

Gebeurt dat niet, dan groeien de gevaren voor Irak, en voor anderen. Bayan Jabr, de Iraakse minister van Binnenlandse Zaken, heeft vorige week verklaard dat Zarqawi de afgelopen maanden weliswaar zwakker was geworden, maar dat andere, kleinere groepen jihadisten sterker werden. Bovendien, zo voegde hij eraan toe, begonnen zij met troepenbewegingen en wapentransporten buiten Irak. ,,Er zullen opstanden komen in andere landen'', waarschuwde hij. Boven het Midden-Oosten vormt zich een donkere wolk, en als wij niet snel iets doen, zal het noodweer losbarsten.

Fareed Zakaria is columnist van Newsweek. © Newsweek